Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Draadvinnige regenboogvis

Iriatherina werneri

Draadvinnige regenboogvis (Iriatherina werneri)
Mannetje met de kenmerkende verlengde vinstralen. Foto: NRJMelvinT · Bron · CC BY-SA 4.0Verkleind en gecomprimeerd; geen uitsnede of kleurwijziging.

De draadvinnige regenboogvis (Iriatherina werneri) is een kleine, sierlijke blauwoogachtige regenboogvis uit langzaam stromende, begroeide wateren van Nieuw-Guinea en Noord-Australië. Vooral volwassen mannetjes vallen op door hun verlengde vinstralen, waarmee ze tijdens balts pronken. Die fijne lichaamsbouw en kleine bek vragen om een rustige, biologisch stabiele bak en voer dat werkelijk klein genoeg is. Houd een groep, richt de bak dicht beplant in maar laat open zwemruimte over, en kies alleen medebewoners die niet snel eten of aan lange vinnen bijten. De soort is geen ideale eerste aquariumvis: voerconcurrentie en schommelingen zijn belangrijke risico’s.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
24–28 °C
pH
6,0–7,5
GH
5–12 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 60 cm
Volwassen formaat
Ongeveer 4 cm
Groepsgrootte
Vanaf 6 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

Deze soort behoort tot de Melanotaeniidae, de familie van de regenboogvissen. Het geaccepteerde taxon is Iriatherina werneri Meinken, 1974. Het geslacht is monotypisch: er is momenteel één erkende soort in Iriatherina. In de handel kom je ook de naam featherfin rainbowfish tegen; de Nederlandse naam draadvinnige regenboogvis verwijst naar de sierlijke verlengde vinstralen.

De vis heeft een slank, zilverachtig lichaam. Mannetjes ontwikkelen een grotere afgeronde eerste rugvin en opvallende draadvormige verlengingen aan onder meer de tweede rug- en aarsvin. Vrouwtjes missen die lange draden en zijn meestal kleiner en eenvoudiger gekleurd. Fishes of Australia en FishBase noemen voor mannetjes of ongesekseerde dieren maximaal ongeveer 4 cm standaardlengte (SL), en voor vrouwtjes circa 3 cm SL. SL is lichaamslengte tot de staartwortel, dus niet de totale lengte. Lokale populaties kunnen in kleur en vinvorm verschillen; de handelsnaam bewijst geen specifieke geografische lijn.

Natuurlijke leefomgeving

Het verspreidingsgebied omvat zuidelijk-centraal Nieuw-Guinea en delen van Noord-Australië. Museumbeschrijvingen noemen onder meer het Goydergebied, de Jardine-rivier en noordelijke Australische stroomgebieden. De soort leeft in langzaam stromende beekjes, moerassige poelen, lagunes en billabongs met veel waterplanten. Langs oevers met dichte vegetatie en drijvende planten vindt hij voedsel en dekking.

Veldmetingen beschrijven uiteenlopende natuurlijke temperaturen en pH-waarden, afhankelijk van plaats en omstandigheden. Die extremen zijn geen aquariumdoel. Vertaal het habitat vooral naar rustige stroming, zuurstofrijk maar niet hard rondgepompt water, planten en schaduwplekken. De herkomst van een gekweekte handelsvis is vaak niet tot één lokale populatie te herleiden; bootst daarom geen zogenaamd exact biotoopwater na zonder herkomstgegevens.

Aquarium en inrichting

Een bodemmaat van 60 × 30 cm en ongeveer 54 liter wordt door een gespecialiseerd aquariumprofiel als kleinste te overwegen maat genoemd. Zie dit als brongebonden ondergrens voor een soortgroep, niet als garantie voor iedere inrichting of medebewoner. Een langere bak geeft meer rustige zwemruimte en maakt het makkelijker de groep te houden zonder dat vissen bij voer of balts voortdurend worden verdrongen. Grotere, drukke of vinbijtende gezelschapsvissen passen niet bij de kwetsbare bouw.

Gebruik een goed ingedraaide filter met zachte uitstroom; de soort komt uit traag water en kan moeite hebben met een krachtige stroom. Beplant randen en achterzijde, voeg eventueel drijfplanten toe en houd midden- en bovenwater gedeeltelijk open. Fijnbladige planten en mos geven dekking en kunnen als afzetmateriaal dienen. Een gesloten deksel is verstandig als algemene voorzorg voor kleine actieve vissen, al presenteren de geraadpleegde bronnen springen niet als een kenmerkend hoofdprobleem. Introduceer de dieren pas nadat ammoniak en nitriet niet aantoonbaar zijn en de bak stabiel draait.

Waterwaarden

De bronnen geven brede grenzen en niet één universeel optimum. Seriously Fish vermeldt voor aquariumverzorging 22–30 °C, pH 5–8 en GH 1–12 °dH. FishBase noemt een nauwere geregistreerde ecologische band, terwijl Fishes of Australia natuurlijke watertemperaturen van 23–28 °C beschrijft. Als praktische, voorzichtige richtlijn voor een gevestigde aquariumgroep gebruiken we 24–28 °C, pH 6,0–7,5 en GH 5–12 °dH. Dit is een redactionele verzorgingsband binnen de bredere gegevens, geen claim dat iedere populatie exact dit bereik nodig heeft.

Stabiliteit en rijping wegen zwaarder dan het najagen van één getal. Meet bij problemen temperatuur, pH en hardheid met geschikte middelen en verander waarden geleidelijk. Vermijd sterke chemische correcties en snelle grote schommelingen. De geraadpleegde kernbronnen geven geen betrouwbare soortspecifieke KH-doelwaarde; die vullen we daarom niet in. Regelmatige passende waterwissels, filtratie en goede gasuitwisseling helpen de waterkwaliteit op peil te houden.

Gedrag en groepsgrootte

De draadvinnige regenboogvis is vreedzaam en sociaal. Houd minimaal zes dieren, bij voorkeur tien of meer, zodat ze zich minder schuw gedragen en natuurlijk groeps- en baltsgedrag kunnen tonen. Mannetjes pronken en kunnen kort onderling wedijveren; voldoende zichtbarrières en ruimte voorkomen dat één vis voortdurend wordt opgejaagd. Een groep is belangrijker dan een enkel koppel.

De soort is delicaat, kan gemakkelijk door snellere vissen van voedsel worden verdrongen en de lange vinnen van mannetjes kunnen worden aangebeten. Een speciaal ingerichte soortbak is daarom vaak de veiligste keuze. Vergelijkbare kleine, rustige soorten zoals sommige Pseudomugil kunnen alleen onder voorwaarden passen. De gedeelde waterband op zichzelf bewijst geen succesvolle samenhuisvesting: gebruik volledige groepen, voldoende extra ruimte, rustige voerplekken en controleer dagelijks dat elk dier voer opneemt. Vermijd grote rovers, zeer drukke vissen, vinbijters en sterke stroming.

Voeding

In de natuur neemt de soort kleine zwevende of drijvende deeltjes op, waaronder diatomeeën, fytoplankton en zoöplankton. De mond is klein. Bied daarom kleine porties fijn levend voer, zoals geschikte microkreeftjes, pas uitgekomen pekelkreeftjes of microwormen, en observeer of de vissen het werkelijk pakken. Een gevarieerd menu is belangrijk; laat snel zinkend of grof voer niet ongemerkt buiten bereik komen.

Sera Micron Powder is een zeer fijn, drijvend poedervoer met zoö- en fytoplanktonbestanddelen volgens de fabrikant. Door het formaat kan het als aanvullende praktische optie worden geprobeerd, vooral voor kleine vissen, maar de fabrikant positioneert het als voer voor visbroed en amfibieënlarven. Daarom presenteren we het niet als bewezen volledig hoofdvoer voor volwassen draadvinnige regenboogvissen. Begin met een minimale hoeveelheid, controleer daadwerkelijke opname en verwijder resten. Voer zo nodig daarnaast geschikte levende of andere kleine complete voeders; een productmatch vervangt geen observatie van de dieren.

Kweek

De soort is een eierstrooier zonder ouderzorg. Tijdens balts spreidt het mannetje zijn opvallende vinnen; vrouwtjes zetten kleine aantallen kleverige eieren af tussen fijne planten, mos of wortels van drijfplanten. Het legsel wordt niet bewaakt en volwassen vissen kunnen eieren en larven opeten. Fijne vegetatie hoog in de bak biedt afzetoppervlak, maar garandeert geen overleving van jongen.

Voor gerichte kweek kan een aparte, stabiele bak met sponsfilter en fijnbladig afzetmateriaal de eieren beschermen. Controleer materiaal zorgvuldig en verplaats alleen gevonden eieren, zonder de hele groep onnodig te verstoren. Fishes of Australia noemt een uitkomst na ongeveer 7–10 dagen; ontwikkeling hangt mede af van temperatuur en omstandigheden, dus gebruik dit als indicatie en niet als vaste klok. De zeer kleine larven vragen passende eerste voeding en schoon water. Kleine, regelmatige verzorging is veiliger dan veel voer laten ophopen. Noteer eigen waarnemingen en schaal die niet op naar een universele kweekgarantie.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen