Geweislak
Clithon corona

De gehoornde nerietslak is een kleine grazer voor een aquarium waarin al voldoende aangroei aanwezig is. Clithon corona zoekt voedsel op glas, hout, stenen en plantbladeren. De kleine stekels op de schelp vallen op, maar hun vorm en aantal kunnen verschillen. Koop deze slak niet als automatische oplossing voor een pas ingerichte of algenvrije bak. Ze moet werkelijk voedsel kunnen vinden en niet alleen tussen mooie decoratie rondkruipen. De soort plant zich niet als een kolonie posthoornslakken in een gewoon zoetwateraquarium voort. Toch kunnen er eicapsules op harde oppervlakken verschijnen. Deze gids gaat over de verzorging van de volwassen slak.
Aquarium samenstellen →In één oogopslag
- Temperatuur
- 22–28 °C
- pH
- 7,0–8,5
- GH
- 5–22 °dGH
- KH
- 3–12 °dKH
- Moeilijkheid
- Eenvoudig
- Dieet
- Planteneter
- Plantenveilig
- Ja
- Minimale aquariuminhoud
- Vanaf 20 L
- Volwassen formaat
- Ongeveer 1–2,5 cm
- Zwemlaag
- Bodem
- Gedrag
- Vreedzaam
- Beschutting
- Geschikte planten, Hout
Getallen zijn voorzichtige verzorgingsrichtlijnen, geen volledige bezettingsberekening. Ontbrekende waarden zijn niet voldoende onderbouwd. Lees inrichting, water en combinatievoorwaarden samen.
Over deze soort
Clithon corona behoort tot de Neritidae en blijft meestal rond één tot twee centimeter. De schelp kan uiteenlopende donkere, gele of groenachtige patronen hebben. Sommige stekels zijn klein of afgebroken; alleen het aantal hoorns is daarom geen sluitende determinatie. Handelsnamen als Sun Snail worden ook voor verwante slakken gebruikt. Clithon diadema en andere soorten worden hier niet stilzwijgend als hetzelfde dier behandeld. De foto is door de bron als Clithon corona geregistreerd en toont een dier uit de Filipijnen.
Natuurlijke leefomgeving
Deze slak komt uit de Indo-Pacifische regio en wordt in Zuidoost-Aziatische zoete en brakke watermilieus aangetroffen. De levenscyclus is verbonden met een larvale ontwikkeling buiten uitsluitend zoet water. Voor het aquarium is vooral een stabiele, zuurstofrijke omgeving met eetbare aangroei van belang. Geef harde oppervlakken waarop de slak kan grazen en houd enige bealgde stukken beschikbaar bij het schoonmaken. Een omgeving zonder zichtbare alg is niet vanzelf voedselloos, maar mag evenmin zonder observatie als voldoende worden beschouwd.
Aquarium en inrichting
Een ingedraaid aquarium vanaf ongeveer 20 liter kan een vertrekpunt zijn voor een enkel klein exemplaar, mits het voedseloppervlak voldoende is. Liters alleen bepalen het aantal slakken niet. Voeg niet ineens veel dieren toe om glas sneller schoon te krijgen: het aanbod kan daarna abrupt tekortschieten. Gebruik stabiele stenen en planten met bereikbare bladeren. Slakken kunnen boven de waterlijn komen, dus sluit ontsnappingsroutes af. Bescherm ze bij het schoonmaken van glas en filterinlaten; forceer een stevig vastzittend dier niet van het oppervlak.
Waterwaarden
Een temperatuur van ongeveer 22–28 °C en een neutrale tot licht alkalische pH passen bij de gebruikelijke verzorgingsadviezen. Vermijd langdurig zuur, zeer mineraalarm water wanneer de schelp achteruitgaat. GH en KH helpen de omstandigheden te beschrijven, maar een getal alleen vertelt niet alles over schelpkwaliteit. Kies binnen de centrale bereiken voor stabiliteit en vraag naar het herkomstwater. Gebruik geen grote, snelle hardheidscorrecties om een beschadiging te proberen te herstellen. Geleidbaarheid wordt niet als exact soortspecifiek doel opgegeven.
Gedrag en groepsgrootte
De slak is vreedzaam en hoeft niet in een school of vaste sociale groep te leven. Het aantal dieren moet vooral aansluiten bij het beschikbare voedsel. Laat haar rustig wennen en controleer of ze op verschillende oppervlakken actief graast. Langdurig gesloten blijven kan meerdere oorzaken hebben; trek niet aan de voet om activiteit af te dwingen. Bij een omgevallen dier kun je voorzichtig een bereikbare stevige ondergrond aanbieden. Houd rekening met kleine slakken bij snoeien en het uitnemen van stenen.
Voeding
Zachte algenfilms en biofilm vormen het belangrijkste graasmenu. Niet iedere Clithon accepteert meteen een voertablet of groente. Een aanbevolen voerproduct moet daarom meer onderbouwing hebben dan alleen het woord algen in de productnaam. Observeer daadwerkelijke opname van aanvullingen en verwijder resten. Bealgde stenen uit het eigen veilige aquarium kunnen extra bereikbaar oppervlak bieden; neem geen onbekend materiaal uit buitenwater mee. Houd bij meerdere grazers rekening met concurrentie en laat niet alle oppervlakken tegelijk volledig schoon worden.
Kweek
Op harde oppervlakken kunnen kleine lichte eicapsules worden afgezet. Daaruit ontstaat in een normaal zoetwateraquarium geen vanzelfgroeiende slakkenpopulatie. De larvale ontwikkeling vraagt andere omstandigheden en is geen eenvoudig project voor de gewone gezelschapsbak. Eicapsules zijn daarom iets anders dan een plotselinge plaag. Verplaats een volwassen slak niet naar zout water alleen omdat er eieren zijn verschenen. Voor gerichte kweek zijn betrouwbare soortidentificatie en gespecialiseerde informatie nodig; hier wordt geen onbewezen kweekrecept gegeven.
Samenhouden met vissen
Rustige kleine vissen kunnen passen, maar een schelp beschermt niet tegen alle schade. Vissen kunnen naar tentakels of de voet pikken terwijl de slak probeert te eten. Slakkenetende soorten en blijvende belagers zijn ongeschikt, ongeacht overlap in temperatuur. Ook voedselconcurrentie telt mee: een bak met veel grazers kan te weinig eetbare aangroei hebben. Controleer de afzonderlijke compatibiliteitskaarten en observeer het gedrag na plaatsing. Een slak die steeds gesloten blijft, vervult geen normale actieve levenswijze.
Samenhouden met andere ongewervelden
Kleine vreedzame garnalen en andere niet-roofzuchtige slakken kunnen onder passende omstandigheden worden gecombineerd. Ze delen wel een deel van het voedseloppervlak. Een kweekbak voor bijengarnalen met zeer lage KH en zure pH is daarom niet automatisch een goede plek voor Clithon. Kreeften kunnen aan uitstekende lichaamsdelen grijpen en roofslakken worden niet als veilige partners beschouwd. Let bij toevoegen van een soort op haar werkelijke waterbehoefte, eetwijze en ruimtegebruik, niet alleen op het label ongewervelde.
Pantser, schelp en mineralen
Een slak vervelt niet zoals een garnaal: de schelp groeit verder en oude beschadigde delen verdwijnen niet via een nieuwe huid. Schelpkwaliteit hangt samen met omstandigheden en voeding. Kalk of mineraalproducten toevoegen zonder wateranalyse is geen vanzelfsprekende oplossing. Bekijk of de nieuwe groei beter wordt en onderzoek te zuur water of mechanische beschadiging. De kwetsbare schelprand vraagt voorzichtig hanteren. Gebruik het uiterlijk niet als enige maatstaf en controleer ook activiteit en voedselopname.
Mogelijke problemen
Onvoldoende aangroei in een jonge bak is een belangrijk risico. Blijvend terugtrekken kan daarnaast passen bij belaging of ongeschikt water. Controleer vóór iedere behandeling of het middel geschikt is voor slakken; koperhoudende of slakkenbestrijdende producten kunnen schadelijk zijn. Een rustende slak is niet zonder meer dood. Bij twijfel of meerdere getroffen dieren is deskundige beoordeling verstandig. Noteer recente veranderingen en laat de dierbezetting niet oplopen zolang voedselvoorziening en oorzaak van afwijkend gedrag onduidelijk zijn.
Bronnen & controle
Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .










