Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Maanlichtgoerami verzorgen

Trichopodus microlepis

Maanlichtgoerami (Trichopodus microlepis)
Foto: H. Zell, CC BY-SA 3.0; verkleind en gecomprimeerd. Foto: H. Zell (Llez), Zoo Karlsruhe · Bron · CC BY-SA 3.0resized-compressed

De maanlichtgoerami is een grote, zilverkleurige labyrintvis uit Zuidoost-Azië. Hij beweegt rustig, maar heeft ruimte, een kalme omgeving en vrije toegang tot het wateroppervlak nodig. Een goede gids houdt daarnaast rekening met zijn formaat en mogelijk territoriale gedrag van mannetjes. De inrichting met rustige zones en beplante randen helpt hem zich veilig door het aquarium te bewegen. Observeer daarom altijd of hij voldoende eet en zonder voortdurende achtervolgingen kan rusten. Houd daarom rekening met de uiteindelijke grootte wanneer je het aquarium en de medebewoners kiest. Deze soort is vooral geschikt voor een rustig ingericht, goed afgedekt aquarium waarin de vis de oppervlakte eenvoudig bereikt. Lees verder voor praktische informatie over habitat, stabiele waterwaarden, voeding en voortplanting.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
25–30 °C
pH
6,0–7,5
GH
2–25 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 90 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 81 L
Volwassen formaat
Ongeveer 13–15 cm
Groepsgrootte
Vanaf 1 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

Trichopodus microlepis valt op door zijn egale zilveren glans en lange draadvormige buikvinnen. Oudere literatuur noemt de soort vaak Trichogaster microlepis; de huidige geaccepteerde combinatie is Trichopodus microlepis. Het is geen kleine dwerggoerami: volwassen dieren kunnen ongeveer 13–15 cm standaardlengte bereiken. De bronmetingen verschillen deels doordat standaardlengte en totale lengte niet hetzelfde zijn.

Natuurlijke leefomgeving

De soort komt van nature voor in de Mekong- en Chao Phraya-bekkens van het vasteland van Zuidoost-Azië. Hij leeft in ondiepe, langzaam stromende of stilstaande wateren, zoals vijvers en moerassen met veel water- en oeverplanten. De meeste aquariumdieren zijn gekweekt.

Aquarium en inrichting

Kies een lang aquarium met een bodemmaat van ten minste circa 90 × 30 cm volgens de gespecialiseerde soortbron. Een vrije zwemzone, beplante randen, drijfplanten en rustige stroming passen bij zijn natuurlijke habitat. Houd het oppervlak bereikbaar: als labyrintvis neemt hij ook lucht aan het wateroppervlak op. Dek het aquarium goed af, maar laat boven het water een warme, vochtige luchtlaag en voldoende ventilatie. Mannetjes kunnen aan planten knabbelen; kies daarom stevige, dikbladige soorten en houd er rekening mee dat heel fijnbladige beplanting beschadigd kan raken. Een mannetje met één of meer vrouwtjes is volgens de soortbron een gebruikelijke combinatie, terwijl meerdere mannetjes meer ruimte en oplettende observatie vragen.

Waterwaarden

Richt je op stabiele tropische omstandigheden. De gespecialiseerde aquariumbron noemt 25–30 °C, pH 6,0–7,5 en GH 2–25 °dGH. FishBase vermeldt voor habitatgegevens een smaller pH-bereik van 6,0–7,0 en 26–30 °C. Dat verschil onderstreept dat een verzorgingsbereik geen exacte beschrijving van elke natuurlijke vindplaats is. Vermijd abrupte veranderingen en kies een stabiele middenwaarde.

Gedrag en groepsgrootte

De maanlichtgoerami is doorgaans rustig, maar kan schuw zijn en heeft ruimte nodig. Mannetjes kunnen territoriaal worden tegenover andere mannetjes en andere goerami’s. Kies medebewoners die niet piepklein of overdreven druk zijn en beoordeel hun volwassen formaat, gedrag en zwemruimte. Een overeenkomst in temperatuur alleen bewijst geen compatibiliteit. Zorg dat deze vis altijd bij het wateroppervlak kan komen.

Voeding

Het is een omnivoor. Geef compleet vlokvoer of kleine pellets als basis en wissel af met geschikte diepvries- of levende kleine kreeftachtigen en insectenlarven. Pas de deeltjesgrootte aan en voer kleine porties die snel worden opgenomen. Variatie is nuttig; restvoer moet niet in het aquarium blijven liggen.

Kweek

Het mannetje bouwt een schuimnest aan het oppervlak, vaak tussen drijfplanten, en bewaakt het legsel. Tijdens de voortplanting kan zijn territoriale gedrag toenemen. Een aparte kweek is alleen zinvol met een stabiele opstelling en passend opkweekvoer voor zeer kleine jongen. Resultaten en timing verschillen per koppel.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen