Kleinste dwergkreeft verzorgen
Cambarellus diminutus
De kleinste dwergkreeft (Cambarellus diminutus) is een kleine Noord-Amerikaanse rivierkreeft uit Alabama en Mississippi. De soort wordt ongeveer 2,5 cm lang, maar blijft een kreeft met scharen en territoriaal gedrag. Ze zoekt voedsel op de bodem en eet dierlijk en plantaardig materiaal. Daardoor kunnen garnalen, jonge slakken en kwetsbare bodembewoners risico lopen. Een goed afgesloten soortaquarium met veel afzonderlijke schuilplaatsen is de veiligste keuze. De waterwaarden hieronder zijn deels algemene Cambarellus-richtlijnen; behandel ze niet als experimenteel vastgestelde grenzen voor iedere populatie van deze soort.
Aquarium samenstellen →In één oogopslag
- Temperatuur
- 16–26 °C
- pH
- 6,5–8,5
- GH
- 6–18 °dGH
- KH
- 5–15 °dKH
- Dieet
- Alleseter
- Volwassen formaat
- Ongeveer 2,5 cm
- Gedrag
- Territoriaal, Vreedzaam
Over deze soort
Cambarellus diminutus Hobbs, 1945 is volgens ITIS een geldige soort; WoRMS gebruikt de combinatie Cambarellus (Pandicambarus) diminutus. De LICG noemt een lengte van ongeveer 2,5 cm. Verwar deze soort niet met de grotere oranje kweekvorm van C. patzcuarensis, meestal CPO genoemd. Vraag bij aankoop naar de wetenschappelijke naam en herkomst.
Natuurlijke leefomgeving
De soort komt van nature voor in zuidelijk Alabama en Mississippi. Het U.S. Fish and Wildlife Service vermeldt haar beperkte oorspronkelijke verspreiding. Kies bij voorkeur aantoonbaar nakweek en laat nooit dieren, eieren, aquariumwater of planten in de natuur terechtkomen. Houd Noord-Amerikaanse rivierkreeften nooit in een buitenvijver of samen met Europese of Australische kreeften vanwege kreeftenpest.
Aquarium en inrichting
Voor één dier, een paartje of een trio (één mannetje met twee vrouwtjes) van deze kleine soort noemt de LICG een soortaquarium vanaf 20 liter als mogelijk geschikt. Meer ruimte maakt stabiele waterkwaliteit en territoriumindeling makkelijker. Gebruik fijn, niet scherp substraat, veel afzonderlijke schuilplaatsen, planten en hout of stenen. Sluit het aquarium en openingen goed af: kreeften kunnen ontsnappen. Bescherm filterinlaten tegen jonge dieren.
Waterwaarden
De LICG geeft voor vrijwel alle Cambarellus-soorten een algemene bandbreedte van 16–26 °C, pH 6,5–8,5, GH 6–18 °dH en KH 5–15 °dH. Rond 19–24 °C wordt voor het geslacht doorgaans passend genoemd. Dit zijn richtwaarden op geslachtsniveau, geen proeven die de uiterste grenzen voor iedere populatie van C. diminutus vastleggen. Houd waarden stabiel en meet ammoniak en nitriet; beide moeten onmeetbaar blijven.
Gedrag en groepsgrootte
Dwergkreeften zijn geen scholendieren. Ze kunnen territoria verdedigen, vooral wanneer schuilplaatsen schaars zijn. De soort beweegt en foerageert op de bodem. Garnalen kunnen als prooi worden gezien; jonge slakken kunnen worden gegeten. Kleine vreedzame vissen zijn soms mogelijk, maar bodembewoners concurreren om ruimte en voedsel. Een soortaquarium beperkt deze risico’s.
Voeding
Deze kreeft is een alleseter en zoekt voedsel op de bodem. Bied afwisselend zinkend ongewerveldenvoer, geschikt diepvries- of levend voer, algen en kleine porties geblancheerde groente. Gedroogde bladeren leveren schuilplek en langzaam afbrekend organisch materiaal. Voer zuinig en haal resten weg. Er is geen specifiek catalogusproduct individueel gecontroleerd; daarom is hier geen merkvoer gekoppeld.
Kweek
Het vrouwtje draagt de bevruchte eieren onder het achterlijf. De LICG vermeldt voor de kleinste soorten, waaronder C. diminutus, gewoonlijk hooguit circa 30 eieren per legsel en gemiddeld ongeveer drie tot vier weken draagtijd, afhankelijk van de temperatuur. Dit zijn algemene kweekrichtlijnen, geen vaste uitkomst voor ieder vrouwtje. Veel kleine schuilplaatsen helpen jonge kreeftjes na het uitkomen.
Samenhouden met vissen
Een combinatie met kleine, vreedzame vissen kan soms werken, maar er is geen gecontroleerde proef met specifieke vissoorten gevonden. Kies geen vissen die op de bodem rusten of daar eten. Grotere of agressieve vissen kunnen de kreeft opjagen of opeten. Bij onzekerheid: soortaquarium.
Samenhouden met andere ongewervelden
De LICG waarschuwt op geslachtsniveau dat dwerggarnalen regelmatig worden aangevallen en soms gedood; kleine slakken zijn ook kwetsbaar. Omdat dit geen directe proef met C. diminutus en een specifieke soort is, zijn in de databank geen paarrelaties aangemaakt. Meng kreeften onderling alleen met voldoende bodemruimte en schuilplaatsen; verwarring tussen soorten kan ook ongewenste kruising geven.
Pantser, schelp en mineralen
Kreeften vervellen om te groeien. Vlak ervoor eten ze soms minder; na de vervelling is het nieuwe pantser zacht en is het dier kwetsbaar. Laat het oude pantser liggen: het kan worden opgegeten en levert mineralen. Vermijd vangen of verstoren tijdens deze periode en controleer of er voldoende schuilplekken en zuurstof zijn.
Mogelijke problemen
Let op ontsnappingsopeningen, agressie door te weinig schuilplekken, vervuiling door voerresten en koperhoudende middelen. Noord-Amerikaanse kreeften kunnen kreeftenpest overdragen zonder zelf ziek te worden. Houd ze daarom uitsluitend binnenshuis, deel nat materiaal niet tussen kreeftenaquaria en voer afvalwater niet af naar oppervlaktewater. Gebruik geen medicatie met koper.
Bronnen & controle
Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .
Bekijk de gebruikte bronnen
- Integrated Taxonomic Information System (ITIS) — Cambarellus diminutus Hobbs, 1945 — TSN 97620
- World Register of Marine Species (WoRMS) — Cambarellus (Pandicambarus) diminutus Hobbs, 1945
- LICG — Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren — Dwergkreeftjes
- U.S. Fish and Wildlife Service — Ecological Risk Screening Summary: Least Crayfish
- NatureServe — Cambarellus diminutus — NatureServe Explorer
- Museum of Comparative Zoology, Harvard University — Two new species of crayfishes of the genus Cambarellus from the Gulf Coastal states (Hobbs, 1945)

