Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Hoogvoorhoofd-aardeter

Geophagus altifrons

Nog geen geverifieerde soortfoto beschikbaar

Geophagus altifrons is een grote, groepsgerichte aardeter uit het Amazonegebied. De vis neemt zand in de bek en zeeft er eetbaar materiaal uit; een ruime bodem en zacht fijn zand zijn daarom essentieel. De soort wordt vaak verward met andere Geophagus-vormen, vooral wanneer jonge vissen zonder vindplaatsinformatie worden verkocht. Deze gids gaat over bevestigde G. altifrons sensu stricto en legt uit welke handelsnamen niet automatisch een betrouwbare soortidentificatie zijn. Je leest ook de bronvermelde minimum-bodemmaat, waterwaarden, filtratie, voeding en kweekwijze. De gerapporteerde lichaamslengte is standaardlengte en dus niet de totale lengte met staartvin. Een passende gecontroleerde hoofdfoto is nog niet beschikbaar; daarom staat er bewust een soortfoto-placeholder. We voegen geen willekeurige medebewoners toe: elke combinatie moet worden beoordeeld op volwassen formaat, gedrag, beschikbare ruimte en groepsbehoefte. Producten ontbreken zolang er geen exact passend artikel met een goedgekeurd actueel aanbod is bevestigd. Oude handelsnamen en foto’s kunnen verkeerd zijn; controleer daarom eerst de soortidentiteit voordat je deze verzorgingsadviezen toepast.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
26–32 °C
pH
4,8–6,6
GH
0–5 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 180 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 648 L
Volwassen formaat
Tot 22,5 cm
Groepsgrootte
Vanaf 5 dieren
Gedrag
Vreedzaam, Territoriaal

Over deze soort

Eschmeyer’s Catalog of Fishes behandelt Geophagus altifrons Heckel, 1840 als geldige soort. De aquariumprofielbron noemt de soort een van de Geophagus die vaak verkeerd wordt geïdentificeerd. Volwassen dieren zijn onder meer herkenbaar aan een sterk gereduceerde donkere zijvlek; juvenielen zijn veel lastiger uit elkaar te houden. Andere vormen uit de Orinoco, de Guiana’s en de Tocantins zijn inmiddels als aparte soorten beschreven. De Tocantins-vorm die als aff. altifrons werd verhandeld, is nu G. neambi. Een verkooplabel “altifrons” of “surinamensis” is dus geen sluitend bewijs van de identiteit.

Natuurlijke leefomgeving

De typelocatie ligt bij Manaus in het Amazonebekken. De Catalog of Fishes vermeldt de Amazoneregio in Brazilië en Ecuador en een geïntroduceerde populatie in Singapore. Seriously Fish noemt verschillende midden- en benedenloop-zijrivieren, waaronder Paru, Xingu, Tapajós, Trombetas, Madeira, Negro en Purus. De bron sluit de Tocantins-vorm uit omdat die nu G. neambi heet. In het wild leeft de soort in rivieroevers en overstromingsmeren, vaak boven zand, fijn grind of modder; lokaal kunnen wortels, takken en stenen voorkomen.

Aquarium en inrichting

Voor een groep op lange termijn adviseert Seriously Fish minimaal 180 × 60 cm bodemmaat, ongeveer 648 liter. Dit is een ruime soortbak; dezelfde inhoud in een kortere, hogere bak vervangt het benodigde bodemoppervlak niet. Geef de vissen grote open zones met zacht, fijn zand om te zeven. Gebruik stevig geplaatst hout, wortels en enkele vlakke stenen; vermijd grof grind en kleine kiezels. Krachtige biologische filtratie en mechanische filtratie voor fijne zwevende deeltjes helpen het water schoon te houden. Plaats de groep alleen in een volledig ingedraaid aquarium, vermijd harde stroming en voer volgens de bron wekelijks 50–70% waterverversing uit.

Waterwaarden

De aquariumprofielbron noemt 26–32 °C, pH 4,8–6,6 en idealiter 0–5 °dGH. De pH-band beschrijft natuurlijke wateren; de bron merkt op dat nakweek doorgaans ook onder neutrale omstandigheden kan worden gehouden. Ga dus niet automatisch uit van één doelwaarde voor wildvang en nakweek. Vraag waar mogelijk naar de herkomst en acclimatiseer geleidelijk. Schoon, stabiel water is belangrijk; een betrouwbare KH-band is niet gevonden.

Gedrag en groepsgrootte

Buiten de voortplanting wordt G. altifrons als vreedzaam en sociaal beschreven. De specialist adviseert aankoop van vijf tot acht vissen; kleinere groepen kunnen leiden tot aanhoudende druk op ondergeschikte dieren of schuw gedrag. Dit is geen bezettingsadvies voor een kleine bak: dezelfde bron adviseert een bodemmaat van minimaal 180 × 60 cm voor een groep. Broedparen kunnen een afzetplek verdedigen. Vermijd agressieve of territoriale bodembewoners en soorten die harder water nodig hebben. We linken geen specifieke medebewoners, omdat algemene compatibiliteitsinformatie en overlappende waterwaarden geen individuele veilige combinatie bewijzen.

Voeding

Deze omnivoor zeeft happen substraat op eetbare deeltjes. De specialistische bron beschrijft kleine water- en landongewervelden, zaden, plantenmateriaal en organisch afval in het natuurlijke dieet. Geef fijn, volledig voer dat de vis gemakkelijk kan opnemen en wissel af met kleine porties diepvries- of levend voer, zoals bloedworm, tubifex, Artemia of muggenlarven. Neem ook plantaardig droogvoer met bijvoorbeeld spirulina op. Drie tot vier kleine porties sluiten beter aan op het foerageren dan één grote maaltijd. Een exact product uit de centrale catalogus is niet individueel goedgekeurd met actuele aanbieding; daarom wordt geen productkaart getoond.

Kweek

De soort paait op een oppervlak en is een ovophile, biparentale muilbroeder: de eieren worden na het afzetten in de bek genomen, doorgaans eerst door het vrouwtje, terwijl het mannetje de omgeving bewaakt. Beide ouders kunnen aan de muilbroedzorg deelnemen en de broedselzorg soms afwisselen; de mate van betrokkenheid van het mannetje varieert. Buiten de paaitijd zijn de geslachten moeilijk te onderscheiden; tijdens de voortplanting kan de legbuis van het vrouwtje zichtbaar zijn. De bron adviseert een jonge groep te laten opgroeien zodat zich een passend paar kan vormen. Kweekwaarnemingen zijn geen vaste timinggarantie.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen