Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Bloedvlektetra

Megalamphodus erythrostigma

Bloedvlektetra (Megalamphodus erythrostigma)
Bloedvlektetra (Megalamphodus erythrostigma). Foto: H. Zell (Llez), CC BY-SA 3.0. Foto: H. Zell (Llez) · Bron · CC BY-SA 3.0Resized and compressed for responsive display.

De bloedvlektetra (Megalamphodus erythrostigma) is een relatief grote, vreedzame schoolvis uit het bovenste Amazonegebied. De kenmerkende rode schoudervlek geeft hem zijn naam. Volwassen mannetjes ontwikkelen langere vinnen en kunnen onderling licht territoriaal zijn. Houd minimaal acht tot tien dieren in een ingedraaid, ruim aquarium met vrije zwemruimte, schaduw en schuilplaatsen. Deze gids behandelt actuele naamgeving, natuurlijke leefomgeving, waterwaarden, voeding en voortplanting. Let bij het samenstellen van een gezelschapsbak ook op volwassen formaat, voedselconcurrentie en het rustige karakter van andere bewoners.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
21–28 °C
pH
4,0–7,5
GH
1–12 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 90 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 81 L
Volwassen formaat
Tot 6 cm
Groepsgrootte
Vanaf 8 dieren
Gedrag
Vreedzaam, Territoriaal

Over deze soort

De huidige combinatie in recente specialistische literatuur is Megalamphodus erythrostigma (Fowler, 1943). Veel aquariumbronnen gebruiken nog Hyphessobrycon erythrostigma; Hemigrammus erythrostigma en Hyphessobrycon rubrostigma zijn historische namen voor dezelfde soort. De rode schoudervlek is een opvallend herkenningskenmerk. Seriously Fish vermeldt maximaal circa 60 mm standaardlengte, dus gemeten zonder staartvin.

Volwassen mannetjes worden groter en intenser gekleurd, met verlengde rug-, buik- en aarsvinnen. Vrouwtjes zijn ronder, vooral wanneer ze kuit dragen. Bij jonge of gestreste dieren kunnen kleur en vinvorm minder uitgesproken zijn. Beoordeel daarom het gehele patroon en behandel oude handelsnamen niet als aparte soorten.

Natuurlijke leefomgeving

De soort komt uit het bovenste Amazonegebied waar Brazilië, Peru en Colombia samenkomen, van het stroomgebied van de Purus tot ten minste de Nanay bij Iquitos. Ze leeft in rustige zijarmen, langzaam stromende zijrivieren en bosmeren, vaak tussen ondergedoken wortels, takken en oeverplanten. Beschreven vindplaatsen omvatten zowel zacht, bruin getint water als een troebele wittewaterlocatie; één zwartwaterprofiel beschrijft haar natuurlijke omgeving dus niet volledig.

Gebruik in het aquarium hout, planten en schaduwplekken. Drijfplanten zijn optioneel; laat een open zwemzone over. Bladstrooisel kan dekking en microleven bieden, maar is niet noodzakelijk en vraagt onderhoud omdat afbraak de waterkwaliteit kan beïnvloeden. Een donkere bodem kan de kleuren laten uitkomen zonder een biologische eis te zijn.

Aquarium en inrichting

Seriously Fish adviseert een bodemmaat van circa 90 × 30 cm en ongeveer 81 liter als kleinste te overwegen aquarium. Geef voorrang aan lengte en bodemruimte: een hoog, smal aquarium met hetzelfde volume is niet gelijkwaardig. De soort wordt ongeveer 6 cm standaardlengte en gebruikt een ruime zwemzone. Houd een gemengde groep van minstens acht tot tien dieren.

De bak moet biologisch ingedraaid, stabiel en schoon zijn. De soort verdraagt ophoping van organische vervuiling slecht; plan regelmatige waterwissels en voer met mate. Beplant de randen, gebruik hout voor beschutting en creëer zichtbarrières zodat volwassen mannetjes elkaar kunnen ontwijken. Plaats haar niet in een pas opgestarte bak en controleer of alle dieren eten en geen langdurige achtervolgingen ondergaan.

Waterwaarden

De soortspecifieke aquariumrange van Seriously Fish is 21–28 °C, pH 4,0–7,5 en GH 1–12 dGH. Dit zijn brede verzorgingsgrenzen, geen waarden die je abrupt moet nastreven. Veldonderzoek beschrijft op sommige plaatsen zuurder water, maar ook een troebele wittewaterlocatie. Natuurlijke vindplaatsen tonen variatie en zijn niet allemaal rechtstreeks te vertalen naar één aquariumdoelwaarde. Een betrouwbare soortspecifieke KH-doelwaarde is niet vastgesteld.

Kies stabiele waarden binnen een passende band en houd ammoniak en nitriet op nul. Vermijd snelle pH-correcties en grote schommelingen in temperatuur of mineralisatie. Laat nieuwe dieren geleidelijk wennen en stem onderhoud af op gemeten waterkwaliteit. Schoon, stabiel water is belangrijker dan het nabootsen van één extreme vindplaats.

Gedrag en groepsgrootte

De bloedvlektetra is doorgaans vreedzaam en sociaal. Volwassen mannetjes kunnen onderling pronken en enig territoriaal gedrag tonen. Een groep van acht tot tien of meer dieren verdeelt de aandacht. Bied planten, hout en zichtbarrières zodat een vis zich kan terugtrekken. Aanhoudende achtervolging, beschadigde vinnen of een dier dat niet bij voer kan, zijn signalen om de ruimte of samenstelling te herzien.

Kies rustige medebewoners van vergelijkbare grootte, zoals characiden, bijlzalmen, potloodvissen, kleinere pantsermeervallen of niet-roofzuchtige middelgrote cichliden in een grote bak. Vermijd grote roofvissen, zeer kleine prooivissen en drukke vinnenbijters. Waterwaarden alleen garanderen geen compatibiliteit: ook formaat, activiteit, territorium, groepsbehoefte en zwemlengte tellen mee.

Voeding

De soort is een opportunistische omnivoor. Maaginhoudsonderzoek noemt fruitresten, waterinsecten en larven; de verhoudingen verschilden per vindplaats. In het aquarium accepteert ze doorgaans kwalitatieve vlokken en granulaat, aangevuld met kleine levende of diepvriesprooien zoals muggenlarven, watervlooien en Artemia. Een deel van het droogvoer mag plantaardige of algale bestanddelen bevatten.

Voer gevarieerd en in porties die snel worden opgenomen. Verdeel het voer zodat ook minder dominante vissen eten en haal resten weg om organische vervuiling te beperken. Kleine stukjes vers fruit kunnen worden opgenomen, maar laat die slechts kort in de bak om de waterkwaliteit te beschermen. Fruit is een incidentele aanvulling, geen vervanging van volledig visvoer.

Kweek

De bloedvlektetra strooit eieren en vertoont geen ouderzorg. Volwassen vissen kunnen eieren en larven eten, dus kweek gebeurt het best in een aparte, ingedraaide bak. Gebruik gedempt licht, fijnbladige planten of een spawning mop en eventueel een rooster dat eieren buiten bereik laat vallen. Zorg voor zachte waterbeweging en voldoende zuurstof. De geraadpleegde soortbron geeft geen betrouwbare vaste eieraantallen of universele incubatietijd.

Conditioneer gezonde ouderdieren vooraf met gevarieerd klein voer. Verwijder de volwassen dieren na de afzetting en houd de bak schoon zonder eieren of larven te verstoren. Pas de eerste voeding aan de grootte van de jongen aan; zeer fijn stofvoer of infusoriën kunnen nodig zijn voordat grotere prooien worden gegeten. Kweekresultaten hangen af van conditie en inrichting en zijn niet te garanderen.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen