Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Drieband-potloodvis

Nannostomus trifasciatus

Nog geen geverifieerde soortfoto beschikbaar

Nannostomus trifasciatus is een slanke Zuid-Amerikaanse potloodvis met drie donkere lengtestrepen. De soort heeft een ruime verspreiding in het westelijke Amazonegebied en wordt onderscheiden van gelijkende potloodvissen, waaronder de kleinere N. marginatus. Hoewel de vis maar enkele centimeters lang wordt, vraagt het territoriale gedrag van mannetjes om voldoende aquariumlengte en dekking. De groep voelt zich doorgaans zekerder wanneer meerdere dieren samen worden gehouden en de inrichting ontsnappingsroutes biedt. Controleer bij aankoop de soortidentificatie, omdat handelsnamen voor potloodvissen soms door elkaar worden gebruikt.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
22–28 °C
pH
4,0–7,5
GH
1–12 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 75 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 68 L
Volwassen formaat
Vanaf 3,3 cm
Groepsgrootte
Vanaf 10 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

De drie donkere strepen vormen een belangrijk herkenningskenmerk, maar beoordeel ook lichaamsvorm en volwassen formaat: andere soorten binnen hetzelfde geslacht kunnen op een foto sterk lijken. Volwassen vissen zijn ongeveer 3,3 cm standaardlengte volgens de specialistische aquariumfiche; FishBase vermeldt een maximum van 3,6 cm standaardlengte. Standaardlengte wordt zonder staart gemeten.

Natuurlijke leefomgeving

De soort komt voor in delen van Brazilië, Peru, Colombia, Bolivia en Guyana, binnen het westelijke Amazonegebied en aangrenzende stroomgebieden. Beschrijvingen van leefgebied zijn niet overal soortspecifiek; behandel algemene beelden van dicht begroeide, rustige wateren daarom als context en niet als bewezen vindplaatsbeschrijving voor iedere populatie.

Aquarium en inrichting

Voor een gemengde groep adviseert Seriously Fish een bodemmaat van minimaal 75 × 30 cm, ongeveer 68 liter. De ruimte houdt verband met het sparren tussen mannetjes. Richt het aquarium in met dichte beplanting, drijfplanten en hout voor onderbroken zichtlijnen, maar houd ook middenwater vrij. Een rustige filterstroming en een biologisch ingedraaide bak helpen de vissen stabiel te houden.

Waterwaarden

De genoemde aquariumrichtlijn is 22–28 °C, pH 4–7,5 en GH 1–12 dGH. FishBase geeft daarnaast veldinformatie met een smallere pH- en temperatuurrange; die gegevens zijn niet hetzelfde als een gecontroleerde aquariumtolerantie. Kies stabiele waarden die passen bij de herkomst van de dieren en verander ze geleidelijk, niet door snelle pH-correcties.

Gedrag en groepsgrootte

De soort is relatief vreedzaam, maar schuw en geen sterke concurrent tegenover drukke of veel grotere vissen. Mannetjes kunnen onderling territoriaal sparren; in een krap aquarium kan dat letsel geven. Houd bij voorkeur tien of meer dieren en kies rustige, vergelijkbaar kleine medebewoners. Beoordeel bovendien zwemzone en voerconcurrentie: snelle vissen aan het oppervlak kunnen het voeren bemoeilijken, zeker in een kleiner aquarium.

Voeding

Het is een micropredator van kleine ongewervelden en zoöplankton. Bied dagelijks kleine porties levend of diepvriesvoer aan, zoals Artemia-naupliën, Moina of grindalwormen. Fijn droogvoer kan worden bijgevoerd als de vissen het formaat goed opnemen. Observeer of ook minder dominante dieren eten en verwijder resten om de waterkwaliteit niet te belasten.

Kweek

Kweek in een geschikt aquarium is mogelijk, maar vraagt voorbereiding en wordt niet als vanzelfsprekend resultaat gepresenteerd. Dichte fijnbladige planten of een afzetmop bieden dekking rond de verspreide eieren. Oudervissen kunnen eieren en larven opeten; haal ze weg als een gerichte kweekpoging wordt gedaan. De pas uitgekomen jongen hebben zeer fijn eerste voer nodig.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen