Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwatergarnalen

Oostelijke grasgarnaal

Palaemon paludosus

Oostelijke grasgarnaal (Palaemon paludosus) in een zoetwateraquarium
Foto: Enziarro / Joseph Stansbury Rosin via Wikimedia Commons; publiek domein. Foto: Enziarro / Joseph Stansbury Rosin · Bron · Public domain (author dedication)Resized by the existing image pipeline only; source image itself has prior author-declared crop, sharpening and level adjustments.

De oostelijke grasgarnaal (Palaemon paludosus) is een transparante Noord-Amerikaanse zoetwatergarnaal die tussen waterplanten en ander dekking zoekt. In oudere literatuur staat de soort vaak als Palaemonetes paludosus; taxonomische bronnen behandelen die naam als synoniem van de geaccepteerde naam Palaemon paludosus. De handelsnaam “ghost shrimp” is minder precies en wordt voor verschillende garnalen gebruikt. Koop of identificeer dieren daarom niet alleen op die naam. De waarden in deze gids zijn gebaseerd op soortgegevens en algemene garnalenverzorging; waar geen betrouwbaar soortspecifiek aquariumdoel is gevonden, geven we geen schijnnauwkeurig getal.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
20–28 °C
pH
7,0–8,0
Dieet
Alleseter
Volwassen formaat
Tot 5 cm
Gedrag
Roofvis, Kan voer opeisen

Over deze soort

Palaemon paludosus (Gibbes, 1850) behoort tot de familie Palaemonidae. De soort wordt ook eastern grass shrimp of riverine grass shrimp genoemd. De wetenschappelijke naam veranderde toen Palaemonetes in de genusindeling bij Palaemon werd geplaatst. ITIS noemt onder meer Palaemonetes paludosus, Hippolyte paludosa en Palaemonetes exilipes als synoniemen. “Glasgarnaal” en “ghost shrimp” zijn handelsnamen die ook op andere transparante garnalen worden geplakt; een winkelnaam alleen bewijst de soort dus niet. De soort is doorschijnend, maar kleur en tekening kunnen variëren met leeftijd, omgeving en maaginhoud.

Natuurlijke leefomgeving

De soort is inheems in het oosten en zuidoosten van de Verenigde Staten. Onderzoek en soortprofielen noemen laaglandbeken, moerassen, meren en andere langzaam stromende of stilstaande zoetwateren. Dieren zitten vaak tussen dichte onderwatervegetatie, grassen en ander fijn dekkingmateriaal. Daar vinden ze voedsel en kunnen ze aan grotere roofdieren ontsnappen. Brakke omstandigheden komen ook voor; dit maakt de garnaal niet tot een zeewaterdier en is geen reden om aquariumzout toe te voegen. De soortgegevens beschrijven een brede natuurlijke temperatuurspreiding, maar die veldtolerantie is geen aanbevolen aquariuminstelling.

Aquarium en inrichting

Richt het aquarium in met dichte beplanting, mos, wortels en andere veilige schuilplaatsen. Zo kunnen garnalen vervellen, foerageren en jonge dieren dekking vinden. Een goed ingedraaid aquarium biedt ook biofilm en natuurlijke voedseldeeltjes. Er is geen voldoende onderbouwd, soortspecifiek minimaal volume gevonden; daarom noemen we geen litergetal. Stem de inhoud af op het aantal volwassen dieren, beschikbare bodem- en zwemruimte en eventuele medebewoners. Gebruik een sponsfilter of bescherm de filterinlaat met een fijne voorfilter, zodat jonge garnalen niet worden ingezogen. Dek het aquarium af en voorkom snelle veranderingen bij waterwissels.

Waterwaarden

Twee gespecialiseerde aquariumprofielen noemen 20–28 °C. Voor pH gebruiken we het voorzichtige overlapbereik 7,0–8,0: Fin & Stem noemt 7,0–8,0 en FishForever 6,5–8,0. Dit zijn praktische verzorgingsbereiken uit hobbybronnen, geen experimenteel vastgestelde fysiologische grenzen. De brede USGS-veldwaarnemingen zijn geen aquariuminstelling. Houd het water ingedraaid en stabiel, laat ammoniak en nitriet niet meetbaar zijn, en vermijd snelle veranderingen. Voor GH en KH is hier geen soortspecifiek doel bevestigd; voeg geen zout, buffers of mineralen toe zonder meting en aantoonbare noodzaak.

Gedrag en groepsgrootte

Oostelijke grasgarnalen foerageren veel tussen planten en op bodemoppervlakken; soortbronnen beschrijven ze als omnivoor en vooral ’s nachts actief. Ze eten niet uitsluitend algen: ook kleine waterdieren, plantmateriaal en detritus zijn onderdeel van het natuurlijke dieet. Een garnaal van maximaal ongeveer 5 cm kan kleine prooien pakken. Dat maakt de soort niet automatisch veilig voor pasgeboren vissen, zeer kleine garnalen of andere kwetsbare dieren. Er is geen gecontroleerde compatibiliteitsproef met iedere aquariumsoort. Bekijk formaat, jachtgedrag, rustplaatsen en voedselconcurrentie. Houd haar niet samen met dieren die haar actief bejagen of bij de poten grijpen.

Voeding

In de natuur eet P. paludosus onder meer kiezelalgen, groene algen, detritus, plantmateriaal en kleine waterinsecten. Bied in het aquarium een gevarieerd omnivoor dieet en laat biofilm en natuurlijk foerageerbaar materiaal beschikbaar. Geef kleine porties zinkend voer of fijn verdeeld voer dat de garnalen werkelijk bereiken; haal resten weg voordat ze de waterkwaliteit aantasten. Voer niet zoveel dat alle natuurlijke aangroei verdwijnt of het water onnodig vervuilt. Een algemene verzorgingsbron noemt gangbaar garnalenvoer en algentabletten voor zoetwatergarnalen, maar een exact product uit onze catalogus is niet afzonderlijk op samenstelling en geschiktheid voor deze soort gecontroleerd. Daarom is geen product gekoppeld.

Kweek

De garnaal plant zich geslachtelijk voort. Een vrouwtje draagt eieren onder het achterlijf; soortbronnen noemen doorgaans kleine legsels van enkele tientallen eieren, met aantallen die per dier en omstandigheden verschillen. Een soortprofiel vermeldt een incubatie van ongeveer twaalf tot veertien dagen bij 26–28 °C, maar dit is geen gegarandeerde duur voor ieder aquarium. De larven vervellen door meerdere ontwikkelingsstadia. Onderzoek naar zoutgehalte laat zien dat uitkomen en metamorfose in lage saliniteit mogelijk waren, terwijl de overleving na metamorfose laag was en in proeven het hoogst was bij 5–10 ppt. Andere soortprofielen beschrijven de soort als zoetwatergarnaal. Kweek is dus niet simpelweg “altijd brak water” of “altijd probleemloos zoetwater”; voorkom een universele belofte en houd de herkomstlijn en kweekresultaten bij.

Samenhouden met vissen

Er is geen soortpaar in de centrale kennisbank met voldoende direct bewijs om hier als zeker geschikt te worden aanbevolen. Algemene richtlijnen voor zoetwatergarnalen noemen kleine, rustige vissen soms als mogelijke medebewoners, maar een garnaal tot circa 5 cm en haar larven blijven kwetsbaar voor veel vissen. Ook kan een grotere garnaal kleine eieren of pas uitgekomen dieren eten. Beoordeel per vis het volwassen formaat, de bek, het jachtgedrag, de zwemlaag en de schuilmogelijkheden; vergelijk alleen waterwaarden is onvoldoende. Voor gericht kweken is een soortaquarium zonder vissen de veiligste keuze. Introduceer geen dieren op basis van uitsluitend de algemene naam “ghost shrimp”.

Samenhouden met andere ongewervelden

Er is geen specifieke combinatie met een andere ongewervelde als gecontroleerde soortrelatie bevestigd. De algemene garnalenrichtlijn van Aqueon zegt dat verschillende geslachten dwerggarnalen samen gehouden kunnen worden, maar dit bewijst niet dat iedere combinatie met de grotere Palaemon veilig is. De oostelijke grasgarnaal is omnivoor en kan kleine, pas vervelde of zeer jonge dieren als voedsel behandelen; bovendien kunnen medebewoners concurreren om biofilm en voer. Combineer alleen wanneer volwassen formaat, dieet, gedrag en waterwaarden werkelijk passen, en zorg voor dichte dekking. Voor behoud van een zuivere kweeklijn is gescheiden houden verstandig. Er worden daarom geen specifieke garnalen- of slakkenkaarten als “geschikt” ingevuld.

Pantser, schelp en mineralen

Zoals andere kreeftachtigen vervelt deze garnaal om te groeien. Een achtergelaten, doorzichtige huid is normaal en hoeft niet uit het aquarium te worden gehaald; de garnaal kan mineralen eruit terugwinnen. Tijdens de korte periode na de vervelling is het nieuwe pantser zacht en is extra dekking belangrijk. Verwijder waterwisselschokken en houd filterinlaten afgeschermd. De geraadpleegde soortbronnen onderbouwen geen exact soortspecifiek GH- of calciumdoel, dus verhoog hardheid niet op goed geluk. Als vervellingen herhaaldelijk mislukken, controleer eerst stabiele waterkwaliteit, voeding, mogelijke koperblootstelling en de gemeten waterhardheid; het verschijnsel alleen stelt geen diagnose.

Mogelijke problemen

De meest voorkomende risico’s zijn verkeerde identificatie onder de naam “ghost shrimp”, predatie, ingezogen jonge dieren, vervuiling door te veel voer en plotselinge veranderingen in waterkwaliteit. Sommige transparante voergarnalen zijn andere soorten met een andere levenscyclus. Vraag daarom bij aankoop naar de wetenschappelijke naam en de herkomst. Controleer bij problemen eerst temperatuurstabiliteit, ammoniak/ammonium, nitriet, nitraat, chloor en mogelijke koperbronnen uit medicijnen of meststoffen. Zorg voor schuilplaatsen en voorkom dat vissen de garnalen systematisch opjagen. Dode dieren en voerresten moeten snel worden verwijderd. Behandel niet blind op basis van kleurverlies of een afzonderlijke mislukte vervelling.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen