Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Dwergpotloodvis

Nannostomus marginatus

Mannetje dwergpotloodvis (Nannostomus marginatus)
Mannetje dwergpotloodvis, Commons-foto door D.W. Foto: D.W. (Daniel.W.) · Bron · CC0 1.0resize-compress; preserve aspect ratio

De dwergpotloodvis (Nannostomus marginatus) is een kleine, rustige maar schuwe boven- en middenzwemmer. De donkere lengtestrepen en rode vinaccenten vallen vooral op in een beschut, dicht beplant aquarium. Houd hem bij voorkeur in een groep van ten minste tien in een goed gerijpt aquarium met stabiele waterkwaliteit. Door zijn kleine bek en timide aard kan hij worden verdrongen door grote of drukke medebewoners. Zeer kleine, gevarieerde voeding en rustige omstandigheden zijn daarom belangrijk.De soort is klein, maar dat betekent niet dat een vers ingericht nano-aquarium automatisch geschikt is: stabiliteit en voedselbeschikbaarheid tellen zwaar mee.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
24–26 °C
pH
5,8–7,0
GH
1–10 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 45 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 41 L
Volwassen formaat
Ongeveer 2,5–3,5 cm
Groepsgrootte
Vanaf 10 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

Géry en Boutière beschreven deze soort in 1964. De geaccepteerde naam is Petitella georgiae. Ze stond vroeger geregeld in Characidae, maar de huidige catalogusclassificatie plaatst Petitella in Acestrorhamphidae, onder Megalamphodinae. De soort is verwant aan de vuurkopzalm P. bleheri en de “echte” roodneuszalm P. rhodostoma; in de handel worden de drie vaak door elkaar gehaald.

Een moleculaire studie vond bovendien duidelijke verschillen tussen Peruaanse en Purus-populaties, mogelijk passend bij een soortencomplex. Zonder taxonomisch bewijs splitsen we die populaties hier niet op.

Natuurlijke leefomgeving

De soort is bekend uit het bovenste Amazonegebied, waaronder de Purus in Peru en Brazilië en de Negro en Madeira in Brazilië. Beschrijvingen noemen heldere zijrivieren en kleinere waterlopen; andere habitatbronnen melden rustige, beschaduwde wateren. De precieze omstandigheden verschillen per plek en de aquariumhouder hoeft niet één biotoopinterpretatie als universeel te behandelen.

Gedempte verlichting, donker substraat en hout kunnen de kleuren laten uitkomen en schuilranden bieden. Houd verouderd bladmateriaal schoon zodat het niet gaat rotten. Een open zwemzone blijft nodig voor de school.

Aquarium en inrichting

Seriously Fish adviseert voor de actieve school een aquariumlengte van minstens 90 cm en een groep van tien of liever meer. B-Aqua noemt 100 liter als minimum en 250 liter als aanbevolen inhoud voor zijn beoogde bezetting. Dat zijn verschillende publiceerde aanbevelingen; de literwaarde is geen natuurkundige omzetting van de lengte. Kies een lange bak en beoordeel de totale bezetting afzonderlijk.

Plant vooral langs achter- en zijwanden, met een donkere bodem en wortelhout. Gebruik rustige, gelijkmatige filtering. Voeg geen grote drukke vissen toe op basis van alleen gedeelde waterwaarden, want de valse roodneuszalm is een zwakke voedselconcurrent.

Waterwaarden

De bronnen geven 22–26 °C, pH 5,5–7 en GH 1–12 °dGH. Seriously Fish en FishBase stemmen hierin grotendeels overeen. Voor kweek worden soms nauwere en zachtere waarden genoemd; dat zijn omstandigheden voor een aparte kweekopstelling, geen dagelijkse eisen voor een gewone schoolbak.

Houd de waarden stabiel en controleer waterkwaliteit regelmatig. Een rode kop kan verbleken wanneer dieren stress ervaren of conditie verliezen, maar kleurverandering is geen diagnose op zichzelf. Controleer ook gedrag, ademhaling, vinnen en voeropname voordat je water aanpast.

Gedrag en groepsgrootte

Dit is een zeer vreedzame, strak scholenvis die minstens met tien soortgenoten moet worden gehouden. Ze doet het minder goed naast grote, luidruchtige of dominante vissen die voedsel snel wegkapen. Kleine Zuid-Amerikaanse soorten kunnen passen als ook hun groepsbehoefte, volwassen formaat, territorium en zwemlaag zijn meegenomen; gedeelde waterwaarden alleen volstaan niet.

Controleer of alle dieren tegelijk zichtbaar blijven scholen en voldoende eten. Een groep die voortdurend wegduikt, zich verspreidt of de voerplek niet bereikt kan onder druk staan. Kies een rustige gemeenschap en vergroot de groep alleen als aquariumlengte, filtratie en bezetting dat toelaten.

Voeding

De kleine bek vraagt om fijn droogvoer. Gebruik kleine vlokken of maal grotere vlokken fijn voordat je ze aanbiedt. De soort is omnivoor en voor kleur en conditie adviseert de specialistische bron regelmatig kleine levende of diepvriesvoeding, zoals Daphnia of Artemia. Het gekoppelde complete vlokkenvoer kan dus alleen worden gebruikt nadat het fijn is gemaakt en de opname is gecontroleerd.

Verdeel voer over de school zodat dominante dieren niet alles bemachtigen. Geef kleine porties die snel worden gegeten en haal resten weg. Vlokken zijn geen vervanging voor de aangeraden afwisseling met passende levende of diepvriesvoeding.

Kweek

De soort verspreidt kleverige eieren tussen fijnbladige planten of ander afzetmateriaal en verzorgt het broed niet. Ouders kunnen de eieren opeten; een apart, gedempt verlicht kweekaquarium en het tijdig verwijderen van de ouderdieren vergroten de kans dat eieren overleven. De bron beschrijft zowel groeps- als paarsgewijze afzet.

Seriously Fish noemt uitkomen na circa 24–36 uur en vrijzwemmen 3–4 dagen later. Dat zijn brongebonden tijden, geen garantie voor elk kweekaquarium. De eieren en jonge visjes zijn lichtgevoelig. Begin bij vrijzwemmen met infusoriën en stap daarna over op microwormen of pas uitgekomen Artemia.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen