Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Maanvis

Pterophyllum scalare

Maanvis — Pterophyllum scalare
Foto: Versions111 · Bron · CC BY 4.0Verkleind en gecomprimeerd; geen uitsnede of kleurwijziging.

De maanvis lijkt in de winkel soms een bescheiden jonge vis, maar groeit uit tot een hoge cichlide met lange vinnen en een eigen territoriaal karakter. Pterophyllum scalare beweegt tussen verticale wortels en planten en kan als volwassen dier kleine vissen opeten. Zijn sierlijke zwemstijl is daarom geen bewijs dat hij bij iedere tetra past. De soort komt uit het Amazonegebied en vraagt vooral een groot, hoog en goed ingericht aquarium. Voor normale groepshouding plannen we minstens zes dieren, met voldoende ruimte en de mogelijkheid om in te grijpen wanneer paren ontstaan. Een willekeurig duo is geen veilige vervanging voor die sociale planning. Beoordeel vóór aankoop de volwassen hoogte, bodemruimte, groepsdynamiek en medebewoners. De grootste fout is beginnen met een kleine bak omdat de jonge vissen er voorlopig nog in passen.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
24–28 °C
pH
6,0–7,0
GH
3–12 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 120 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 360 L
Volwassen formaat
Ongeveer 15 cm
Groepsgrootte
Vanaf 6 dieren
Zwemlaag
Midden
Gedrag
Territoriaal, Roofvis
Lichtvoorkeur
Gedempte verlichting
Beschutting
Planten en beschutte zones
Hoofdvoer
Fijn vlokkenvoer
Aanvullend voer
Levend voer, Diepvriesvoer, Fijngemaakt gedroogd natuurvoer

Voor groepshouding is 120 cm lengte een ondergrens en minstens 50 cm aquariumhoogte vereist. Wij plannen bij voorkeur minimaal 120 × 50 × 60 cm, circa 360 liter bruto, en liever 150 cm en ongeveer 450 liter of ruimer. Die volume-aanbeveling volgt uit een ruime inrichting voor zes dieren; ze is geen exact biologisch minimum of garantie dat elk gevormd paar verdraagzaam blijft.

Over deze soort

Volwassen maanvissen bereiken ongeveer 15 cm lichaamslengte en kunnen met vinnen ruim 20 cm hoog worden. Langvinnige vormen vragen extra vrije hoogte en veilige inrichting. De zijdelings afgeplatte lichaamsvorm is kenmerkend; Pterophyllum altum en andere verwanten mogen niet zonder meer onder hetzelfde verzorgingsadvies vallen. De foto toont een aquariumkweekvorm van P. scalare, geen gegarandeerde wilde vindplaatsvariant.

Kleurpatronen zoals goud of gemarmerd veranderen het roof- en territoriumgedrag niet. Het geslacht is buiten de voortplanting vaak lastig betrouwbaar te bepalen; vinvorm alleen is onvoldoende. Kies goed gebouwde dieren zonder beschadigde vinnen of ingevallen buik en plan de uiteindelijke huisvesting al bij de aankoop van jongen.

Natuurlijke leefomgeving

De soort is verspreid in delen van het Amazonegebied in Zuid-Amerika. Rustige rivierdelen, beschutte oevers en overstroomde structuren bieden verticale wortels, takken en begroeiing waar het hoge lichaam tussen kan manoeuvreren. Niet elke populatie leeft onder exact dezelfde omstandigheden en een kweekvorm vertegenwoordigt geen specifieke vindplaats. Voor thuis zijn hoogte, zichtbarrières en vrije doorgangen de belangrijkste vertaling.

Gebruik hoge structuren zonder de zwemruimte volledig op te delen in nauwe spleten. Laat rustige zones naast een goede gaswisseling bestaan. Een natuurlijke donkere of gekleurde omgeving betekent niet dat onderhoud achterwege kan blijven. Vooral een groep grote vissen produceert voldoende afval om een doordachte filter- en verversingsroutine noodzakelijk te maken.

Aquarium en inrichting

Voor groepshouding is 120 cm lengte een ondergrens en minstens 50 cm aquariumhoogte vereist. Wij plannen bij voorkeur minimaal 120 × 50 × 60 cm, circa 360 liter bruto, en liever 150 cm en ongeveer 450 liter of ruimer. Die volume-aanbeveling volgt uit een ruime inrichting voor zes dieren; ze is geen exact biologisch minimum of garantie dat elk gevormd paar verdraagzaam blijft. Zorg voor hoge planten of wortels, meerdere zichtbarrières en brede doorgangen.

Lage Cryptocoryne biedt dekking bij de bodem, maar vervangt geen hoge structuur. Een ingedraaid filter, deksel en rustige uitstroom horen erbij. Houd een scheidingsmogelijkheid beschikbaar bij aanhoudende agressie.

Waterwaarden

Voor dagelijkse verzorging kiezen we 24–28 °C, pH 6–7 en ongeveer 3–12 °dGH. Voor zachtwaterinrichting wordt een KH onder ongeveer 4 °dKH genoemd; dit vraagt vooral stabiele voorbereiding en controle, geen plotselinge zuurtoevoeging. Waterwaarden kunnen bij wildvang specifieker zijn dan bij gewone kweekvormen.

Ammoniak en nitriet horen niet aantoonbaar te zijn. Ververs geregeld voldoende passend water voor de werkelijke belasting van de groep en controleer de temperatuur met een thermometer. Hoog water en veel liters voorkomen geen lokale zuurstofproblemen wanneer filterwerking en onderhoud tekortschieten.

Gedrag en groepsgrootte

Plan minstens zes dieren voor normale groepshouding. Binnen de groep kunnen paren ontstaan die een gebied verdedigen, soms met ernstige druk op overige dieren. Een vast kweekpaar in een afzonderlijke passende opstelling is een andere situatie dan willekeurig twee vissen samen houden. Let op dieren die alleen achter het filter kunnen schuilen of niet meer eten.

Kleine tetra’s en dwergpantsermeervallen lopen roofrisico, ook wanneer ze als jonge maanvis nog werden genegeerd. Langvinnige betta’s zijn eveneens geen verstandige combinatie. Beoordeel grotere medebewoners op volwassen formaat en ruimte, en beschouw een gunstige kaart nooit als garantie tegen individueel gedrag.

Voeding

Gebruik een volledig voer voor tropische omnivore vissen met voldoende dierlijke voedingsbestanddelen. Vlokken of granulaat moeten passen bij de actuele bekmaat: jongen vragen fijnere deeltjes dan volwassenen. Geef één à twee beheerste maaltijden en controleer of ondergeschikte dieren ook eten. Kleine levende of ontdooide ongewervelden geven afwisseling.

Gedroogde Daphnia is hooguit een klein supplement en geen volwaardige basis voor deze grotere vis. Voervissen zijn niet nodig. Voer op meerdere plekken als dominante dieren alles bezetten, maar los structurele onderdrukking niet alleen met extra voer op. Verwijder resten en voorkom overbelasting van filter en water.

Kweek

Een gevormd paar kan eieren op een verticale blad-, steen- of houtoppervlakte afzetten. Beide ouders kunnen verzorgen en verdedigen; andere vissen krijgen dan minder toegang tot het territorium. Een eerste legsel kan verloren gaan zonder dat direct moet worden ingegrepen. Voor een gerichte kweek is een afzonderlijk ruim en hoog verblijf overzichtelijker dan een druk gezelschap.

Na de dooierfase hebben vrijzwemmende jongen fijn passend voer nodig, bijvoorbeeld geschikte Artemia-naupliën. Bereid voldoende opgroeiruimte voor, want veel jongen worden snel een grote belasting. Betrouwbare huisvesting en een bestemming voor nakweek gaan vóór het aanmoedigen van nieuwe legsels.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen