Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Keizertetra

Nematobrycon palmeri

Keizertetra (Nematobrycon palmeri)
Foto: Dennis Lamczak · Bron · CC BY-SA 3.0Verkleind en gecomprimeerd; geen uitsnede of kleurwijziging.

De keizertetra (Nematobrycon palmeri) is een aantrekkelijke groepsvis waarvan vooral de volwassen mannetjes opvallen door hun verlengde vinnen. Het is geen vis die voortdurend als een strak schooltje door de bak trekt. Mannetjes kunnen plekken verdedigen en elkaar imponeren, terwijl de groep verder vrij verspreid zwemt. Juist daarom vraagt deze kleine soort meer aandacht voor de inrichting dan alleen een berekening van liters per vis. Een voldoende lange bak, onderbroken zichtlijnen en meerdere rustige plekken helpen voorkomen dat één dier steeds wordt verdrongen. Veel aangeboden keizertetra's zijn nakweek, maar controleer altijd de juiste soortnaam en de omstandigheden bij de verkoper. Deze gids helpt je een eigen groep te plannen, passend gezelschap te kiezen en gewone verzorging te onderscheiden van een afzonderlijke kweekpoging.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
23–27 °C
pH
5,0–7,5
GH
5–12 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 90 cm
Volwassen formaat
Ongeveer 4,2 cm
Groepsgrootte
Vanaf 10 dieren
Gedrag
Territoriaal

Over deze soort

De donkere lengtestreep en de vorm van de staart geven de keizertetra een herkenbaar uiterlijk. Bij volwassen mannetjes groeien vinstralen duidelijk uit; ook de middelste straal van de staart kan verlengd zijn. Mannetjes hebben doorgaans een blauwe iris en vrouwtjes een groenere. Beoordeel meerdere kenmerken samen, zeker bij jonge of pas vervoerde dieren waarvan kleur en vinontwikkeling nog weinig houvast bieden.

Verwar Nematobrycon palmeri niet met N. lacortei, waarvan de mannetjes een rode iris hebben. Ook Inpaichthys kerri wordt onder verwante handelsnamen verkocht. Die laatste heeft een vetvin, terwijl Nematobrycon die mist. De gecontroleerde biologische maat is ongeveer 4,2 cm standaardlengte: dat is zonder de staartvin. We rekenen deze maat niet stilzwijgend om naar een verzonnen totale lengte. Een goudkleurige kweekvorm wordt evenmin als een extra soort geteld.

Natuurlijke leefomgeving

Het natuurlijke verspreidingsgebied ligt in de stroomgebieden van de Atrato en San Juan in Colombia. Rustiger rivierdelen, zijwateren en beschutte zones horen bij die achtergrond. Dat vraagt in een aquarium geen krachtige stroming over de volledige lengte. Wel moeten filtratie en gaswisseling blijven functioneren; rustig water is iets anders dan een slecht onderhouden stilstaande bak.

Een bruikbare vertaling van dit leefgebied bestaat uit een combinatie van hout, plantengroepen en vrije tussenruimten. Geef vissen de mogelijkheid uit elkaars zicht te verdwijnen zonder uitsluitend achter de verwarming te kunnen schuilen. Als een mannetje vanaf één centrale plek vrijwel de hele bak kan overzien, ontbreekt mogelijk die afwisseling.

De soort wordt commercieel gekweekt. Vraag of de aangeboden partij nakweek is en welke waterwaarden worden gebruikt. Een functionele plantkeuze hoeft geen geografische biotoopclaim te zijn: javamos kan beschutting bieden zonder dat we daarmee beweren dat het op de Colombiaanse vindplaatsen groeit.

Aquarium en inrichting

Gebruik minimaal 90 cm aquariumlengte als uitgangspunt. Een biologische bron noemt 80 cm, maar de specialistische verzorgingsbron adviseert een bodemvlak van 90 bij 30 cm. Hier kiezen we de ruimere lengterichtlijn, mede vanwege de onderlinge territoriale ruimte. Een automatisch berekend voorbeeldvolume uit een bron wordt niet als universeel minimum overgenomen.

Richt niet alleen de achterwand dicht in. Plaats ook een afzonderlijke plantengroep of stuk hout dat het zicht tussen twee delen van het aquarium onderbreekt. Laat tegelijk een bruikbare zwemroute vrij. Kijk bij het inrichten vanuit het perspectief van een achtervolgde vis: kan hij langs de structuur wegzwemmen of eindigt iedere route in dezelfde hoek?

Controleer na introductie wie welke plekken gebruikt. Verander zo nodig de zichtlijnen als één vis langdurig buitengesloten wordt. Voeg geen extra vissen toe als automatische oplossing voor intimidatie. Bij verwonding of aanhoudende verdringing kan scheiden nodig zijn. Gebruik een passend deksel en een ingedraaid filter met bereikbare aanzuiging en onderhoudsruimte.

Waterwaarden

Voor normale verzorging hanteren we 23–27 °C, pH 5,0–7,5 en GH 5–12 °dH. De bronnen komen overeen voor temperatuur maar geven ruimere, verschillende pH- en hardheidsgrenzen. Het profiel gebruikt de gedeelde band waar dat mogelijk is. De onderkant van het pH-bereik is geen doel dat iedere houder moet nastreven.

Kies een stabiele situatie die ook past bij de herkomst van je groep en de medebewoners. Een gemeenschap hoeft niet naar pH 5 te worden gebracht omdat deze soort in de database zo'n ondergrens heeft. Bij zeer zacht of zuur water vraagt stabiliteit extra aandacht; een aparte exacte KH-eis is hier onvoldoende onderbouwd en wordt daarom niet ingevuld.

Controleer naast temperatuur, pH en hardheid ook ammoniak/ammonium en nitriet. Een vis die zich terugtrekt kan last hebben van een dominante buur, maar waterproblemen moeten eveneens worden uitgesloten. Gebruik bij verversingen voorspelbaar water en voorkom grote veranderingen tegelijk met een wijziging van de bezetting.

Gedrag en groepsgrootte

Plan een groep van ten minste tien soortgenoten. Dat is de voorkeursrichting uit de specialistische bron, niet een garantie dat ieder aquarium met tien dieren vanzelf goed functioneert. Vooral volwassen mannetjes kunnen elkaar uitdagen. Korte vertoningen met gespreide vinnen verschillen van een situatie waarin één vis nooit meer kan eten of rusten. Observeer daarom zowel de opvallende dieren als degenen die uit beeld verdwijnen.

De soort kan met vreedzame, passend grote vissen samengaan. Een kegelvlekbarbeel is bijvoorbeeld een voorwaardelijke kandidaat, met eigen soortgenoten en voldoende gezamenlijke ruimte. Beide gebruiken de middenzone en nemen vlot voedsel op. De combinatie vraagt dus meer dan een tabel met overlappende temperatuur: behoud zwemruimte naast de territoriale hoekjes en kijk of beide groepen eten.

Vermijd grote roofvissen en maak geen garantie voor jonge garnalen. Verlengde vinnen zijn bovendien een reden om beruchte vinnenbijters niet gedachteloos toe te voegen. Een kleurvorm verandert deze sociale afwegingen niet.

Voeding

Het natuurlijke menu omvat kleine dierlijke prooien. Wormpjes en kleine kreeftachtigen worden in de biologische gegevens genoemd; de soort is daarmee geen gespecialiseerde planteneter. Passend droogvoer wordt in het aquarium geaccepteerd. Combineer een geschikte volledige basis met afwisseling in kleine levende of diepgevroren voedseldieren, zonder een aanvullend product als volledige voeding te behandelen.

Let bij voeren op territoriale verschillen. Als het dominante mannetje de centrale voerplek bezet, kan een tweede kleine portie op afstand meer inzicht geven dan een grotere hoop op dezelfde plaats. Controleer daadwerkelijke opname bij de hele groep en verwijder resten. Een vis die steeds eten uitspuugt vraagt een beoordeling van formaat, toestand en omstandigheden; alleen meer voer toevoegen is geen oplossing.

We koppelen pas een concreet product wanneer toepassingsinformatie en voerformaat voldoende zijn gecontroleerd. Een naam met 'tetra' op een verpakking bewijst op zichzelf niet dat het voor deze soort een passende complete basis is.

Kweek

Voor gerichte opkweek is een aparte bak overzichtelijker dan het gezelschapsaquarium. Fijne planten of een afzetvoorziening kunnen eitjes opnemen. Javamos is een bruikbare structuur, maar volwassen vissen kunnen de eitjes nog steeds vinden. Beoordeel ook in een kweekopstelling de ruimte voor het vrouwtje om afstand te nemen; een territoriaal mannetje mag haar niet voortdurend vastzetten.

Een paar apart zetten is iets anders dan meerdere mannetjes in een klein kweekbakje plaatsen. Bij groepskweek moet de inrichting ruimte voor onderlinge territoria bieden. Kweekbeschrijvingen gebruiken zacht, zuur water en gedempt licht. Verander daarvoor niet plotseling het water van een hele gemeenschap.

Bereid zeer klein eerste voer en veilige, zachte filtratie voor voordat je begint. Ouders kunnen hun legsel opeten, zodat scheiding van ouders en eitjes vaak nodig is. Geef geen garantie op een vaste hoeveelheid jongen of een exact tijdschema. Succes hangt ook af van dagelijkse controle van de voedselvoorziening, waterkwaliteit en groei na de eerste afzetting.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen