Roodvinzalm
Aphyocharax anisitsi

De roodvinzalm (Aphyocharax anisitsi) is een beweeglijke Zuid-Amerikaanse scholenvis met rode vinnen. Hij gebruikt vooral de bovenste en middelste waterlaag. Houd minstens zes dieren in een aquarium van ten minste 60 cm lang en plaats een goed sluitende kap: deze soort kan springen. Ondanks zijn doorgaans robuuste karakter kan hij aan lange vinnen knabbelen. Kies medebewoners daarom op gedrag, formaat en zwemruimte, niet alleen op overeenkomstige waterwaarden.Let bij aanschaf op actieve, onbeschadigde dieren en observeer de school na het overzetten. Een geleidelijke gewenning voorkomt onnodige schommelingen. Houd rekening met de combinatie van een levendige zwemstijl, springgedrag en mogelijke vinnenbijterij wanneer je de inrichting en medebewoners kiest.
Aquarium samenstellen →In één oogopslag
- Temperatuur
- 18–28 °C
- pH
- 6,0–8,0
- GH
- 3–25 °dGH
- Aquariumlengte
- Vanaf 60 cm
- Volwassen formaat
- Ongeveer 5,5 cm
- Groepsgrootte
- Vanaf 6 dieren
- Gedrag
- Kan vinnen bijten
Over deze soort
De soort komt uit het Paraná-stroomgebied in Zuid-Amerika. Verwar hem niet met de Buenos Aires-tetra Psalidodon anisitsi, een andere soort. Volwassen roodvinzalmen worden ongeveer 5,5 cm; bronnen gebruiken verschillende lengtemethoden, dus dit is geen exact vergelijkbare maat.
De soort wordt in de handel ook onder oudere namen aangeboden. Controleer daarom de wetenschappelijke naam en gebruik deze gids niet voor een andere vis met een vergelijkbare Nederlandse handelsnaam.
Natuurlijke leefomgeving
In rivieren en zijwateren van het Paraná-bekken zijn zowel stromende als beschutte zones beschreven. Richt het aquarium daarom niet overal op sterke stroming in. Planten langs de randen bieden dekking; houd het midden vrij voor de school.
De natuurlijke verspreiding zegt niet dat ieder aquarium exact dezelfde stroming of beplanting moet nabootsen. Laat de dieren zelf kiezen tussen open zwemwater en dekking en let op of ze als groep normaal door de bak trekken.
Aquarium en inrichting
Een lengte vanaf 60 cm biedt de actieve vissen bruikbare zwemruimte. Een vast minimumvolume is niet vastgesteld. Gebruik een stevige kap, open zwemzone en rustige schuilplekken. De uiteindelijke geschiktheid hangt ook af van inrichting en bezetting.
Dek ook openingen rond kabels en slangen af; een kap die alleen los op de rand ligt voorkomt ontsnappen niet altijd. Controleer dat de filterinlaat geen jonge of kleine vissen kan aanzuigen en dat alle dieren voldoende vrije baan houden.
Waterwaarden
Een gespecialiseerd profiel geeft 18–28 °C, pH 6–8 en GH 3–25 °dH. FishBase stemt overeen over temperatuur en pH, maar noemt hogere hardheid. De bronnen verschillen dus over GH. Houd water stabiel en schoon; corrigeer niet snel meerdere waarden tegelijk.
Gebruik de genoemde waarden als praktische bandbreedte, niet als dagelijkse streefwaarden die voortdurend gecorrigeerd moeten worden. Een stabiele bak met regelmatige controle is veiliger dan snelle aanpassingen aan de hardheid op basis van één bronwaarde.
Gedrag en groepsgrootte
Dit is een scholenvis; houd minstens zes dieren. De actieve vissen kunnen trage soorten hinderen en lange vinnen bijten. Vermijd kwetsbare sluier- en langvinnige medebewoners. Controleer na introductie vinnen, eetgedrag en toegang tot schuilplaatsen; herhaald bijten vraagt om een andere combinatie.
Let vooral op rafelige vinranden, vissen die zich afzonderen en dieren die niet bij het voer komen. Die signalen helpen bepalen of een combinatie in jouw aquarium werkt; alleen een rustige eerste dag is geen garantie voor blijvende verdraagzaamheid.
Voeding
De soort is omnivoor. Bied compleet bereid voer en passend klein levend of diepvriesvoer aan. Er is geen betrouwbare exacte korrelmaat vastgesteld. Een compleet tropisch vlokkenvoer kan hoofdvoer zijn als de vissen het goed opnemen. Geef kleine porties en controleer of alle dieren erbij kunnen.
Voer niet meer omdat de school snel op voedsel reageert. Verdeel de portie, kijk of er deeltjes worden uitgespuugd en haal overschotten weg. Pas het aanbod aan de werkelijke opname aan in plaats van een niet-onderbouwde vaste hoeveelheid per vis te gebruiken.
Kweek
De roodvinzalm verspreidt eieren en verzorgt ze niet. Ouders kunnen eieren opeten; een beschermde afzetplek en scheiding vergroten de overlevingskans. Een specialistische bron meldt uitkomen rond 24 uur onder beschreven omstandigheden, geen vaste termijn voor ieder aquarium. Geef vrijzwemmende jongen zeer klein startvoer, zoals infusoriën.
Een kleine, zachte afzetzone kan eieren uit het bereik van volwassen vissen houden. Houd de kweek afzonderlijk van de gewone groepsbak en voorkom sterke aanzuiging van eitjes of pas uitgekomen jongen. Exacte kweekresultaten hangen af van de omstandigheden.
Bronnen & controle
Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

