Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Guppy

Poecilia reticulata

Guppy — Poecilia reticulata
Foto: Federico Cisnetti · Bron · CC BY-SA 3.0Verkleind en gecomprimeerd; geen uitsnede of kleurwijziging.

De guppy, Poecilia reticulata, is bekend om zijn kleurrijke mannetjes en snelle voortplanting. Juist doordat hij zo vertrouwd is, wordt zijn verzorging soms onderschat. Een gezonde groep heeft zwemruimte, mineraalrijk water en rustplekken nodig; een klein kommetje wordt niet geschikt doordat de vis goedkoop of gemakkelijk verkrijgbaar is. Bij sierguppen kunnen grote staarten de keuze van stroming en medebewoners extra belangrijk maken. Vrouwtjes krijgen in een gemengde groep veel aandacht van mannetjes en kunnen ook na een verhuizing zonder mannetjes nog jongen krijgen. Denk daarom vooraf na over de samenstelling en groei van de groep. Deze gids richt zich op de gewone guppy en zijn aquariumvormen. De nauw verwante Endler wordt apart behandeld, omdat de herkomst van kweeklijnen en het voorkomen van ongewenste kruisingen aandacht verdienen.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
23–25 °C
pH
7,0–8,0
GH
9–20 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 60 cm
Volwassen formaat
Ongeveer 6 cm
Groepsgrootte
Vanaf 6 dieren
Zwemlaag
Oppervlak, Midden
Gedrag
Vreedzaam
Beschutting
Planten en beschutte zones
Hoofdvoer
Fijn vlokkenvoer
Aanvullend voer
Levend voer, Diepvriesvoer, Fijngemaakt gedroogd natuurvoer

Neem minimaal zestig centimeter aquariumlengte voor een bescheiden groep. Tachtig centimeter geeft meer ruimte om uit te wijken en is verstandiger bij een groeiende kolonie of medebewoners. Plan de volwassen bezetting, niet alleen het aantal kleine vissen op de aankoopdag. Meer hoogte boven een kleine bodem lost onderlinge achtervolgingen niet op.

Over deze soort

Mannetjes zijn meestal kleiner en opvallender gekleurd dan vrouwtjes. Reken bij volwassen vrouwtjes op ongeveer zes centimeter; verschillende kweekvormen kunnen in lichaamsbouw en staartvorm duidelijk verschillen. Het gonopodium, de smalle aangepaste aarsvin van het mannetje, is nuttiger voor geslachtsherkenning dan kleur alleen.

Een heel grote waaierstaart is geen gezondheidskenmerk. Bekijk of het dier normaal zwemt, zijn vinnen gebruikt en actief voedsel opneemt. Een foto van een siergup vertelt niets zekers over de geografische oorsprong van de lijn. Koop bij voorkeur dieren waarvan de kweker de achtergrond en gehouden waterwaarden kent. Houd zulke gegevens bij wanneer je zelf met een herkenbare lijn wilt kweken.

Natuurlijke leefomgeving

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied ligt in noordoostelijk Zuid-Amerika en het zuidelijke Caribische gebied. Onderzoek aan guppen uit Trinidad laat zien dat zelfs nabije populaties in verschillende omstandigheden leven. Voedselaanbod, beschaduwing en aanwezigheid van roofvissen beïnvloeden hun leefwijze. Inmiddels bestaan ook uitgezette populaties buiten het oorspronkelijke gebied; dat is geen reden aquariumvissen los te laten.

Guppen gebruiken onder meer oeverzones met begroeiing en oppervlakken waarop voedsel te vinden is. Vertaal dat naar een aquarium met beplante randen en toegankelijke open plekken. Het natuurlijke voedsel bestaat niet overal uitsluitend uit muggenlarven: veldonderzoek vond ook algen, detritus en andere kleine organismen. Een veelzijdige leefomgeving is dus passender dan een kale bak waarin alleen aan de oppervlakte wordt gevoerd.

Aquarium en inrichting

Neem minimaal zestig centimeter aquariumlengte voor een bescheiden groep. Tachtig centimeter geeft meer ruimte om uit te wijken en is verstandiger bij een groeiende kolonie of medebewoners. Plan de volwassen bezetting, niet alleen het aantal kleine vissen op de aankoopdag. Meer hoogte boven een kleine bodem lost onderlinge achtervolgingen niet op.

Verdeel hoge planten en beschutting over meerdere plekken en houd zwemruimte aan de voorzijde vrij. Drijvende wortels kunnen jongen dekking geven, zolang het oppervlak niet volledig dichtgroeit. Richt de filteruitstroom zo dat langvinnige dieren niet voortdurend tegen sterke stroming hoeven te vechten. Bescherm de inlaat wanneer jongen worden verwacht en sluit ontsnappingsopeningen af. Verwijder overtollige planten geleidelijk zodat niet ineens alle rustplekken verdwijnen.

Waterwaarden

Voor de dagelijkse verzorging gebruiken we 23–25 °C, pH 7–8 en GH 9–20. Dit is een onderhoudsadvies voor de aquariumgup, geen samenvatting van alle uitersten waarin ergens wilde guppen voorkomen. Zacht zuur water is geen vanzelfsprekende keuze omdat sommige kleine tetra's daarin worden gehouden.

Vergelijk je kraanwater met dat van de kweker en verander de samenstelling niet plotseling. Gewoon zout toevoegen is geen vervanging voor een passende hardheid. Een toenemend aantal jongen kan de waterbelasting ongemerkt vergroten: test ammonium, nitriet en nitraat en pas verversingen aan de werkelijke bezetting aan. Let bij warm weer op ademhaling en zuurstofvoorziening. Herhaald schommelen of geknepen vinnen vraagt onderzoek naar de oorzaak, niet automatisch een nieuw middel in het water.

Gedrag en groepsgrootte

Guppen zijn sociale vissen, maar een vreedzaam etiket sluit overlast binnen de groep niet uit. Voor een gemengde groep is één mannetje met meerdere vrouwtjes een bruikbaar uitgangspunt; houd ongeveer twee tot vijf vrouwtjes per mannetje. Kijk vervolgens naar de dieren zelf. Voortdurend wegduiken of niet meer eten betekent dat de verdeling of inrichting niet werkt.

Een groep van alleen mannetjes voorkomt geboortes, maar kan nog steeds onderlinge achtervolgingen vertonen. Geef voldoende uitwijkruimte en observeer de groep na veranderingen. Een vrouwtjesgroep is niet gegarandeerd zonder jongen wanneer dieren eerder gepaard hebben. Vermijd vinnenbijters en grote rovers; combineer ook niet alleen op basis van een gedeelde temperatuur. Houd guppen en Endlers gescheiden wanneer de afstamming behouden moet blijven.

Voeding

Gebruik een fijn volledig voer voor kleine allesetende vissen, met zowel dierlijke als plantaardige bestanddelen. Guppen kunnen aan de oppervlakte en in het water voedsel opnemen. Kleine vlokken of langzaam zinkende korrels zijn praktisch, mits de vissen ze gemakkelijk doorslikken. Dat ze aan algen pikken betekent niet dat een aquarium zonder gericht voeren voldoende voeding levert.

Afwisseling kan bestaan uit passende kleine levende of diepvriesdieren en een aanvullend voer zoals gedroogde watervlooien. Geef meerdere vissen toegang tot de portie, ook minder snelle vrouwtjes. Controleer restanten tussen dichte planten. Jonge guppen hebben fijner voer en kleine aangepaste porties nodig; steeds meer voer in de volwassen bak strooien is geen zorgvuldig opkweekplan. Beoordeel groei en conditie naast de gretigheid tijdens het voeren.

Kweek

Na inwendige bevruchting brengt het vrouwtje vrijzwemmende jongen ter wereld. Er is geen gezamenlijk bewaakt nest. Spermaopslag maakt volgende worpen mogelijk zonder opnieuw aanwezige mannetjes. De huidige vaderlijke bezetting vertelt dus niet zeker van welk mannetje een jong afstamt. Voor gerichte lijnkweek moeten geslachten tijdig en zorgvuldig worden gescheiden.

Dichte fijne begroeiing geeft jongen schuilplaatsen; volwassen vissen kunnen ze opeten. Wie veel jongen wil grootbrengen, bereidt een ingedraaid opkweekaquarium en passende afzetadressen voor. Een klein drijvend bakje is geen langdurige huisvesting voor een hoogzwanger vrouwtje of groeiende jongen. Verplaats dieren rustig en voorkom herhaald vangen om een geboorte af te dwingen. Snelle voortplanting is pas een succes wanneer ook de volgende generatie gezond en verantwoord gehouden kan worden.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen