Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Rood neonblauwoog

Pseudomugil luminatus

Nog geen geverifieerde soortfoto beschikbaar

Het rood neonblauwoog (Pseudomugil luminatus) is een piepkleine blauwoog uit het zuiden van Nieuw-Guinea. Volwassen mannetjes vallen op door hun rood-oranje kleur en een felblauwe streep langs de rug; vrouwtjes zijn doorgaans minder contrastrijk. Dit is geen miniatuurvis voor een pas ingericht nano-aquarium: een stabiele groep, schoon en zuurstofrijk water en voedsel dat werkelijk door het kleine bekje past zijn belangrijk. In het aquarium zwemt hij vooral in de middelste en bovenste waterlaag en komt hij goed tot zijn recht tussen planten met open zwemruimte. De naam wordt soms verward met Pseudomugil paskai, een aparte soort. Controleer daarom de wetenschappelijke naam en vraag naar herkomst en kweekwijze; de soort is bedreigd en de bekende verspreiding zeer beperkt.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
24–28 °C
pH
6,5–7,2
GH
6–15 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 60 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 54 L
Volwassen formaat
Tot 1,9 cm
Groepsgrootte
Vanaf 8 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

Pseudomugil luminatus werd in 2016 wetenschappelijk beschreven en behoort tot de familie Pseudomugilidae. De soortnaam verwijst naar de heldere kleuren van volwassen mannetjes. FishBase vermeldt maximaal 1,9 cm standaardlengte: gemeten tot de staartvinbasis, niet de totale lengte. Mannetjes krijgen een rood- tot geeloranje lichaam, een neonblauwe lengtestreep en verlengde vinstralen; vrouwtjes zijn subtieler. De nauw verwante P. paskai is een andere soort. De beschrijving onderscheidt beide onder meer op vinstralen, schubben en kleurtekening, zodat een handelsnaam alleen geen zekere identificatie geeft.

Natuurlijke leefomgeving

De soort is bekend uit een klein gebied in de provincie Papua, Indonesië. Bronnen beschrijven bosbeken en moerasachtige sago-Pandanusgebieden met langzaam stromend, soms donker gekleurd water. De oorspronkelijke bekende vindplaats is sterk veranderd door sedimentafzetting; latere waarnemingen betreffen bosbeken in de omgeving. Een natuurwaarde is geen rechtstreeks aquariumrecept. Houd herkomstgegevens daarom gescheiden van de praktische verzorgingsband en voorkom sterke, snelle veranderingen in het aquarium.

Aquarium en inrichting

Een specialistische aquariumgids noemt circa 60 cm bodemlengte en ongeveer 54 liter als praktisch startpunt voor een groep. Dit is de bruto-inhoud bij die afmetingen, geen garantie voor iedere inrichting. Houd minimaal acht dieren; een grotere groep is passend als de ruimte dat toelaat. Beplant de randen, gebruik eventueel drijfplanten voor gefilterd licht, maar laat midden en bovenlaag open. Zorg voor fijne planten of een kweekmop als afzetsubstraat, zachte stroming, goede zuurstofvoorziening en een volledig ingedraaid filter. Een sluitend deksel is verstandig.

Waterwaarden

Deze gids gebruikt 24–28 °C als praktische band uit aquariumadviezen en pH 6,5–7,2 als voorzichtige overlap. Natuurmetingen in een overheidsrapport lopen per vindplaats uiteen, waaronder warmer en zuurder water; dat zijn veldgegevens, geen bewijs dat elk aquarium dezelfde waarden nodig heeft. Houd temperatuur en waterkwaliteit stabiel, zorg voor voldoende zuurstof en voorkom meetbaar ammoniak of nitriet. Voor GH en KH is geen eensluidende soortspecifieke aquariumdoelwaarde vastgesteld; daarom wordt geen getal ingevuld.

Gedrag en groepsgrootte

Het rood neonblauwoog is een vreedzame, los schoolende vis van de middelste en bovenste waterlaag. Mannetjes tonen hun kleuren en kunnen kort naar elkaar imponeren; de beschreven balts is doorgaans niet gevaarlijk voor andere soorten. Door het kleine formaat en de rustige voedselopname past hij slecht bij grote, drukke of snel etende vissen. Een soortaquarium is de veiligste keuze. Beoordeel eventuele medebewoners op volwassen formaat, gedrag, voerconcurrentie, zwemlaag en beschikbare ruimte; alleen overeenkomstige waterwaarden bewijzen geen compatibiliteit. Er zijn geen onbevestigde viscombinaties gekoppeld.

Voeding

Geef meerdere kleine porties met zeer fijne deeltjes. Complete vlokken kunnen tussen de vingers worden verkruimeld, maar controleer of elk dier ze kan opnemen. Geschikte afwisseling bestaat uit passend klein diepvries- of levend microvoer, bijvoorbeeld pas uitgekomen pekelkreeftjes of microwormen. De soort eet kleine dierlijke prooien; een databank-trofieniveau is geen volledig dieetvoorschrift. Observeer de hele groep en haal resten tijdig weg. Grote pellets en hele gedroogde watervlooien zijn geen geschikt hoofdvoer voor dit kleine bekje.

Kweek

De soort legt kleverige eitjes op fijne planten of kweekmateriaal en verzorgt de eitjes en jongen niet. Aquariumwaarnemingen beschrijven herhaaldelijk kleine afzettingen. Volwassen dieren kunnen eitjes en jongen opeten. Gebruik voor gerichte kweek een apart, ingedraaid bakje met fijne planten of een kweekmop en controleer het materiaal geregeld. Pas uitgekomen jongen zijn zeer klein en hebben eerst microscopisch voer nodig, zoals infusoriën. Schakel pas over op grotere voeding wanneer ze die kunnen eten; een vaste uitkomstduur wordt hier niet gegeven.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen