Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Bruine potloodvis

Nannostomus eques

Bruine potloodvissen (Nannostomus eques) in een aquarium
School bruine potloodvissen, foto door Cobaltdrew, CC BY-SA 4.0. Foto: Cobaltdrew · Bron · CC BY-SA 4.0Resized and compressed, aspect ratio preserved; original framing retained.

De bruine potloodvis (Nannostomus eques) is een kleine, vreedzame Zuid-Amerikaanse scholenvis met een opvallende schuine, kop-opwaartse zwemhouding. Hij is schuw en heeft een kleine bek; een rustige, goed ingerichte bak en fijn, gevarieerd voer zijn daarom belangrijk. Houd hem bij voorkeur met tien of meer soortgenoten. Ondanks zijn bescheiden formaat is dit geen ideale keuze voor een druk, pas ingericht of competitief gezelschapsaquarium. Beschutting langs de randen en een open voederplek helpen hem zich veilig te voelen zonder de zwemruimte te verliezen.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
23–28 °C
pH
5,0–6,0
GH
5–10 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 60 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 54 L
Volwassen formaat
Ongeveer 3,5–5 cm
Groepsgrootte
Vanaf 10 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

De geaccepteerde naam is Nannostomus eques Steindachner, 1876. De soort behoort tot de familie Lebiasinidae binnen de orde Characiformes. In oudere literatuur en hobbybronnen zijn ook de geslachtsnamen Poecilobrycon en Nannobrycon gebruikt; dit zijn historische combinaties, geen aparte soorten.

Het slanke lichaam en de karakteristieke schuin omhoog gerichte houding maken de soort herkenbaar. De soortnaam verwijst naar een oude naamgeving, niet naar een andere moderne soort. Seriously Fish vermeldt 35 mm standaardlengte; FishBase geeft maximaal circa 5 cm totale lengte. Dit zijn verschillende meetwijzen: de staartvin telt alleen mee bij totale lengte.

Natuurlijke leefomgeving

FishBase vermeldt de soort uit het centrale en bovenste Amazonegebied; specialistische beschrijvingen noemen daarnaast het Orinoco-bekken en rivieren in Guyana. De verspreidingsgegevens zijn niet volledig identiek tussen bronnen, dus één enkele stroomgebiedsgrens wordt hier niet als absoluut voorgesteld.

De vis wordt gevonden in rustige zijrivieren, kleine rivieren, moerassige zones en overstroomde bosgebieden. Vaak is er dichte oevervegetatie, ondergedoken hout en bladstrooisel. In sommige zwartwaterlocaties zijn water en bodem zeer zacht en zuur. Dat beschrijft vindplaatsen; het betekent niet dat ieder aquarium kunstmatig zo zuur moet worden gemaakt.

Aquarium en inrichting

Seriously Fish noemt een aquariumvoetprint van minimaal 60 × 30 cm, ongeveer 54 liter bij een gebruikelijke hoogte. FishBase vermeldt eveneens een aquariumlengte van minimaal 60 cm. Dit zijn richtlijnen, geen garantie dat elke bezetting in dat volume past. Houd idealiter een school van ten minste tien dieren; een grotere groep geeft deze timide vis meer zekerheid.

Richt de randen dicht in met fijne planten, hout en eventueel drijfplanten, maar laat rustige zwem- en eetruimte vrij. Gebruik een ingedraaid filter en voorkom een harde stromingsstraal. Houd de bak goed afgedekt: schrikreacties kunnen tot springen leiden. Voeg de dieren pas toe wanneer de biologische filtratie stabiel werkt.

Waterwaarden

De brede soortbanden van Seriously Fish zijn 22–28 °C, pH 4,5–7,5 en GH 1–10 °dGH. FishBase noemt 23–28 °C, pH 5–6 en hardheid 5–12. Voor een voorzichtige gedeelde richtlijn gebruiken we daarom 23–28 °C, pH 5–6 en GH 5–10 °dGH. De waarden uit natuurlijke zwartwaterlocaties kunnen veel zachter en zuurder zijn dan dit gedeelde bereik.

Stabiliteit is belangrijker dan het najagen van een exact getal. Verander pH of hardheid niet abrupt; stem acclimatisatie af op het water waarin de dieren zijn gehouden. De geraadpleegde bronnen geven geen soortspecifieke KH-doelwaarde.

Gedrag en groepsgrootte

Dit is een zeer vreedzame, kleine en timide vis. Houd hem liefst in een groep van tien of meer; grotere groepen zijn vaak zichtbaarder en gedragen zich natuurlijker. Kies rustige medebewoners van vergelijkbare grootte. Kleine vreedzame karperzalmen of kleine, kalme pantsermeervallen kunnen passen als ook hun groepsbehoefte, zwemzone en volwassen formaat aansluiten.

Vermijd grote rovers, drukke eters en soorten die de potloodvis bij voer wegconcurreren. Overlap in temperatuur of pH alleen bewijst geen geschiktheid. Controleer of ieder dier eet, niet voortdurend wegschiet en voldoende schuilruimte heeft. Verplaats of scheid vissen bij aanhoudende stress of voedseltekort.

Voeding

In de natuur eet N. eques kleine ongewervelden en zoöplankton. Bied daarom zeer kleine voerdeeltjes aan. Geschikt droogvoer kan worden geaccepteerd, maar wissel dagelijks af met kleine levende of diepvriesvoeding, bijvoorbeeld Artemia-naupliën, Moina of grindalwormen. Verdeel kleine porties op rustige plekken zodat ook schuwere dieren ze bereiken.

Controleer de voedselopname in plaats van aan te nemen dat een aangeboden vlok of korrel geschikt is. Verwijder restvoer om de waterkwaliteit te beschermen. Een afwisselend menu met passende kleine prooien is belangrijker dan één product als volledig dieet te behandelen.

Kweek

Kweek is in aquaria mogelijk, maar wordt als zeldzaam beschreven. Anders dan veel verwante potloodvissen legt deze soort eieren in afzonderlijke groepjes aan de onderzijde van brede bladeren. Anubias, javavaren (Microsorum) en Echinodorus worden genoemd als mogelijke oppervlakken. Ouderdieren eten eieren die zij vinden; een aparte, gerijpte kweekbak en tijdig verwijderen van ouderdieren kunnen verliezen beperken.

De eerste jongen hebben uiterst klein voer nodig, zoals Paramecium of passend fijn opkweekvoer. Stap pas over op Artemia-naupliën of microwormen wanneer de jongen die kunnen opnemen. In de bron gemelde uitkomsttijden zijn geen garantie voor iedere bak. Houd licht gedempt en water stabiel.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen