Hongsloi-dwergcichlide verzorgen
Apistogramma hongsloi

De Hongsloi-dwergcichlide is een Zuid-Amerikaanse holenbroeder die relatief aanpasbaar kan zijn, maar een beschutte bodemzone en stabiele waterkwaliteit nodig heeft. Een koppel vraagt minimaal een bodemmaat van 45 × 30 cm. Gebruik zand, hout, bladstrooisel en meerdere holen, met gedempt licht en zachte stroming. Nakweekdieren zijn de aanbevolen keuze voor een gezelschapsaquarium. Wilde vissen passen beter bij kleine, rustige dither-vissen en niet bij andere Apistogramma. Houd bij een broedend vrouwtje rekening met sterke territoriale agressie en zorg dat je het mannetje zo nodig veilig kunt scheiden.
Aquarium samenstellen →In één oogopslag
- Temperatuur
- 23–29 °C
- pH
- 5,5–7,0
- GH
- 1–15 °dGH
- Aquariumlengte
- Vanaf 45 cm
- Minimale aquariuminhoud
- Vanaf 41 L
- Volwassen formaat
- Tot 6 cm
- Groepsgrootte
- Vanaf 2 dieren
- Gedrag
- Vreedzaam
Over deze soort
Apistogramma hongsloi Kullander, 1979 behoort tot de familie Cichlidae. De soort komt voor in het Río Vichada- en midden-Río Meta-bekken in Colombia en in het midden van het Orinoco-systeem in Venezuela. Het DATZ-nummer A110 wordt gebruikt voor deze soort. A111–A115 duiden vergelijkbare lokale populaties aan die mogelijk soortgelijk zijn; dit zijn geen zonder meer bevestigde synoniemen.
Natuurlijke leefomgeving
De soort leeft in kleine zijrivieren en stilstaand water. De beschikbare bron geeft beperkt detail over de exacte bodemsamenstelling en vegetatie per vindplaats. In het aquarium zijn daarom vooral beschutting, rustige stroming en een zachte bodem veilig onderbouwde keuzes; voeg geen onbevestigde lokale water- of habitatwaarden toe.
Aquarium en inrichting
Voor een koppel noemt Seriously Fish een bodemmaat van 45 × 30 cm en ongeveer 41 liter; een groep heeft meer ruimte nodig. Richt het aquarium in met zand, houtwortels, bladstrooisel en meerdere grotten of holle schuilplaatsen. Gedempt licht, drijfplanten en zachte stroming zijn passend. Bij lichte bezetting noemt de bron waterwissels van circa 10–15% per week en raadt zij zeer grote wissels af. Zorg dat het aquarium biologisch ingedraaid is voordat je de vissen toevoegt.
Waterwaarden
De specialistische bron noemt 23–29 °C, pH 5,5–7,0 en 1–15 °dGH. Houd de waarden stabiel en voorkom abrupte schommelingen. De brede bronrange is geen reden om snel tussen de uitersten te wisselen. Stem water en gewenning af op de herkomst en voorgeschiedenis van de dieren.
Gedrag en groepsgrootte
Nakweekdieren zijn de aanbevolen keuze voor een gezelschapsaquarium. Wilde vissen kunnen beter alleen of met kleine dither-vissen zoals Nannostomus of Micropoecilia worden gehouden. Combineer niet met andere Apistogramma. De bron noemt het algemene temperament vredig, maar tijdens de broedzorg kan het vrouwtje zeer agressief worden en het mannetje aanvallen. Bied meerdere schuilplaatsen en houd een scheidingsmogelijkheid achter de hand.
Voeding
De soort is voornamelijk carnivoor en eet in de natuur vooral bodemongewervelden. Bied regelmatig afwisselend levend of diepvriesvoer aan, zoals Artemia, Daphnia en geschikte muggenlarven. De meeste dieren leren ook droogvoer te accepteren; korrels worden doorgaans beter genomen dan vlokken. Let erop dat beide partners voldoende eten.
Kweek
Dit is een holen- of spleetbroeder. Het vrouwtje verzorgt de eieren en jongen en kan in een klein aquarium hyperagressief worden tegenover het mannetje. Meerdere holen, zichtbarrières en voldoende bodemruimte helpen. Houd vooraf een veilige manier klaar om het mannetje tijdelijk te verwijderen als de agressie aanhoudt.
Bronnen & controle
Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .