Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwater · vissen

Axelrod-rasbora

Sundadanio axelrodi

Nog geen geverifieerde soortfoto beschikbaar

De Axelrod-rasbora (Sundadanio axelrodi) is een piepklein, schuw scholenvisje uit de zwartwaterbeken en poelen van Borneo. De soort wordt ongeveer 2,2 cm lang en komt voor in plaatsgebonden rode, groene en blauwe kleurvormen. Een rustige omgeving alleen is niet genoeg: de dieren vragen zacht, zuur en stabiel water, een biologisch rijp aquarium en een grote eigen school van circa 20–30 exemplaren. Nieuwe dieren kunnen lastig wennen en droogvoer weigeren. Begin daarom met klein levend voer en controleer zorgvuldig of ieder dier eet. Meng verschillende kleurvormen niet, omdat de bron onnodige kruisingen wil voorkomen.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
23–26 °C
pH
4,0–6,5
GH
0–5 °dGH
Aquariumlengte
Vanaf 45 cm
Minimale aquariuminhoud
Vanaf 30 L
Volwassen formaat
Tot 2,3 cm
Groepsgrootte
Vanaf 20–30 dieren
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

Sundadanio axelrodi werd oorspronkelijk beschreven als Rasbora axelrodi. De geaccepteerde huidige combinatie is Sundadanio axelrodi; FishBase en Eschmeyer’s Catalog plaatsen de soort in de familie Sundadanionidae en de orde Cypriniformes. Seriously Fish vermeldt 22 mm standaardlengte en FishBase 2,25 cm standaardlengte; dat zijn vrijwel gelijke, maar niet identieke opgaven. Reken op ongeveer 2,2 cm standaardlengte, niet totale lengte. Er bestaan rode, groene en blauwe kleurvormen die met vindplaats samenhangen. Volwassen mannetjes zijn slanker en kleurrijker; vrouwtjes zijn voller en hebben een kleurloze aarsvin.

Natuurlijke leefomgeving

De best gedocumenteerde vindplaatsen liggen op Borneo. Hoewel verspreidingslijsten ook Sumatra, Riau en Bangka noemen, merkt Seriously Fish op dat de concrete verzamelgegevens die de auteurs vonden uit Borneo komen. De vis leeft in bruine zwartwaterbeken en poelen van oude veenmoerasbossen. Blad, takjes en ander organisch materiaal geven tannines af. Het water is zeer zacht en zuur, plaatselijk tot pH 4, en het bosdak dempt het licht. Deze veenmoerasbiotopen staan onder druk door onder meer plantages en bebouwing.

Aquarium en inrichting

Seriously Fish noemt een aquariumlengte van circa 45 cm en ongeveer 29,5 liter of meer als voorkeur voor langdurige verzorging. De bron geeft daarnaast metrische en imperiale maten die geometrisch niet overeenkomen; daarom gebruiken we hier alleen de expliciete lengtemaat en ronden we het volume naar boven af op 30 liter. Dat is een ondergrens voor deze kleine soort, geen advies voor een gemengd aquarium. Een groter, volwassen en stabiel aquarium geeft meer ruimte voor een school van 20–30. Gebruik zand, hout, bladstrooisel, drijfplanten en schaduw. Houd de stroming rustig en ververs regelmatig kleine hoeveelheden; voeg de vis niet toe aan een onrijp aquarium.

Waterwaarden

De opgegeven temperatuur is 23–26 °C, de hardheid GH 0–5 dGH en de gedetailleerde pH-aanbeveling 4,0–6,5. De korte bronkop laat pH open, terwijl de uitgebreide watersectie wel een bereik vermeldt; daarom gebruiken we dat bereik met deze kanttekening. De dieren komen uit zeer zacht, zuur water. Stem waarden af op de herkomst en het water waarin ze zijn gehouden. Voorkom sterke schommelingen: deze kleine vis reageert gevoelig op instabiele waterchemie. Regelmatige kleine waterwissels zijn verstandiger dan grote correcties.

Gedrag en groepsgrootte

De soort is vreedzaam, maar door het kleine formaat en schuwe karakter geen vanzelfsprekende gezelschapsvis. Houd circa 20–30 exemplaren van dezelfde kleurvorm. De Blauwe neon (Paracheirodon simulans) kan onder voorwaarden passen: de gespecialiseerde bron noemt deze soort als mogelijke medebewoner van vergelijkbare grootte en de gecontroleerde temperatuur-, pH- en GH-bereiken overlappen. Geef beide soorten een volledige school, voldoende ruimte en zachte, zure, stabiele omstandigheden. Observeer voeropname, want snellere vissen kunnen de Sundadanio verdringen. Combineer kleurvormen onderling niet.

Voeding

In de natuur eet de soort vermoedelijk kleine kreeftachtigen, wormen, insectenlarven en ander zoöplankton. Het is een kieskeurige eter die droogvoer soms niet accepteert. Geef nieuwe of verzwakte dieren eerst fijn levend voer, zoals artemia-naupliën, watervlooien, grindalwormen of microwormen. Bied daarnaast regelmatig kleine diepvriesporties aan, waaronder fijngehakte muggenlarven. Probeer compleet minigranulaat pas als de vissen gewend zijn. Strooi heel weinig tegelijk en kijk of ook schuwe dieren het voer opnemen; verwijder restjes.

Kweek

De soort verspreidt eieren en verzorgt de nakomelingen niet. Kweek lukt niet vaak vanzelf. Een rijp, dicht beplant soortenaquarium met stabiel zacht zuur water biedt betere omstandigheden, maar garandeert geen nakweek. Volwassen vissen kunnen eieren en larven opeten; voor gerichte kweek moeten die buiten bereik van de ouderdieren komen. De eerste voeding moet zeer fijn zijn. Mannetjes kunnen bij dominantiegedrag een zacht krakend of tjilpend geluid maken. Haal de vis niet uit het water om dit te horen: dat wordt door de bron afgeraden.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen