Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Neontetra

Paracheirodon innesi

Neontetra (Paracheirodon innesi) met blauwe zijstreep en rood achterlichaam in een aquarium
Foto: André Karwath aka Aka · Bron · CC BY-SA 2.5Verkleind en gecomprimeerd; geen uitsnede of kleurwijziging.

De neontetra (Paracheirodon innesi) is een kleine, vreedzame zoetwatervis uit het Amazonegebied van Peru, Colombia en Brazilië. De glanzend blauwe zijstreep en het rode achterlichaam maken hem herkenbaar, ook tussen een dichte beplanting. Anders dan bij de kardinaaltetra loopt het rood niet over de hele buik. In het aquarium houdt hij zich vooral in de middelste waterlaag op, waar een groep soortgenoten samen tussen open zwemruimte en beschutting beweegt. Juist dat groepsgedrag maakt hem zo aantrekkelijk om naar te kijken. Een neontetra is daarom geen vis om alleen of als los kleuraccent te houden. Geef de groep een goed ingedraaid aquarium, voldoende lengte en planten die rustige, beschaduwde plekken vormen. De belangrijkste verzorging zit niet in bijzondere apparatuur, maar in passend water, een stabiele omgeving en medebewoners die deze kleine vissen niet opjagen.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
21–25 °C
pH
6,0–7,0
GH
1–8 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 60 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 54 L
Volwassen formaat
Ongeveer 3–4 cm
Groepsgrootte
Vanaf 8–10 dieren
Levensduur
5–10 jaar
Zwemlaag
Midden
Gedrag
Vreedzaam
Lichtvoorkeur
Gedempte verlichting
Beschutting
Planten en beschutte zones
Hoofdvoer
Fijn vlokkenvoer, Fijn granulaat
Aanvullend voer
Levend voer, Diepvriesvoer, Fijngemaakt gedroogd natuurvoer

54 L bruto bij minimaal 60 × 30 × 30 cm is de ondergrens voor een neontetragroep, geen bezettingsadvies voor een gezelschapsaquarium. Bodem en inrichting verkleinen het werkelijke watervolume; met medebewoners is meer ruimte nodig.

Over deze soort

Een volwassen neontetra wordt ongeveer 3–4 cm lang. De zilverachtige buik en de rode band op de achterste lichaamshelft helpen bij het onderscheid met de kardinaaltetra. Kijk dus verder dan alleen de blauwe streep wanneer je vissen uitzoekt.

De kleuren kunnen tijdens de rust vervagen en na het aangaan van het licht weer sterker worden. Dat verschijnsel alleen betekent niet dat een vis ziek is. Blijvend kleurverlies in combinatie met afwijkend zwemmen, slecht eten of afzondering verdient wel aandacht. Met goede verzorging kunnen neontetra’s meerdere jaren leven; LICG noemt vijf tot tien jaar.

Natuurlijke leefomgeving

De soort komt uit het bovenste Amazonegebied. Daar leeft hij onder meer in kleine bosbeken en zijwateren, niet uitsluitend in één bekend type rivier. Er zijn zowel vindplaatsen in donker, door organisch materiaal gekleurd water als in helder water.

Een bosomgeving levert schaduw, wortels, takken en afgevallen blad. Het water is vaak zacht en zuur. Niet iedere natuurlijke vindplaats staat vol waterplanten: ook de structuur van het bos zorgt voor beschutting. Vertaal dat naar een aquarium met rustige hoeken en dekking, in plaats van alleen de bruine waterkleur na te bootsen.

Aquarium en inrichting

Neem een aquarium van minstens 60 cm lang en houd daadwerkelijk zwemruimte vrij. Een hoge bak met dezelfde inhoud vervangt die lengte niet. Een standaardbak van 60 × 30 × 30 cm bevat rekenkundig 54 liter vóór bodem en inrichting; dit is geen garantie dat een bepaalde totale bezetting daarin past. Bij extra medebewoners of een grotere groep verdient een langere, ruimere bak de voorkeur.

Plaats planten vooral langs de achterwand en zijkanten. Aquariumhout kan beschutte doorgangen maken, terwijl het midden deels open blijft. Een donkere, geschikte bodem beperkt reflectie. Stenen zijn geen vereiste; gebruik ze alleen als ze stabiel staan, geen scherpe randen hebben en de gekozen waterwaarden niet ongewenst veranderen.

Maak de verlichting plaatselijk zachter met beplanting of drijfplanten. Zorg voor filtratie en een rustige waterbeweging, zonder de vissen voortdurend tegen een harde straal te laten zwemmen. Laat de bak goed indraaien voordat de groep wordt toegevoegd.

Waterwaarden

Deze gids gebruikt 21–25 °C, pH 6,0–7,0 en GH 1–8 °dGH als verzorgingsrichtlijn. Die bereiken zijn geen opdracht om steeds de uiterste waarden op te zoeken. Meet je uitgangswater en beoordeel of je de omstandigheden stabiel kunt houden, ook bij waterwissels.

Over het exacte pH-bereik verschillen betrouwbare bronnen. Hier volgen we het smallere advies van LICG; voor temperatuur gebruiken we Seriously Fish. De GH-weergave is een conservatieve doorsnede van die twee bronnen, geen bewezen biologisch ideaal. Forceer geen snelle pH-verandering om een getal uit de tabel te halen.

Controleer behalve pH en hardheid ook ammonium/ammoniak, nitriet en nitraat. In een goed functionerend aquarium horen ammonium en nitriet niet meetbaar aanwezig te zijn. Stem waterwissels en onderhoud af op de metingen en vervuiling. De zorg voor het filter en terughoudend voeren zijn minstens zo belangrijk als de temperatuurinstelling.

Gedrag en groepsgrootte

Houd neontetra’s met soortgenoten. Voor dit voorbeeld volgen we het advies om met minstens acht tot tien dieren te beginnen; tien is geen bovengrens. Een grotere groep kan, mits aquarium en totale bezetting daarvoor geschikt zijn. Een school andere tetra’s vervangt hun eigen soortgenoten niet.

De soort is doorgaans vreedzaam. Kies eventuele medebewoners die eveneens rustig zijn, passende waterwaarden vragen en de neontetra niet als prooi kunnen zien. Vermijd grote roofvissen, opdringerige voedselconcurrenten en dieren die de groep voortdurend achtervolgen. Een passende combinatie vraagt méér dan dezelfde temperatuur: ook formaat, gedrag en beschikbare ruimte tellen mee.

Voeding

Neontetra’s zijn alleseters met een kleine bek. In de natuur nemen ze onder meer kleine ongewervelden en plantaardig materiaal op. In het aquarium hoeft het menu dus niet beperkt te blijven tot levend of diepvriesvoer.

Hoofdvoer

Een volledig droogvoer in fijne vlokken of kleine korrels kan de basis vormen. Let op de aangegeven toepassing en vooral op wat de vissen werkelijk kunnen opnemen. De naam “granulaat” alleen zegt niets over de geschikte korrelgrootte. Grote stukken die herhaaldelijk worden uitgespuugd zijn geen goede keuze.

Aanvullend voer

Wissel af met passend klein levend of diepvriesvoer, bijvoorbeeld watervlooien of artemia. Ontdooi diepvriesvoer en kies een betrouwbare herkomst. Aanvullend voer is afwisseling naast een volwaardig menu, geen automatische vervanging van hoofdvoer.

Voor gezonde volwassen dieren is één tot twee kleine voermomenten per dag een bruikbaar algemeen vertrekpunt. Geef een portie die ongeveer binnen één tot twee minuten wordt opgegeten en pas die aan op je eigen groep. Kijk of alle dieren aan bod komen en verwijder resten. Jonge vissen hebben een ander voerschema en veel kleiner voer nodig.

Kweek

Voortplanting kan in het aquarium plaatsvinden, maar gericht jongen grootbrengen vraagt een aparte aanpak. De vissen strooien hun eieren tussen fijn materiaal of planten en verzorgen die niet. Volwassen vissen kunnen de eieren opeten; een aparte kweekbak met geschikte eierbescherming maakt controle eenvoudiger.

De eieren vragen weinig licht en zacht, zuur water. De geraadpleegde bronnen geven verschillende precieze kweekwaarden; daarom nemen we hier geen enkel temperatuurrecept als algemene norm over. Bereid eerst de kweekbak, watercontrole en een betrouwbare bron van zeer klein eerste voer voor. Pas uitgekomen jongen kunnen nog niet hetzelfde voer eten als hun ouders. Wie wil kweken, moet dus ook de opfok organiseren, niet alleen het afzetten van eieren.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen