Pauwgrondel
Tateurndina ocellicauda

De pauwgrondel (Tateurndina ocellicauda) is een kleurrijke bodembewoner uit Oost-Papoea-Nieuw-Guinea. Ondanks de handelsnaam is het geen echte grondel uit de familie Gobiidae, maar een slaapgrondel uit de Eleotridae. Hij zoekt graag beschutting, gebruikt kleine grotten als schuil- en nestplek en kan tussen soortgenoten wat territoriaal zijn. Een beplante bak met hout, stenen en rustige hoekjes helpt hem zich zichtbaar en zeker te voelen. De soort kan samen met kleine, vreedzame vissen worden gehouden, maar alleen als ruimte, waterwaarden, voedselopname en broedterritoria werkelijk passen. Let ook op herkomst: de soort staat als Kwetsbaar beoordeeld op de IUCN Rode Lijst. Vraag daarom naar aantoonbaar nakweek en koop geen vis waarvan de herkomst onbekend blijft.
Aquarium samenstellen →In één oogopslag
- Temperatuur
- 22–26 °C
- pH
- 6,5–7,5
- GH
- 5–10 °dGH
- Aquariumlengte
- Vanaf 45 cm
- Volwassen formaat
- Tot 7,5 cm
- Groepsgrootte
- Vanaf 2 dieren
- Zwemlaag
- Bodem
- Gedrag
- Vreedzaam, Territoriaal
Over deze soort
De pauwgrondel heeft een langwerpig lichaam met een grote kop, opvallende ogen en iriserende blauwgroene tinten met oranjerode vlekken en banden. Het kleurpatroon en de ronde staart verklaren de naam pauwgrondel. De handelsnaam is taxonomisch misleidend: Tateurndina ocellicauda hoort bij de Eleotridae, de slaapgrondels, en niet bij de Gobiidae. Echte grondels hebben doorgaans vergroeide buikvinnen die als zuignap dienen; dit kenmerk ontbreekt bij deze soort.
FishBase vermeldt een maximale lengte van 7,5 cm totaal, terwijl aquariumprofielen dezelfde orde van grootte soms als standaardlengte opgeven. Omdat meetwijze en opgegeven volwassen maat uiteenlopen, is één exacte volwassen lengte hier niet als vaste verwachting gepresenteerd. Mannetjes worden doorgaans groter en ontwikkelen bij volwassenheid een bult achter de kop; vrouwtjes hebben vaak een gelere buik. Kleur alleen is geen betrouwbare geslachtsbepaling. De soort is in 2020 als Kwetsbaar beoordeeld op de IUCN Rode Lijst. Vraag bij aanschaf naar nakweek en herkomst en vermijd dieren waarvan die informatie ontbreekt.
Natuurlijke leefomgeving
De soort is bekend uit het oosten van Papoea-Nieuw-Guinea. Bronnen beschrijven laaglandstromen, vijvers en rivieren in bosrijke gebieden. Ze wordt gezien in beschutte, begroeide wateren en zwemt daar losjes bij elkaar, vaak dicht bij de bodem. De soortnaam en algemene verspreidingsinformatie geven geen zekerheid over de exacte rivier of waterchemie van een aquariumhandelsspecimen.
Vertaal de leefwijze daarom naar structuur en rust, niet naar een nagebootst ‘wildwaterrecept’. Wortels, stenen, planten en kleine donkere grotten geven dekking en bieden potentiële nestplaatsen. Laat tegelijk voldoende open zwemruimte over. Een donkere bodem kan de vis helpen zich minder blootgesteld te voelen, maar is geen vereiste waterbehandeling. De soort houdt van schoon, stabiel water en verdraagt geen krachtige stroming door de hele verblijfzone. Zorg wel voor filtratie en gasuitwisseling; ‘rustig’ betekent niet stilstaand of zuurstofarm water.
Aquarium en inrichting
Een bodemmaat van ongeveer 45 × 30 cm wordt in een gespecialiseerd aquariumprofiel genoemd voor volwassen dieren; dat is een ondergrens voor een kleine bezetting, geen garantie dat iedere gezelschapscombinatie daar voldoende ruimte heeft. Voeg grotere of territoriale medebewoners alleen toe als de totale bak meer bodemoppervlak en meerdere uitwijkroutes biedt. Een minimumvolume in liters is hier niet vastgesteld: de genoemde bodemmaat is bruikbaarder dan een los litergetal, en hoogte kan een krappe bodem niet compenseren.
Richt de bodemzone in met hout, stenen, planten en meer dan één passende grot of spleet, zodat vissen niet om één schuilplaats hoeven te vechten. Vermijd scherpe randen en zorg dat decoratie stabiel staat. Houd de stroming gematigd tot rustig, met gefilterd water en voldoende zuurstofuitwisseling. Plaats een goed sluitend deksel en sluit openingen rond kabels en slangen: deze vis kan springen. Laat de bak biologisch indraaien en voeg dieren pas toe wanneer de waterkwaliteit stabiel is.
Waterwaarden
Een voorzichtige verzorgingsband uit het gespecialiseerde profiel is 22–26 °C, pH 6,5–7,5 en GH 5–10 °dH. Dit zijn aquariumrichtwaarden uit een verzorgingsbron, geen universeel optimum voor elke populatie. Houd waarden stabiel en baseer eventuele aanpassing op de herkomst en acclimatisatie van de dieren. Vermijd snelle pH-correcties met losse middelen; schommelingen kunnen schadelijker zijn dan een stabiele waarde die iets afwijkt van een richtpunt.
Gebruik ingedraaid biologisch filtermateriaal, test bij twijfel ammoniak en nitriet en voer regelmatige waterwissels uit met passend voorbereid water. De beschikbare bronnen geven geen betrouwbare soortspecifieke KH-doelwaarde of minimumvolume in liters; die waarden worden daarom niet ingevuld. Bij hogere temperaturen is goede gasuitwisseling extra belangrijk. Let op normale ademhaling, stabiel eetgedrag en het gebruik van schuilplaatsen. Een teruggetrokken vis vraagt om controle van stress, stroming en gezelschap, niet om onmiddellijke chemische correctie.
Gedrag en groepsgrootte
De pauwgrondel is doorgaans vreedzaam tegenover andere kleine, rustige vissen, maar kan binnen de eigen soort territoriaal gedrag tonen. Kleine groepen zijn mogelijk; soortgenoten kunnen elkaar imponeren en korte schermutselingen hebben. Bied daarom meerdere schuilplekken en zichtbarrières. Een paar is een gedocumenteerde broedcombinatie, maar dit betekent niet dat één vast geslachtsschema voor elke bak geschikt is. Observeer of dieren toegang houden tot voedsel en veilige schuilplaatsen.
Geschikte medebewoners moeten rustig eten, niet aan vinnen trekken en geen volwassen pauwgrondels als prooi zien. Beoordeel behalve temperatuur en pH ook de bodemruimte, stroming, voedselconcurrentie en eventuele broedterritoria. Kleine garnalenjongen en zeer kleine vislarven kunnen als prooi worden gezien; reken dus niet op volledige veiligheid voor nakomelingen van ongewervelden. Een bestaande relatie met het gevlekt blauwoogje is alleen voorwaardelijk: de gedeelde temperatuurruimte is smal en het blauwoogje is een actieve groepsvis. Controleer daarom extra dat beide soorten rustig eten en zich kunnen terugtrekken.
Voeding
De pauwgrondel eet dierlijk voedsel en heeft een relatief kleine bek. Kleine levende of diepvriesprooien zoals watervlooien, pekelkreeftjes en muggenlarven worden vaak beter geaccepteerd dan grof voer. Een volledig droogvoer kan onderdeel van het menu zijn als de individuele dieren het opnemen; maak vlokken zo nodig kleiner en laat ze niet uitsluitend door snellere medebewoners wegvangen. Varieer het voer en observeer de daadwerkelijke opname.
Het bestaande Tropical-vlokkenvoer is als hoofdvoer gekoppeld omdat de geverifieerde catalogusgegevens een volledig, langzaam zinkend tot drijvend omnivoor/carnivoorvoer vermelden. Bied kleine porties aan en controleer dat de grondels het eten; die koppeling vervangt geen variatie met passend dierlijk voer. Gedroogde Daphnia is als aanvullende afwisseling gekoppeld, niet als volledig hoofdvoer. Verwijder resten die blijven liggen. Een verandering in eetlust vraagt om controle van stress, concurrentie en waterkwaliteit; verhoog niet automatisch de hoeveelheid.
Kweek
De pauwgrondel is een holenbroeder. Een paar kiest en reinigt doorgaans een grot of nauwe spleet. Het vrouwtje bevestigt de eieren meestal aan het plafond of de wand van de holte, waarna het mannetje het legsel bewaakt en met zijn vinnen van water voorziet. De exacte eihoeveelheid en ontwikkelingsduur kunnen variëren; bronnen noemen niet allemaal dezelfde omstandigheden. Zie losse getallen daarom niet als vaste kweekplanning.
Voor een kweekpoging is een aparte, rustige bak met meerdere geschikte holen en schoon, stabiel water praktischer dan een snelle wijziging van pH of temperatuur. Andere vissen kunnen eieren of jongen eten. Na het uitkomen stopt de broedzorg; de jongen hebben een veilige opgroeiplek en zeer fijn passend voedsel nodig. Bronnen noemen pas uitgekomen pekelkreeftjes en microwormen voor vrijzwemmende jongen, maar succes hangt af van het moment waarop ze vrijzwemmen en hun formaat. Noteer waarnemingen van het eigen legsel en presenteer één uitkomsttijd niet als universeel.
Bronnen & controle
Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .
Bekijk de gebruikte bronnen
- Seriously Fish — Tateurndina ocellicauda — specialist husbandry profile
- FishBase — Tateurndina ocellicauda Nichols, 1955 — biological summary
- National Center for Biotechnology Information — NCBI Taxonomy Browser — Tateurndina ocellicauda
- Global Biodiversity Information Facility — GBIF Backbone exact-name match — Tateurndina ocellicauda
- IUCN — IUCN Red List — Tateurndina ocellicauda assessment
- Wikimedia Commons / Cisamarc — Tateurndina ocellicauda, male — image and licence record



