Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Kitty-tetra

Hyphessobrycon heliacus

Kitty-tetra (Hyphessobrycon heliacus) met goudkleurig lichaam en donkere staartwortelvlek
Kitty-tetra (Hyphessobrycon heliacus). Foto: Haplochromis, CC BY-SA 3.0; bijgesneden en verkleind. Foto: Haplochromis · Bron · CC BY-SA 3.0Cropped around the clearly identifiable golden fish and resized/compressed; no colour changes.

De Kitty-tetra (Hyphessobrycon heliacus) is een kleine goudgele scholenvis uit het bovenstroomse Tapajósgebied in Brazilië. Volwassen mannetjes ontwikkelen opvallend verlengde vinnen; beide geslachten hebben een donkere vlek bij de staartwortel. Houd een groep in een ingedraaide bak met beplantte randen en open zwemruimte. Een voorzichtige gedeelde richtband uit aquariumbronnen is 23–26 °C en pH 6–7. Oudere ervaringen en huidige verkooppagina’s lopen uiteen, daarom bespreken we de bronverschillen in de gids. De opgegeven lengtematen betreffen niet altijd dezelfde meetmethode. Observeer na introductie of elk dier rustig eet.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
23–26 °C
pH
6,0–7,0
GH
Tot 8 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 60 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 40 L
Volwassen formaat
Tot 2,8 cm
Groepsgrootte
Vanaf 10 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

Hyphessobrycon heliacus werd in 2002 door Moreira, Landim en Costa beschreven uit het bovenstroomse Tapajósbekken in Brazilië. ITIS behandelt de soort als geldig; FishBase volgt de familie Acestrorhamphidae, terwijl ITIS de oudere familie Characidae toont. Een fylogenomische herziening uit 2024 splitste Amerikaanse tetra’s over meerdere families. De hogere indeling verandert, maar de soortnaam en auteurscombinatie zijn consistent.

FishBase geeft een maximale standaardlengte (SL) van 2,8 cm en beschrijft het gouden lichaam, chevronvormige flankmarkeringen en een grote donkere staartwortelvlek. Bij volwassen mannetjes kunnen rug- en buikvinnen draadvormig verlengen. Een recente verkooppagina noemt 5–6 cm zonder meetdefinitie; die waarde wijkt sterk af van de primaire soortbeschrijving en de FishBase-lengte en wordt hier niet als gebruikelijke grootte overgenomen. Een Duitse aquariumverenigingsfiche noemt 2–3,5 cm. Lichaamslengte varieert bovendien met de meetmethode.

De internationale handelsnaam Kitty tetra wordt ook buiten Duitsland gebruikt; Kitty-tetra is hier de Nederlandse naam. Verwissel de soort niet met gelijkende kleine goudkleurige tetra’s. Controleer de zwarte staartwortelvlek, lichaamsbanden en bij volwassen mannetjes de verlengde vinnen samen, niet één kleurkenmerk alleen.

Natuurlijke leefomgeving

De soort is bekend uit de rivier Teles Pires en kleine zijrivieren in het bovenste Tapajósbekken in de Braziliaanse deelstaat Mato Grosso. De oorspronkelijke beschrijving, FishBase en de regionale soortbeschrijving plaatsen de bekende vindplaatsen in dit afwateringsgebied. De natuurlijke verspreiding is dus beperkt beschreven; schrijf de soort niet algemeen toe aan het hele Amazonegebied.

FishBase beschrijft exemplaren uit ondiepe, stilstaande of langzaam stromende randzones met modderige bodem en veel ondergedoken vegetatie. Dit is specifieker dan een brede verkoopaanduiding als “rivieren”. Een aquarium kan structuur bieden met planten, wortels en schaduw, maar hoeft geen modderige bodem na te bootsen. Houd de bodem goed te onderhouden en gebruik aquariummateriaal dat geen ongewenste stoffen afgeeft.

Een vindplaatsbeschrijving zegt niet welke exacte pH of hardheid elk wild dier heeft meegemaakt. De natuurgegevens en aquariumrichtwaarden staan daarom apart. Er is geen gecontroleerde stroomsnelheid voor de soort vastgesteld; rustige tot matige, gelijkmatige stroming is een praktische inrichting, geen exact biologisch getal.

Aquarium en inrichting

Een aquariumvereniging beschrijft 40 liter als ondergrens uit praktijkervaring en noemt grotere aquaria gunstig omdat mannetjes elkaar tijdens het najagen flink kunnen opjagen. Een Braziliaanse soortfiche adviseert een bak vanaf ongeveer 60 cm lang en 30 cm breed. Gebruik daarom circa 60 cm lengte als praktische ondergrens, met ruimte om planten langs de randen en vrije zwemruimte in het midden te combineren. Een minimumvolume is geen garantie dat elke groepssamenstelling past.

Houd minstens tien dieren als groep aan volgens de soortspecifieke hobbybronnen; neem bij voorkeur meerdere vrouwtjes per mannetje op in een kweek- of volwassen groep, zodat de aandacht niet op één vrouwtje wordt gericht. Dit is een praktijkadvies uit oudere aquariumervaring, geen universeel bewezen sekseratio. Bied dichte randbeplanting, zichtbarrières en rustige plekken, maar laat in de middenlaag zwemruimte vrij.

Laat de bak volledig biologisch indraaien voordat je vissen toevoegt. Zorg voor gelijkmatige filtratie, zuurstofuitwisseling en regelmatige waterverversing. Een goed sluitende kap is verstandig voor kleine, actieve vissen. Controleer na introductie of terughoudende dieren niet worden verjaagd en allemaal kunnen eten.

Waterwaarden

De oudere Duitse aquariumverenigingsfiche geeft 22–26 °C; een soortspecifieke Braziliaanse bron 23–28 °C; een huidige Europese verkoper 24–28 °C. Omdat die ranges verschillen, is 23–26 °C een voorzichtige overlap van de eerste twee soortenbronnen. Dit is geen experimenteel vastgesteld optimum. De Duitse houder merkte op dat zijn dieren bij 22 °C levendig waren en waarschuwde dat langdurig hogere temperaturen de levensduur kunnen verkorten, maar dat is een persoonlijke waarneming.

Voor pH noemen de Duitse fiche circa 5,5–7,8, de Braziliaanse soortfiche 6–7 en een Europese verkoper 5,5–7,5. We adviseren als gedeelde, voorzichtige richtband pH 6–7. De opgegeven GH loopt eveneens sterk uiteen: de Duitse praktijkfiche vermeldt 0–20 °dGH, de Braziliaanse bron een bovengrens onder 8 en een verkoper alleen “zacht tot middelhard”. Daarom tonen we geen exacte GH-doelrange; houd de mineralisatie stabiel en baseer aanpassing op de herkomst en acclimatisatie van de vissen.

Voorkom plotselinge correcties met pH-middelen. Test temperatuur en pH betrouwbaar; houd ammoniak en nitriet in de ingedraaide bak niet aantoonbaar aanwezig. Een stabiele waarde en passende waterkwaliteit zijn belangrijker dan het najagen van één vermeend ideaal getal.

Gedrag en groepsgrootte

De Kitty-tetra is een groepsvis en wordt in de soortspecifieke aquariumbronnen als vreedzaam beschreven. De centrale waterlaag is zijn voornaamste zwemzone. Volwassen mannetjes kunnen tijdens het baltsen achter vrouwtjes aan jagen en elkaar imponeren; daarom zijn voldoende groepsgrootte, meer vrouwtjes dan mannetjes en zichtbarrières praktische voorzorgen. Observeer de werkelijke situatie: aanhoudend verstoppen, beschadigingen of vissen die niet aan voer komen zijn signalen om de inrichting of bezetting te herzien.

De neontetra kan alleen onder voorwaarden als medebewoner worden overwogen. Beide zijn kleine, vreedzame scholenvisjes met overlappende verzorgingsbanden, maar ze gebruiken vergelijkbare zwemruimte en hebben allebei een eigen groep nodig. Kies meer ruimte dan de genoemde ondergrens en controleer dat de Kitty-tetra’s voer bereiken. Gedeelde waterwaarden alleen bewijzen geen compatibiliteit; er is geen gecontroleerde samenhoudproef gevonden.

Vermijd grote vissen die een Kitty-tetra kunnen inslikken, drukke soorten die hem bij het voeren wegdrukken en combinaties waarin de mannetjes geen rust- of zichtbarrière hebben. Quarantaine en zorgvuldige observatie van nieuwe dieren blijven verstandig.

Voeding

Een onderzoek naar de natuurlijke maaginhoud beschrijft een gevarieerd omnivoor dieet met onder meer draadalgen en plantmateriaal, insecten en andere kleine dierlijke resten. De vis is dus niet uitsluitend een vleeseter of algeneter. In het aquarium accepteert hij droogvoer en kleine levende of diepvriesvoeders; een oudere houdersfiche noemt Cyclops als favoriet. De exacte portiegrootte moet passen bij het kleine visje.

Het bestaande TetraMin-vlokkenvoer is gekoppeld als hoofdvoer omdat de centrale productgegevens het als volledig omnivoor zoetwatervlokkenvoer classificeren en een soortspecifieke aquariumbron vlokkenvoer accepteert. Verkruimel vlokken zo nodig tot hapklare stukjes en controleer of de vissen ze daadwerkelijk opnemen. Dit is geen claim over een exact vlokformaat. Wissel af met passend klein levend of diepvriesvoer; laat groter voer niet ongegeten op de bodem liggen.

Voer kleine porties en kijk of ieder dier eet, vooral in een gezelschapsbak. Er is geen betrouwbare soortspecifieke dagelijkse hoeveelheid of vast voedingsschema vastgesteld. Pas de portie aan op opname en lichaamsconditie en verwijder restvoer.

Kweek

De soort zet eieren af en verzorgt het broed niet. De aquariumverenigingsfiche beschrijft herhaald paaien en noemt een rooster of dicht fijnbladig substraat om eieren te beschermen tegen ouderdieren. De Braziliaanse soortfiche vermeldt dat voortplantingsdetails in het aquarium beperkt bekend zijn; behandel praktische observaties daarom niet als een universeel gegarandeerd kweekrecept.

Een oudere houder rapporteerde dat zachter, zuurder water de uitkomst verbeterde in zijn eigen pogingen, terwijl eieren in harder leidingwater wel werden afgezet maar niet uitkwamen. Dat is één praktijkwaarneming, geen bewijs voor één exacte ideale pH. Vermijd abrupte veranderingen en gebruik voor een kweekpoging een aparte, stabiele bak met fijnbladige planten of een afzetmop en bescherming tegen eierroofdieren.

De jongen zijn zeer klein. De verenigingsfiche noemt pantoffeldiertjes als eerste voer en Artemia-naupliën zodra ze groot genoeg zijn, na ongeveer acht tot tien dagen vrijzwemmen in die specifieke waarneming. Die timing is niet gegarandeerd. Controleer dagelijks de waterkwaliteit en voer alleen porties die de larven werkelijk kunnen opnemen.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen