Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Medaka

Oryzias latipes

Medaka (Oryzias latipes)
Foto: Seotaro / Estrilda · Bron · CC BY-SA 3.0Verkleind en gecomprimeerd; geen uitsnede of kleurwijziging.

De medaka (Oryzias latipes) is een kleine Japanse rijstvis die vaak boven in het water zwemt. Wildkleurige dieren zijn vrij bescheiden gekleurd; de vele gekweekte vormen kunnen juist zilveren, oranje of opvallend glanzende patronen hebben. De soort is interessant voor een rustig, relatief koel aquarium, maar niet automatisch voor iedere warme gezelschapsbak. Vooral het bijzondere voortplantingsgedrag valt op: een vrouwtje kan na de bevruchting tijdelijk een trosje eieren onder het lichaam dragen voordat ze die tussen planten afzet. Dat is iets anders dan levendbarend zijn. Wie medaka’s wil houden, plant eerst een geschikte groep, bewaakt de temperatuur en zorgt dat ook kleine vissen daadwerkelijk bij hun voedsel kunnen komen.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
18–22 °C
pH
7,0–8,0
GH
9–19 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 45 cm
Volwassen formaat
Ongeveer 3,6–4 cm
Groepsgrootte
Vanaf 8 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

Oryzias latipes behoort tot de Adrianichthyidae. De wetenschappelijke naam is belangrijk omdat medaka als handelsnaam ruimer wordt gebruikt. De noordelijke Japanse rijstvis Oryzias sakaizumii is een andere soort, en oudere verspreidingsgegevens kunnen ook andere verwante rijstvissen omvatten. Kleurnamen zoals Miyuki of Yokihi beschrijven kweeklijnen, geen nieuwe biologische soorten. Een kostbare kleurvariant verdient dezelfde zorg voor waterkwaliteit en ruimte als een wildkleurig dier.

De geraadpleegde gegevens noemen ongeveer 3,6–4 cm standaardlengte, dus zonder staartvin. Mannetjes kunnen grotere rug- en aarsvinnen hebben; lichaamsvorm en vinvorm helpen bij geslachtsonderscheid, maar een foto van een onvolgroeid dier geeft niet altijd zekerheid. De bovenstandige bek past bij voedselopname dicht bij het oppervlak. Onze foto toont een wildkleurig exemplaar met bekende herkomst uit Hamamatsu in Japan. Niet iedere glanzende of doorschijnende aquariumvorm ziet er precies zo uit, en kleur alleen is geen betrouwbare soortdeterminatie.

Natuurlijke leefomgeving

Deze gids gaat over de zuidelijke Japanse medaka. Oude bronnen noemen een veel groter Aziatisch verspreidingsgebied; door latere taxonomische splitsingen nemen we die opsomming niet zonder voorbehoud over. Ondiepe rustige wateren, irrigatiekanalen en rijstveldachtige omgevingen verklaren de belangstelling voor open oppervlakken en begroeiing langs de rand. Zulke leefgebieden veranderen met seizoen en weer. Dat betekent niet dat ieder gekweekt visje zonder voorbereiding tegen alle buitentemperaturen kan.

In een aquarium zijn fijne planten, beschutting en een vrij oppervlak praktisch bruikbaar. Cryptocoryne kan de rand vullen zonder sterke waterbeweging te vragen. Een zomerse buitenbak is een andere opstelling dan een stabiel binnenaquarium: kleine donkere bakken kunnen in de zon snel opwarmen, terwijl regen samenstelling en waterstand verandert. Voorkom ontsnapping via overloop en verplaats nooit vissen of planten naar natuurlijke wateren. Deze gids geeft geen garantie op veilige overwintering onder ijs en behandelt kweekdieren niet als automatisch winterhard.

Aquarium en inrichting

Een bodemmaat van ten minste 45 × 30 cm is de geraadpleegde ondergrens voor een eigen groep. Maak daar geen algemene toestemming van voor een volle gezelschapsbak. Voor extra soorten zijn meer zwemruimte, afzonderlijke voerplekken en een opnieuw beoordeelde totale bezetting nodig. Hoogte en liters alleen zijn bij deze kleine oppervlaktevis minder informatief dan de werkelijk vrije horizontale ruimte.

Plant de randen en laat een open zone over waar voedsel zichtbaar blijft. Een rustig werkend, ingedraaid filter houdt afvalverwerking op gang zonder de vissen voortdurend van het oppervlak weg te duwen. Bescherm de aanzuiging wanneer er jongen aanwezig kunnen zijn. Sluit ontsnappingsopeningen af en controleer ook kabeldoorvoeren. Een brede voederplek is nuttiger dan een klein gat tussen een dicht tapijt drijfplanten. Richt de bak zo in dat dieren kunnen uitwijken tijdens korte achtervolgingen en dat u dagelijks kunt zien of iedereen eet.

Waterwaarden

Als conservatief uitgangspunt voor gewone binnenverzorging gebruiken we 18–22 °C, pH 7–8 en GH 9–19. Bronnen vermelden ruimere bereiken en laboratoria houden specifieke lijnen ook warmer. Dat zijn verschillende doelen en omstandigheden: een onderzoekstemperatuur voor gecontroleerde voortplanting is geen verplicht jaarrond advies voor een huiskameraquarium. Vraag naar de bestaande omstandigheden van de gekochte lijn en vermijd plotselinge veranderingen.

Controleer een onverwarmd aquarium met een thermometer; onverwarmd betekent niet automatisch koel genoeg tijdens een hittegolf. Verhoog bij warmte de aandacht voor gasuitwisseling en waterkwaliteit zonder ijskoud water ineens toe te voegen. Meet ammoniak/ammonium en nitriet en voer passende gedeeltelijke waterwissels uit. Voeg niet standaard zout toe omdat de soort zout kan verdragen: gewone zoetwaterkweeklijnen vragen niet vanzelf brak water. Zonder voldoende lijnspecifieke onderbouwing vullen we geen zoutdosering of KH-doel in.

Gedrag en groepsgrootte

Houd minimaal acht medaka’s samen. Het zijn doorgaans vreedzame groepsvissen, maar mannetjes kunnen tijdens de voortplanting kortstondig een plekje verdedigen en achter andere dieren aan gaan. Zorg daarom voor zichtonderbrekingen en controleer of een vrouwtje niet onafgebroken wordt opgejaagd. Meer kleurvormen bij elkaar zetten maakt de groep niet biologisch diverser; bij voortplanting kunnen de zorgvuldig gekweekte eigenschappen bovendien door elkaar gaan lopen.

Een rustige soortbak is vaak overzichtelijker dan een druk gezelschapsaquarium. De combinatie met een Siamese kempvis raden we af: diens bestaande verzorgingsprofiel vraagt warmer water, en beide vissen gebruiken veel van de bovenste zone. Een gedeelde pH alleen heft die verschillen niet op. Houd ook verwante Oryzias-soorten apart als zuivere soort- of kweeklijnen belangrijk zijn. Vreedzaam gedrag tegenover volwassen vissen sluit predatie op kleine jongen of garnalen niet uit. Voor succesvolle opgroei is een afzonderlijke, goed gecontroleerde ruimte vaak de veiligere keuze.

Voeding

Medaka’s nemen kleine dierlijke prooien en passend droogvoer op. Gebruik een volledig voer met voldoende kleine deeltjes als basis en wissel af met geschikte kleine levende of diepvriesprooien. Een grove vlok kan op het oppervlak blijven liggen zonder dat de vis er goed van kan eten. Verkruimel daarom waar nodig en controleer het doorslikken. Voer in een rustige oppervlaktezone, zodat het voedsel niet meteen in het filter verdwijnt.

De gekoppelde volledige Supervit-vlokken en aanvullende gedroogde watervlooien hebben verschillende functies. Daphnia alleen is geen compleet menu. Geef kleine porties en kijk of minder dominante dieren ook voedsel pakken. Pas de hoeveelheid aan eetlust, temperatuur en lichaamsconditie aan; een laboratoriumschema met voortdurend beschikbaar voer is geen huisregel voor een kleine bak. Verwijder resten voordat ze tussen planten rotten. Voor pas uitgekomen jongen zijn de volwassen producten niet automatisch geschikt: hun startvoer moet apart op werkelijke opname worden beoordeeld.

Kweek

Na de bevruchting draagt het vrouwtje vaak tijdelijk een zichtbaar trosje kleverige eieren. Vervolgens worden die aan fijn plantmateriaal of een geschikte kweekmop bevestigd. Trek niet aan een dragend vrouwtje om de eieren te verwijderen. Voor een gerichte kweek kan het afzetsubstraat voorzichtig worden gecontroleerd en kunnen eieren naar een aparte opgroeiruimte met overeenkomstig water worden overgebracht. Houd verschillende lijnen gescheiden en leg de afzetdatum vast, zodat leeftijden niet ongemerkt door elkaar raken.

Bereid fijn startvoer voor en observeer of de jongen werkelijk eten. Institutionele protocollen gebruiken onder andere pantoffeldiertjes en fijn voer, met later passende Artemia; andere methoden gebruiken zeer jonge Artemia eerder. De grootte en opname bepalen de keuze, niet alleen een kalenderdag. Grotere jongen kunnen veel kleinere opeten. Verdeel sterk uiteenlopende maten daarom over aparte groepen, bescherm de filterinlaat en houd het oppervlak vrij van vervuiling. Een paar spontaan overlevende jongen bewijzen niet dat alle jongen in een beplante gezelschapsbak voldoende voedsel krijgen.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen