Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Rode fantoomzalm

Megalamphodus sweglesi

Rode fantoomzalm (Megalamphodus sweglesi)
Rode fantoomzalm, mannetje (Megalamphodus sweglesi). Foto: D. Bork, A. Zarske and H.J. Richter · Bron · CC BY 4.0Converted from PNG to optimized JPEG.

De rode fantoomzalm (Megalamphodus sweglesi) is een actieve maar vreedzame scholenvis uit het Orinocogebied. De mannetjes spreiden hun verlengde rug- en aarsvinnen tijdens pronkgedrag; de foto toont een volwassen mannetje van de rode kleurvorm. Geef de soort een groep van acht tot tien of meer dieren, voldoende zwemlengte en beplante randen met schuilruimte. De handelsnaam Hyphessobrycon sweglesi is nog wijdverbreid, maar de actuele combinatie is Megalamphodus sweglesi. Zo krijgt elk dier ruimte om natuurlijk groepsgedrag te vertonen en blijft er dekking zonder het open zwemgedeelte te verliezen.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
22–23 °C
pH
6,5–7,5
GH
8–12 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 80 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 72 L
Volwassen formaat
Tot 3,5 cm
Groepsgrootte
Vanaf 8 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

De rode fantoomzalm is een kleine characide uit het bovenste en middelste stroomgebied van de Orinoco in Colombia en Venezuela. De geaccepteerde combinatie is Megalamphodus sweglesi (Géry, 1961); Hyphessobrycon sweglesi is de bekende oudere combinatie. De soort is commercieel gekweekt en wordt in verschillende kleurvormen aangeboden. De opvallend rode handelsvorm, soms “rubra” genoemd, is volgens taxonomisch onderzoek geen aparte soort.

De specialistische verzorgingsbron vermeldt circa 35 mm standaardlengte: gemeten zonder staartvin. De afbeelding bij deze gids toont een volwassen mannetje van de helder rode vorm, herkenbaar aan de donkere schoudervlek en verlengde vinnen. Mannetjes hebben langere rug- en aarsvinnen; vrouwtjes zijn doorgaans dieper gebouwd. Kleurintensiteit en vinvorm verschillen per individu en conditie.

Natuurlijke leefomgeving

In de natuur komt de soort voor in kleinere zijrivieren, afgesneden rivierbochten en overstroomde bosgebieden, niet alleen in de hoofdstroom. In Venezuela wordt hij ook aangetroffen in morichals: heldere wateren met zandbodems en dichte oever- of watervegetatie. Elders zijn zowel stromende zwartwaterlocaties als rustige overstromingsmeren bekend. De soort heeft dus niet één verplicht watertype.

Vertaal dit naar een aquarium met beschutte zones en rustige plekken naast voldoende open zwemruimte. Zand, wortelhout, takken en planten langs de randen passen goed. Bladstrooisel kan optioneel schuilplaatsen en microleven bieden, maar vraagt passend onderhoud. Een helder beplant aquarium is eveneens bruikbaar; bootst geen extreem zure of instabiele omstandigheden na alleen om een biotoop na te maken.

Aquarium en inrichting

Seriously Fish noemt een bodemmaat van 80 × 30 cm, met ongeveer 72 liter als kleinste te overwegen aquarium. Houd vooral de lengte en bodemruimte aan: dezelfde inhoud in een hoog, smal aquarium biedt niet dezelfde zwemzone. Dit is een praktische bronrichtlijn en geen garantie dat iedere bezetting verantwoord is. Houd een gemengde groep van minstens acht tot tien dieren; in grotere groepen is het natuurlijke pronk- en groepsgedrag beter zichtbaar.

Gebruik een ingedraaid aquarium met stabiele filtratie, zand of een veilige fijne bodem, hout en beplante randen. Laat in het midden ruimte om te zwemmen. De soort is actief en gebruikt vooral de middelste tot hogere waterlaag. Zorg voor gedempte rustplekken, maar vermijd een inrichting die het hele aquarium dichtzet. Een deksel is verstandig: springgedrag is niet betrouwbaar genoeg onderzocht om een open bak als veilig aan te bevelen.

Waterwaarden

Seriously Fish geeft voor de soort 20–28 °C, pH 4,5–7,5 en GH 1–12 dGH. FishBase vermeldt een smallere temperatuurband van 20–23 °C en pH 5,5–7,5, waarbij de aquariumwaarden op oudere literatuur zijn gebaseerd. De fabrikant Tetra adviseert voor gezelschapsaquaria 22–24 °C, pH circa 6,5–8,5 en GH 8–15 dH. Omdat de aanbevelingen uiteenlopen, hanteren we voor een gewone gezelschapsbak een voorzichtige overlap van circa 22–23 °C, pH 6,5–7,5 en GH 8–12 dGH; dit is geen bewezen biologische grens of vervanging voor herkomstinformatie.

Stabiliteit en geleidelijke gewenning zijn belangrijker dan het najagen van een specifiek getal. Gebruik geen plotselinge pH-correcties. Er is geen betrouwbare soortspecifieke KH-doelwaarde vastgesteld; voeg daarom geen KH-advies afgeleid van pH toe. Controleer de omstandigheden van de leverancier en laat dieren rustig acclimatiseren.

Gedrag en groepsgrootte

De rode fantoomzalm is vreedzaam, maar niet schuw of traag. Binnen een groep vertonen mannetjes elkaar en spreiden ze hun vinnen om vrouwtjes te imponeren en onderlinge dominantie te tonen. Kies acht tot tien of meer exemplaren zodat aandacht niet steeds op één vis gericht is. Korte pronkbewegingen zijn normaal; aanhoudend opjagen, beschadigde vinnen of een vis die zich afzondert wijzen op een probleem met ruimte, groepssamenstelling of medebewoners.

Rustige vissen van vergelijkbare grootte kunnen passen, bijvoorbeeld kleine Zuid-Amerikaanse zalmen, potloodvissen en passende pantsermeervallen. Kleine tot middelgrote niet-roofzuchtige dwergcichliden zijn alleen afhankelijk van de totale inrichting en territoria geschikt. Vermijd grote roofvissen en bekende vinnenbijters. De Serpaetetra is daarom een risicovolle combinatie: gedragsrisico weegt zwaarder dan overlappende waterwaarden. Geef iedere soort een eigen passende groep en voldoende zwemruimte.

Voeding

In de natuur eet de soort waarschijnlijk kleine ongewervelden, kreeftachtigen, draadalgen en gevallen vruchten. In een aquarium accepteert hij doorgaans fijn droogvoer, maar een gevarieerd dieet met passende levende of diepvriesprooien zoals watervlooien, kleine muggenlarven of Moina sluit beter aan bij de beschreven voedselkeuze.

Fijne vlokken of mini-granulaat kunnen de dagelijkse basis vormen wanneer alle vissen de deeltjes vlot kunnen opnemen. Tetra noemt voor deze soort fijnkorrelig voer zoals TetraMin of Micro Pellets; bied kleine porties aan en controleer daadwerkelijk eetgedrag. Wissel droogvoer af met kleine dierlijke voersoorten en voorkom overvoeren. Voer bij voorkeur zo dat ook minder dominante dieren erbij kunnen. Een geschikte productkoppeling is een praktische optie, geen exclusief of verplicht dieet.

Kweek

De soort strooit eieren vrij rond en verzorgt het broed niet. In een volwassen, dicht beplant aquarium kunnen jongen verschijnen, maar eieren en larven lopen risico door ouderdieren en andere vissen. Voor gerichte kweek is een aparte ingedraaide bak nodig, liefst gedempt verlicht. Gebruik fijnbladige planten, een spawning mop, knikkers of een rooster waar eieren doorheen vallen maar volwassen dieren ze niet kunnen bereiken. Een sponsfilter of luchtsteen biedt zachte beweging en zuurstof.

De bron adviseert licht zuur tot neutraal water en een temperatuur richting de warmere kant van de gebruikelijke band, zonder één universele kweekwaarde vast te leggen. Conditioneer de ouderdieren vooraf met gevarieerd klein voer. Een paar of kleine groep kan worden ingezet; controleer op eieren en haal de ouders daarna weg. De eerste larven vragen zeer fijn voer, zoals Paramecium of stofvoer van ongeveer 5–50 micron. Pas later zijn Artemia-nauplii of microwormen geschikt, zodra de jongen die kunnen eten.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen