Geeloogvorkstaartregenboogvis
Pseudomugil furcatus

De geeloogvorkstaartregenboogvis (Pseudomugil furcatus) is een kleine, opvallend getekende blauwoog uit het oosten van Papoea-Nieuw-Guinea. Het mannetje heeft verlengde vinnen met gele randen en een diep gevorkte staart. De soort is vreedzaam, maar vraagt een volwassen aquarium, stabiel water en een groep van ten minste acht dieren. Zijn kleine bek maakt fijn voer belangrijk. Richt een dicht beplante bak in met open zwemruimte, zuurstofrijk water en rustige tot matige stroming. De natuurlijke co-existentie met andere vissen bewijst niet automatisch dat elke combinatie in een huisaquarium veilig is. De soort is daarmee geschikt voor een zorgvuldig ingerichte gezelschapsbak, maar niet voor een onvoorbereide start. Plan eerst de volwassen groep en passende voeding; kijk vervolgens of gedrag en water werkelijk bij de gekozen medebewoners passen.
Aquarium samenstellen →In één oogopslag
- Temperatuur
- 24–28 °C
- pH
- 7,0–8,0
- GH
- 15–30 °dGH
- Aquariumlengte
- Vanaf 60 cm
- Minimale aquariuminhoud
- Vanaf 54 L
- Volwassen formaat
- Ongeveer 6 cm
- Groepsgrootte
- Vanaf 8 dieren
- Gedrag
- Vreedzaam
Over deze soort
De geeloogvorkstaartregenboogvis is een lid van de familie Pseudomugilidae. De geaccepteerde wetenschappelijke naam is Pseudomugil furcatus Nichols, 1955. In oudere literatuur en handel zijn ook de combinaties Popondetta furcata en Popondichthys furcatus gebruikt. Dat zijn namen voor dezelfde soort, geen afzonderlijke vissen. De naam furcatus verwijst naar de gevorkte staart.
De lichaamskleur is geelgroen tot zilverachtig. Volwassen mannetjes zijn doorgaans kleurrijker en hebben langere rug-, aars- en buikvinnen. De staartlobben zijn geelachtig met donkere randen; het blauwe oog valt vooral bij goed licht op. Vrouwtjes hebben kortere, minder opvallende vinnen. ANGFA noemt een lichaamslengte van ongeveer 5–6 cm. Seriously Fish geeft een maximum van 60 mm standaardlengte: gemeten tot de staartwortel, dus zonder de staartvin. De daadwerkelijke totale lengte lijkt daardoor groter. Verwissel deze soort niet met de verwante Pseudomugil connieae; kleur en vintekening verschillen.
Natuurlijke leefomgeving
De soort is endemisch in een beperkt gebied van oostelijk Papoea-Nieuw-Guinea, waaronder stroomgebieden van de Musa- en Kwagira-rivier tussen Dyke Ackland Bay en Collingwood Bay. Ze leeft in heldere bosbeken met veel oever- en watervegetatie. Beschrijvingen lopen uiteen van langzaam tot relatief snel stromend water; plaats en seizoen spelen mee. De soort kan dus niet worden teruggebracht tot één aquariumdebiet.
Een veldmeting uit 1981 vermeldt 24–28,5 °C, pH 7–8 en een hardheid van 90–180 ppm. Dat zijn metingen uit natuurlijke vindplaatsen, geen garantie dat iedere handelsvis exact dezelfde waarden nodig heeft. Seriously Fish geeft voor aquariumverzorging 24–28 °C, pH 7–8 en GH 15–30 °dGH. Gebruik de aquariumrichtwaarden als startpunt en verander waarden niet abrupt. De wilde habitat vertaalt zich vooral naar helder, zuurstofrijk water, planten, enige stroming en een volwassen biologisch systeem.
Aquarium en inrichting
Seriously Fish noemt een bodemmaat van 60 × 30 cm en circa 54 liter als kleinste maat die overwogen moet worden. Zie dit als een ondergrens voor een passende groep, niet als universele garantie; medebewoners vragen extra ruimte. Een langere bak geeft meer zwemruimte en helpt schuwe dieren hun natuurlijke schoolgedrag te tonen. Houd minimaal acht dieren, bij voorkeur een groep van acht tot tien of groter wanneer het aquarium dit toelaat.
Gebruik een ingedraaide filter met goede gasuitwisseling en een uitstroom die geen voortdurende harde stroming maakt. De soort komt voor in water met verschillende stromingssnelheden, maar in het aquarium moet elk dier moeiteloos kunnen rusten en eten. Beplant achterwand en zijkanten, gebruik eventueel drijfplanten om licht te breken, en laat het midden deels open. Fijnbladige planten of mos bieden dekking en afzetoppervlak. Een deksel is een verstandige algemene voorzorg voor kleine actieve vissen. Introduceer de groep pas wanneer de bacteriële filtratie stabiel is en ammoniak en nitriet niet aantoonbaar zijn.
Waterwaarden
De gespecialiseerde aquariumbron Seriously Fish geeft 24–28 °C, pH 7,0–8,0 en GH 15–30 °dGH. ANGFA rapporteert uit het natuurlijke leefgebied 24–28,5 °C, pH 7–8 en hardheid 90–180 ppm. Die hardheid in ppm is niet hetzelfde als een rechtstreeks gemeten aquarium-GH; behandel de veldgegevens daarom niet als exact omrekenbare aquariumdoelwaarde. Op basis van de beschikbare aquariumrichtlijn gebruiken we 24–28 °C, pH 7–8 en GH 15–30 °dGH als verzorgingsband.
Stabiliteit is minstens zo belangrijk als het kiezen van een getal. De soort wordt als gevoelig voor schommelingen in een onrijp aquarium beschreven. Meet waarden met geschikte tests, voer onderhoud regelmatig uit en corrigeer afwijkingen geleidelijk. Gebruik geen snelle chemische pH-aanpassing om een gewenst getal af te dwingen. De geraadpleegde bronnen geven geen soortspecifieke KH-doelwaarde; die blijft daarom leeg. Goede filtratie, zuurstofuitwisseling en passende waterwissels helpen de groep in conditie te houden.
Gedrag en groepsgrootte
Dit is een vreedzame scholende vis. Een groep van ten minste acht tot tien dieren voorkomt dat een enkel exemplaar voortdurend alert of teruggetrokken blijft. Mannetjes tonen hun kleuren en vinnen tijdens balts en kunnen onderling korte displays houden. Geef de groep voldoende ruimte en zichtbarrières, maar houd open zwemzones. Er is geen reden om een vaste man-vrouwverhouding als universele eis te presenteren; let vooral op gelijkmatige groepsgrootte en of dieren elkaar niet blijven opjagen.
Seriously Fish noemt vergelijkbare kleine regenboogvissen en bepaalde grondelachtigen als mogelijke gezelschapskeuze wanneer formaat en eisen overeenkomen. Toch is overlap in temperatuur of pH alleen geen bewijs van compatibiliteit. Voor het gevlekt blauwoogje (Pseudomugil gertrudae) sluiten de in gidsen vermelde hardheidsbanden bijvoorbeeld niet overtuigend op elkaar aan; daarom raden we die combinatie niet aan zonder deskundige beoordeling van de herkomst en daadwerkelijke waterwaarden. Ook de natuurlijke vondst naast Tateurndina ocellicauda is geen aquariumproef. Vermijd grote rovers, snelle voedselconcurrenten en vinbijters. Controleer bij een samengestelde bak dagelijks of elk dier eet.
Voeding
In de natuur eet de soort vooral kleine zwevende of in suspensie aanwezige organismen, zoals zoöplankton, fytoplankton en kleine ongewervelden. De mond is klein en de vis foerageert vaak nabij het wateroppervlak. Bied daarom kleine porties van passend formaat aan. Geschikte levende opties kunnen onder andere watervlooien, moina, pas uitgekomen pekelkreeftjes en microwormen zijn, mits de deeltjes klein genoeg zijn voor de betreffende dieren. Ook fijn verkruimeld drijvend droogvoer kan worden geaccepteerd.
Voer liever meerdere kleine porties dan één grote hoeveelheid. Observeer of ook minder dominante dieren voer opnemen; een wolk voer in het aquarium betekent niet automatisch dat elk dier voldoende krijgt. Sera Micron Powder is een bestaand product met zeer fijne zwevende deeltjes. De fabrikant beschrijft het voornamelijk voor visbroed en larven, zodat we het alleen als voorzichtige aanvullende proef koppelen, niet als bewezen volledig hoofdvoer voor volwassen P. furcatus. Strooi weinig, controleer opname en verwijder resten voordat ze de waterkwaliteit belasten. Een gevarieerd dieet blijft nodig.
Kweek
Pseudomugil furcatus is een eierstrooier zonder ouderzorg. Tijdens de balts pronkt het mannetje met zijn uitgebreide vinnen. Vrouwtjes kunnen kleine aantallen kleverige eieren aan fijne planten, mos of ander geschikt materiaal afzetten. Oudervissen kunnen eieren en larven opeten. Veel vegetatie geeft afzetoppervlak en schuilmogelijkheden, maar garandeert geen jongen in een gezelschapsbak.
Voor gerichte kweek kan een aparte, ingedraaide bak met sponsfilter en fijn afzetmateriaal worden gebruikt. Verplaats alleen gecontroleerde eieren en houd de kweekbak schoon; kleine larven zijn gevoelig voor ophoping van voer en afval. De soortbron beschrijft een incubatie van ongeveer 21 dagen, afhankelijk van temperatuur, maar dit is geen vaste termijn voor ieder legsel. De eerste voeding moet zeer fijn zijn, bijvoorbeeld microwormen of passende naupliën zodra de jongen die aankunnen. Seriously Fish meldt ook dat aquariumstammen mogelijk uit een kleine historische verzameling voortkomen en noemt vruchtbaarheids- en misvormingsproblemen als risico. Dat is een gemelde zorg, geen uitspraak over iedere gekweekte groep; vraag zo mogelijk naar herkomst en selecteer gezonde ouderdieren.
Bronnen & controle
Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .
Bekijk de gebruikte bronnen
- sera — sera Micron Powder — manufacturer product information
- Seriously Fish — Pseudomugil furcatus — specialist aquarium profile
- ANGFA — Pseudomugil furcatus — Home of the Rainbowfish
- FishBase — Pseudomugil furcatus — FishBase
- California Academy of Sciences — Pseudomugil furcatus — Catalog of Fishes
- GBIF — Pseudomugil furcatus Nichols, 1955 — GBIF Backbone Taxonomy
- Wikimedia Commons / Dirk Godlinski — Pseudomugil furcatus m Aquarium DG.jpg
- Creative Commons — Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 Unported

