Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Drape fin barbeel

Oreichthys crenuchoides

Oreichthys crenuchoides (drape fin barbeel)
Mannetje met de hoge, gevlekte rugvin die de soort kenmerkt. Foto: -serwacy01- · Bron · CC BY-SA 4.0resize-compress; preserve aspect ratio

De drape fin barbeel (Oreichthys crenuchoides) is een kleine, schuwe Aziatische barbeel waarvan volwassen mannetjes een opvallend hoge rugvin ontwikkelen. Ondanks het formaat zijn de sociale behoeften specifiek: houd minstens acht dieren en voorkom dat grotere of drukke medebewoners ze bij het voeren wegdrukken. Een bodemmaat vanaf 60 × 30 cm en circa 54 liter geeft ruimte voor een groep en zichtbrekers. Rustig stromend, schoon water, een zachte bodem en aandachtige voeding passen bij deze terughoudende eter. Controleer de identificatie zorgvuldig, want de soort wordt onder meerdere verwarrende handelsnamen aangeboden. Zet haar niet bij snelle eters alleen omdat de waterwaarden overlappen; observeer juist de voeropname en het gedrag na introductie.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
23–28 °C
pH
6,0–7,5
GH
2–10 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 60 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 54 L
Volwassen formaat
Tot 4,5 cm
Groepsgrootte
Vanaf 8 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

De typevindplaats is de Jorai. De bron beschrijft helder, langzaam stromend water en een modderige bodem; overige meldingen liggen in West-Bengalen. De vergrote rugvin bij volwassen mannetjes is een belangrijk kenmerk, maar kleur en vinvorm kunnen met leeftijd en conditie veranderen. De oorspronkelijke beschrijving en de huidige catalogusnaam ondersteunen de identificatie als O. crenuchoides. Vergelijk de vlek bij de staartbasis en het ontbreken van een donkere vlek op de aarsvin met betrouwbare soortfoto’s; verwar verwante Oreichthys niet op basis van alleen de hoge vin.

Natuurlijke leefomgeving

Minimaal 60 × 30 cm voetmaat en circa 54 liter volgens de soortbron. Houd acht of meer. Gebruik planten, hout, drijfplanten, zichtbrekers, zachte bodem en rustige stroming. Deze waarnemingen beschrijven de bekende vindplaatsen, niet alle mogelijke leefomstandigheden. Een aquarium hoeft geen exacte kopie van de rivier te zijn: rustige stroming, dekking en veilige voerplaatsen vertalen de relevante habitatkenmerken naar beheer.

Aquarium en inrichting

23–28 °C, pH 6,0–7,5, GH 2–10 dGH. Geen betrouwbare KH-range. Stabiliteit en schoon water zijn belangrijk. Voldoende vloeroppervlak en een groep zijn belangrijker dan extra hoogte. Gebruik planten en hout om zichtlijnen te breken zonder de bodem volledig vol te zetten. Laat het filter biologisch rijpen en acclimatiseer de vissen rustig; verplaats ze niet routinematig naar een onrijpe kweekbak.

Waterwaarden

Schuw en kwetsbaar voor voedselconcurrentie. Kleine rustige Trigonostigma’s kunnen passen, maar alleen met voldoende groepsgrootte, dekking en gecontroleerde voedselopname. Mannetjes sparren. Vermijd grote, plotselinge temperatuur- of pH-sprongen bij onderhoud. Meet bronwater en aquariumwater wanneer gedrag verandert en corrigeer alleen met een duidelijk plan. GH geeft hier de gepubliceerde hardheidsrange; er is geen onderbouwde KH-doelwaarde beschikbaar.

Gedrag en groepsgrootte

Geef fijn droogvoer naast kleine porties watervlooien of artemia. Verkruimel vlokken en controleer of ieder dier eet. Daphnia is geen volledig voer. Een gedeelde habitat of passend pH-bereik bewijst op zichzelf geen veilige combinatie. De Espei-rasbora is alleen genoemd omdat de specialist Trigonostigma als groep aanbeveelt; bij voedselconcurrentie of teruggetrokken gedrag moet de combinatie worden aangepast of gescheiden.

Voeding

Eierstrooier zonder broedzorg. Voor gerichte kweek beschrijft de bron afzetmoppen of brede bladeren; haal ouderdieren na twee à drie dagen weg. De genoemde uitkomst- en opfoktijden zijn richttijden. Een voerpipet of meerdere rustige voerplekken kan helpen om kleine porties gericht aan te bieden. Geef niet extra veel om schuwe dieren te compenseren: niet-opgegeten voer vervuilt het water. Wissel compleet droogvoer af met passend klein dierlijk voer.

Kweek

Voorkom dat volwassen dieren toegang tot de eieren houden en houd de kweekbak stabiel en schoon. Voer pas wanneer de larven vrij zwemmen en klein voer kunnen opnemen. De bron geeft geen garantie op opbrengst; leg waarnemingen vast en schaal het voer geleidelijk mee met de groei.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen