Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Parkinsons regenboogvis

Melanotaenia parkinsoni

Parkinsons regenboogvis (Melanotaenia parkinsoni)
Foto: Phalinn Ooi / CC BY 2.0, via Wikimedia Commons. Foto: Phalinn Ooi / Wikimedia Commons · Bron · CC BY 2.0Verkleind en gecomprimeerd; geen uitsnede of kleurwijziging.

De Parkinsons regenboogvis (Melanotaenia parkinsoni) is een opvallende, actieve scholenvis uit Papoea-Nieuw-Guinea. Volwassen dieren krijgen oranje tot rode kleurvlakken en zwemmen vooral in het midden en bovenste deel van het aquarium. De soort vraagt warm water en veel zwemruimte en is volgens LICG niet de makkelijkste regenboogvis voor beginners. Houd haar in een ruime groep, met beschutting langs de randen en vrije zwemruimte. Koop bij voorkeur nakweek en vraag naar de waterwaarden waarin de vissen zijn grootgebracht. Controleer de soortnaam, herkomst en gezondheid bij aanschaf en geef de school tijd om rustig aan het aquarium te wennen.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
26–30 °C
pH
7,0–8,0
GH
8–15 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 150 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 300 L
Volwassen formaat
Tot 15 cm
Groepsgrootte
Vanaf 6 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

De geaccepteerde naam is Melanotaenia parkinsoni Allen, 1980, uit de familie Melanotaeniidae. De soort is genoemd naar R. Parkinson, die de eerste exemplaren verzamelde. De volwassen lichaamskleur is variabel; mannetjes ontwikkelen doorgaans intensere oranjerode markeringen en diepere lichaamsvorm dan vrouwtjes. LICG vermeldt een totale lengte van ongeveer 10–15 cm. Dat is totale lengte, inclusief staartvin, en geen standaardlengte. Verwissel deze soort niet met nauw verwante regenboogvissen die vergelijkbaar kunnen ogen; de wetenschappelijke naam en herkomst helpen de identiteit te controleren.

Natuurlijke leefomgeving

De soort is bekend van enkele vindplaatsen langs de zuidoostkust van Papoea-Nieuw-Guinea, onder meer zijbeken van de Kemp Welsh-rivier en bij Alotau. Allen beschreef kleine beken en poelen in grasland met plaatselijk regenwoud, hout en takken. In een van de beschreven poelen werden 27–30 °C en pH 7,6–7,8 gemeten. Dat zijn metingen uit het natuurlijke leefgebied, geen complete aquariumrichtlijn. Het verspreidingsgebied lijkt beperkt en de IUCN-status is Near Threatened. Kies daarom waar mogelijk nakweek en laat vissen nooit in het buitenwater terechtkomen.

Aquarium en inrichting

Deze middelgrote tot grote regenboogvis zwemt actief en heeft een lang aquarium nodig. LICG adviseert voor de grootste regenboogvissen die circa 15 cm kunnen bereiken minimaal 150 cm aquariumlengte; dit is een voorzichtige toepassing van die algemene maatregel op deze soort. Een specialistisch profiel noemt circa 300 liter, maar volume alleen zegt niet of de bak lang genoeg is. Houd minstens zes soortgenoten samen, met voldoende ruimte voor de hele school. Beplant vooral achterwand en zijkanten en laat een lange zwemstrook vrij. Gebruik een deksel, want regenboogvissen kunnen bij schrik uit het water springen.

Waterwaarden

De soortspecifieke tabel van LICG noemt 26–30 °C, pH 7–8 en GH 8–15 °dH. In het natuurlijke leefgebied zijn bij enkele vindplaatsen 27–30 °C en pH 7,6–7,8 gemeten. De veldgegevens overlappen de aquariumrichtlijn, maar vormen geen bewijs dat schommelingen gewenst zijn. Houd temperatuur en waterkwaliteit stabiel, meet waarden met betrouwbare tests en laat nieuwe vissen geleidelijk wennen. Vraag de kweker naar de bestaande waterwaarden. GH en KH zijn verschillende metingen; de soorttabel geeft hier geen afzonderlijke KH-doelwaarde.

Gedrag en groepsgrootte

De Parkinsons regenboogvis is een actieve schoolvis. LICG benadrukt dat regenboogvissen als school voldoende ruimte nodig hebben en dat grotere, drukkere soorten rustige kleine vissen kunnen hinderen. Een groep vanaf zes dieren is een gangbare soortspecifieke aquariumrichtlijn; zorg dat de bak daarvoor ruim genoeg is. Wij noemen geen individuele medebewoners als gegarandeerde combinatie. Let op volwassen formaat, zwemlaag, temperament en concurrentie om voer. Meng verschillende Melanotaenia-soorten liever niet: nauw verwante soorten kunnen in het aquarium kruisen.

Voeding

In het wild eet deze omnivore soort kleine insecten en ander dierlijk voedsel; regenboogvissen nemen ook algen en plantaardig materiaal op. LICG adviseert afwisseling met kwalitatief droogvoer, diepvries- of levend voer en geregeld plantaardige componenten zoals algen. Geef vlokken of granulaat dat de vissen goed kunnen opnemen en bied daarnaast passende kleine prooidieren aan. Een bestaand compleet vlokkenvoer is gekoppeld als één onderdeel, niet als volledig eenzijdig dieet. Gedroogde watervlooien zijn uitsluitend een aanvulling. Verdeel voer zodat de hele school aan bod komt en verwijder resten.

Kweek

Regenboogvissen zetten kleverige eitjes af tussen fijnbladige planten, algen of een afzetmop. Voor gerichte kweek kan een aparte bak met geschikt fijn materiaal en een sponsfilter helpen. De eitjes kunnen na het afzetten naar een opkweekbak worden verplaatst om predatie te beperken. LICG beschrijft de voortplanting van de familie als herhaald afzetten van kleine aantallen eieren; exacte aantallen en uitkomsttijd verschillen per soort en temperatuur. Pas daarom geen algemene familiecijfers toe alsof ze specifiek voor iedere Parkinsons regenboogvis bewezen zijn. Houd de waterkwaliteit in de opkweekbak zorgvuldig stabiel; larven hebben eerst zeer fijn voer nodig.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen