Tijgergarnaal
Caridina mariae

De tijgergarnaal combineert een transparant lichaam met een opvallend donker strepenpatroon. Caridina mariae is een eigen soort, geen gestreepte vuurgarnaal en ook niet eenvoudigweg dezelfde garnaal als een bijengarnaal. Ze wordt in verschillende geselecteerde kleuren gehouden, maar haar verzorging moet aansluiten bij de betreffende lijn en bij stabiel water. Een goed ingedraaid, fijn beplant soortaquarium maakt eten, vervellen en voortplanting het best te volgen. In een gemengd aquarium is vooral de overleving van kleine jongen onzeker. Deze gids behandelt de soort met het karakteristieke tijgerpatroon; voor onduidelijke commerciële kruisingen is aanvullende herkomstinformatie nodig.
Aquarium samenstellen →In één oogopslag
- Temperatuur
- 20–24 °C
- pH
- 6,5–7,5
- GH
- 6–12 °dGH
- KH
- 1–6 °dKH
- Moeilijkheid
- Gemiddeld
- Dieet
- Alleseter
- Plantenveilig
- Ja
- Minimale aquariuminhoud
- Vanaf 30 L
- Volwassen formaat
- Ongeveer 2,5–3 cm
- Groepsgrootte
- Vanaf 10 dieren
- Zwemlaag
- Bodem
- Gedrag
- Vreedzaam
- Beschutting
- Geschikte planten, Hout
Getallen zijn voorzichtige verzorgingsrichtlijnen, geen volledige bezettingsberekening. Ontbrekende waarden zijn niet voldoende onderbouwd. Lees inrichting, water en combinatievoorwaarden samen.
Over deze soort
Caridina mariae werd in 2014 formeel beschreven. Oudere aquariumteksten gebruiken geregeld Caridina cf. cantonensis voor tijgergarnalen, waardoor verschillende soorten onder dezelfde naam terechtkomen. De schuine donkere banden op een betrekkelijk doorzichtig lichaam helpen bij herkenning, maar een kleurselectie kan die kenmerken veranderen. Volwassen dieren worden grofweg tweeënhalf tot drie centimeter. Vrouwtjes zijn meestal steviger gebouwd en zijn bij gedragen eieren duidelijk te herkennen. De gewone tijgertekening op de foto is geen afbeelding van iedere blauwe, rode of oranje-ogige handelslijn.
Natuurlijke leefomgeving
De soort heeft haar oorsprong in Zuid-China. De oorspronkelijke soortbeschrijving koppelt de identiteit aan onderzochte dieren en vindplaatsen, terwijl aquariumlijnen ondertussen onder uiteenlopende omstandigheden worden gekweekt. Verwar daarom een wild gemeten lage geleidbaarheid niet met een verplicht minimum voor iedere kweeklijn. Een aquarium met schone, zuurstofrijke omstandigheden en veel begroeide oppervlakken sluit praktisch aan bij het graasgedrag. Hout en planten mogen luwere plekjes maken, zonder dat stilstaande, vervuilde hoeken ontstaan.
Aquarium en inrichting
Voorzie bij voorkeur minstens 30 liter voor een startgroep van tien dieren. Het volume is een praktisch vertrekpunt voor stabiel onderhoud; voor vissen erbij gelden hun eigen ruimte-eisen. Gebruik een garnalenveilige filterinlaat en houd fijne sponsen vrij van overmatige vervuiling. Zet mos op hout of steen en maak een overzichtelijke voerplek. Een neutrale bodem kan geschikt zijn wanneer het water al past. Actieve soil is geen standaardverplichting voor iedere tijgerlijn en kan bij ondoordacht gebruik juist onnodige verandering veroorzaken.
Waterwaarden
Een gematigde temperatuur rond 20–24 °C en een licht zure tot neutrale omgeving zijn een bruikbare keuze. Tijgerlijnen worden vaak met wat meer GH en KH gehouden dan sterk geselecteerde bijengarnalen. Vraag daarom naar de gemeten kweekwaarden en bereid de overgang zorgvuldig voor. De centrale waarden zijn een conservatief onderhoudsbereik, geen claim dat elk dier daar zonder gewenning kan worden ingezet. Meet GH en KH afzonderlijk. Gebruik geleidbaarheid vooral om veranderingen te volgen; zonder kennis van de samenstelling is een TDS-getal geen volledige wateranalyse.
Gedrag en groepsgrootte
Tijgergarnalen grazen over het hele bereikbare oppervlak en zoeken beschutting bij verstoring. Hun kleine formaat maakt rustige medebewoners en controleerbare voerplekken belangrijk. Een enkele garnaal die wegkruipt kan vervellen; een hele groep die langdurig verdwijnt vraagt controle van belagers en omstandigheden. Til hout niet abrupt op en controleer plantensnoeisel op jongen. Breid een groep niet uitsluitend uit omdat er visueel nog ruimte is: ook de hoeveelheid aangroei en de betrouwbaarheid van het onderhoud bepalen de capaciteit.
Voeding
Geef toegang tot biofilm en vul gericht aan met volledig voer voor kleine grazende garnalen. De dieren kunnen langzaam aan een zinkend korreltje eten; de diameter hoeft daarom niet dezelfde betekenis te hebben als bij een vis die het hele korreltje inslikt. Toch zijn enorme of harde brokken onpraktisch. Verdeel kleine porties en voorkom dat sneller etende medebewoners alles meenemen. Geschikte droge bladeren kunnen extra graasoppervlak geven. Laat het aquarium niet verkommeren om zogenaamd voldoende detritus te kweken: voedselrijk oppervlak en slechte waterkwaliteit zijn verschillende zaken.
Kweek
Een vrouwtje draagt de eieren onder het achterlijf en laat na ontwikkeling kleine zoetwatergarnalen vrij. Er is geen noodzakelijke zoutwaterlarvenfase. De draagtijd varieert met omstandigheden, zodat een algemene periode van enkele weken passender is dan een exacte belofte. Jonge dieren hebben dichtbij schuilplaatsen voedsel nodig en moeten buiten de filterinlaat blijven. Tijger- en bijenlijnen kunnen worden gekruist; moderne handelsnamen beschrijven soms zulke mengvormen. Houd de herkomst apart bij wanneer je soortzuivere of lijnzuivere nakweek wilt aanbieden.
Samenhouden met vissen
De combinatie met kleine vissen blijft een afweging tussen volwassen overleving en opgroei van jongen. Een rustige tetra kan een grote tijgergarnaal laten lopen en toch een pasgeboren dier pakken. Dichte begroeiing verandert dat risico niet in veiligheid. Betta's en territoriale dwergcichliden kunnen ook grotere garnalen blijven belagen. Kies een groter, passend ingericht aquarium wanneer je bewust medebewoners wilt proberen en zorg dat scheiden mogelijk blijft. Beoordeel de concrete vissoort in de kaarten, inclusief waterwaarden en gedrag.
Samenhouden met andere ongewervelden
Kleine vreedzame slakken kunnen mogelijk passen, maar hun behoefte aan schelpvriendelijk water moet aansluiten bij de gekozen tijgerlijn. Neocaridina en tijgergarnalen zijn niet dezelfde soort; hun samenhouden vraagt nog steeds controle van voedselconcurrentie en water. Bijengarnalen brengen een kruisingsvraag én mogelijk een ander waterdoel mee. Dwergkreeften kunnen kleine garnalen grijpen en zijn daarom geen logische aanvulling op een kweekgroep. Een gedeeld etiket zoetwater zegt niets over de veiligheid van een combinatie.
Pantser, schelp en mineralen
Vervellen hoort bij normale groei en vernieuwing van het pantser. Zorg voor meerdere beschutte plekken zodat een zacht dier niet afhankelijk is van één druk bezochte grot. Houd minerale samenstelling en verversingsroutine voorspelbaar. Een lege huid kan blijven liggen zolang de bak normaal onderhouden wordt. Bij problemen is eerst onderzoek nodig naar waterwissels, temperatuur, voeding en andere belasting. Extra calcium, zout of vitaminen toevoegen zonder vastgestelde noodzaak is geen standaardonderdeel van deze verzorging.
Mogelijke problemen
Sterfte na verandering moet aanleiding zijn om het onderhoud en gemeten waterwaarden na te lopen. Let op filterwerking en zuurstof, vooral wanneer het warmer wordt. Gebruik geen koperhoudende behandeling of ander middel zonder expliciete geschiktheid voor deze dieren en de bedoelde toepassing te controleren. Een witte plek, kleurverlies of minder activiteit kent verschillende mogelijke oorzaken en is geen voldoende diagnose. Bij aanhoudende afwijkingen helpt een deskundige beoordeling meer dan lukraak behandelen of de hele bak ineens veranderen.
Bronnen & controle
Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .











