Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Siamese kempvis

Betta splendens

Siamese kempvis — Betta splendens
Foto: ivabalk · Bron · CC0Verkleind en gecomprimeerd; geen uitsnede of kleurwijziging.

Een Siamese kempvis trekt direct aandacht met zijn kleur, lange vinnen en nieuwsgierige manier van kijken. Achter dat opvallende uiterlijk schuilt een territoriale vis met heel andere behoeften dan een gewone scholenvis. Betta splendens komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië; de bekende aquariumvormen zijn door selectie sterk veranderd. Een mannetje houden we bij voorkeur alleen in een verwarmd, gefilterd en goed beplant aquarium. Alleen betekent daarbij niet klein, kaal of zonder verrijking. Rustige stroming, veilige rustbladeren en vrije toegang tot warme lucht zijn essentieel. Het labyrintorgaan helpt de vis lucht ademen, maar maakt vuil water niet aanvaardbaar. De belangrijkste keuze is daarom geen spectaculaire combinatie met andere vissen, maar een omgeving waarin dit individuele dier ontspannen kan zwemmen, rusten en eten zonder voortdurend zijn territorium te verdedigen.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
24–28 °C
pH
6,5–7,5
GH
8–12 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 45 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 40 L
Volwassen formaat
Ongeveer 6–7 cm
Groepsgrootte
1 dieren
Zwemlaag
Oppervlak, Midden
Gedrag
Territoriaal
Lichtvoorkeur
Gedempte verlichting
Beschutting
Planten en beschutte zones
Hoofdvoer
Fijn vlokkenvoer
Aanvullend voer
Levend voer, Diepvriesvoer, Fijngemaakt gedroogd natuurvoer

Onze voorzichtige ondergrens voor één mannetje is 45 cm lengte en ongeveer 40 liter bruto; liever 60 cm en 54 liter of ruimer. Die liters zijn een praktische maatkeuze, geen exact biologisch omslagpunt.

Over deze soort

Het lichaam wordt ongeveer 6–7 cm; lange kweekvinnen kunnen de totale indruk veel groter maken. Kortvinnige vormen zwemmen vaak gemakkelijker dan extreem langvinnige dieren, maar ook zij blijven territoriaal. De foto toont een sierlijke kweekvorm en bewijst geen zuivere wilde herkomstlijn. Mannetjes hebben vaak opvallendere vinnen, maar niet iedere kortvinnige vis is een vrouwtje.

Het labyrintorgaan maakt het opnemen van lucht aan het oppervlak mogelijk. Dat is een aanpassing aan de leefomgeving, geen reden voor een ongefilterde vaas. De soort hoort bij de Osphronemidae. Koop een alert dier dat soepel zwemt en voer opneemt; extreme vinvormen verdienen extra aandacht voor rust en bereikbaarheid van het oppervlak.

Natuurlijke leefomgeving

Wilde Betta splendens is onder meer bekend uit het centrale Thaise laagland. Ondiepe, langzaam stromende of stilstaande wateren met dichte vegetatie veranderen met het seizoen. Rijstvelden en moerasachtige zones zijn geen bewijs dat een vis permanent in een klein modderplasje hoort. In zulke landschappen is juist veel horizontale structuur aanwezig en kan water zich uitbreiden of verbinden.

Voor het aquarium vertalen we dit naar planten, zachte stroming, schaduw en ononderbroken toegang tot het oppervlak. Een deksel houdt de lucht erboven warm en vochtig, maar het aquarium moet blijven ventileren. Gebruik geen volledig afsluitende drijfplantenlaag. Een natuurverwijzing vervangt nooit voldoende ruimte, verwarming en onderhoud in huis.

Aquarium en inrichting

Onze voorzichtige ondergrens voor één mannetje is 45 cm lengte en ongeveer 40 liter bruto; liever 60 cm en 54 liter of ruimer. Die liters zijn een praktische maatkeuze, geen exact biologisch omslagpunt. Maak meerdere rustplekken vlak onder het oppervlak en kies zachte planten en glad hout zonder scherpe openingen. Een gedempte filteruitstroom voorkomt dat lange vinnen voortdurend worden weggeduwd.

Verwarming met thermostaat, een thermometer en een passend deksel zijn nodig. Laat het filter eerst indraaien. Houd een gemakkelijk bereikbare vrije ademzone en observeer of de vis de hele bak kan benutten zonder zichtbaar te moeten vechten tegen de stroming.

Waterwaarden

Kies 24–28 °C, pH 6,5–7,5 en ongeveer 8–12 °dGH voor gewone aquariumkweekvormen. Bronnen noemen bredere grenzen; stabiele gematigde waarden zijn verstandiger dan dagelijks aanpassen tot een theoretisch ideaal. Er wordt geen aparte KH-doelwaarde verzonnen. Let wel op pH-stabiliteit.

Ammoniak en nitriet horen niet aantoonbaar te zijn; de mogelijkheid lucht te ademen beschermt hier niet tegen. Regelmatige passende deelverversingen blijven nodig. Koud kamerluchtwater zonder verwarming of langdurig oververhit water zijn geen geschikte standaardhuisvesting.

Gedrag en groepsgrootte

De standaardkeuze is één mannetje, niet een paar of een groep vrouwtjes als eenvoudige beginnersoplossing. Mannetjes kunnen elkaar ernstig verwonden. Ook vrouwtjes kunnen agressief zijn en een permanente man-vrouwcombinatie geeft geen garantie op rust. Sommige individuen verdragen zorgvuldig gekozen medebewoners, andere niet.

Kleine vissen, garnalen en opvallende vinnen kunnen jacht of dreiggedrag uitlokken. Een apart onderkomen moet al beschikbaar zijn voordat een risicovolle combinatie wordt geprobeerd. Langdurig spiegelen of uitlokken van dreiggedrag is geen noodzakelijke verrijking. Planten, rustplaatsen en een voorspelbare verzorging zijn zinvoller.

Voeding

Gebruik een compleet bettavoer met een passende kleine deeltjesgrootte en duidelijke dierlijke component. Deze vis zoekt van nature vooral kleine dierlijke prooien. Verklein vlokken indien nodig en controleer of de vis daadwerkelijk slikt. Eén à twee kleine maaltijden per dag zijn praktischer dan één grote hoeveelheid; pas de portie aan lichaamsconditie en opname aan.

Geschikte kleine levende of ontdooide ongewervelden zorgen voor afwisseling. Gedroogde Daphnia is slechts aanvullend voer, geen volledige voeding en geen behandeling voor iedere buikklacht. Verwijder resten en voorkom dat het voer door een sterke uitstroom onbereikbaar wordt.

Kweek

Kweek is een apart, voorbereid project. Het mannetje bouwt een schuimnest en verzorgt eieren en aanvankelijk larven. De introductie van een vrouwtje kan agressie veroorzaken en vereist voortdurend toezicht en een veilige uitwijkmogelijkheid. Na het afzetten wordt het vrouwtje doorgaans verwijderd; ook het mannetje wordt verwijderd wanneer de jongen vrijzwemmen.

De eerste voeding moet microscopisch klein zijn, later volgen passende naupliën. Warme vochtige lucht en een zachte filterwerking zijn belangrijk tijdens de ontwikkeling. Begin niet zonder ruimte, fijn startvoer en een plan voor het later scheiden en onderbrengen van de jongen.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen