Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwaterslakken

Witte toverslak: verzorging en aquarium | Filopaludina martensi

Filopaludina martensi

Nog geen geverifieerde soortfoto beschikbaar

De witte toverslak, Filopaludina martensi, is een grote zoetwaterslak uit Zuidoost-Azië. Ze graast op oppervlakken, kan zich ingraven en ontwikkelt haar jongen inwendig. De soort is aantrekkelijk, maar de aquariumkennis is nog beperkt: vooral de opfok van jonge slakken blijkt onzeker. Deze gids maakt onderscheid tussen onderzoek, aquariumervaring en onbeantwoorde vragen. Je leest hoe je een stabiele bodemrijke bak inricht, waarom mineralen voor de schelp tellen en waarom één exacte waterreceptuur niet verantwoord is. Ook bespreken we voorzichtig samenhouden, voeding, voortplanting en de afwezigheid van een betrouwbare soortfoto of gecontroleerde productmatch.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
22–29 °C
pH
7,0–9,0
Dieet
Alleseter
Volwassen formaat
Tot 6 cm
Gedrag
Vreedzaam, Zoekt in en op de bodem, Vooral actief bij schemering of nacht

Over deze soort

Filopaludina martensi behoort tot de familie Viviparidae. De soort heeft een kieuw en een afsluitbaar operculum, het dekseltje waarmee zij de schelp kan sluiten. In de handel wordt zij vaak “White Wizard Snail” of witte toverslak genoemd. Controleer de wetenschappelijke naam bij aankoop: handelsnamen zijn geen bewijs dat de soort of ondersoort correct is geïdentificeerd. GBIF en WoRMS accepteren Filopaludina martensi; oudere combinaties en synoniemen staan in de uitklapbare bronnen. De belangrijke aquariumkanttekening is dat een naam met veel online zorgadviezen niet automatisch betekent dat die adviezen experimenteel zijn gevalideerd.

Natuurlijke leefomgeving

Onderzoek beschrijft F. martensi martensi uit Thailand, onder meer uit kanalen, vijvers en de Kwai Yai-rivier. Dat zijn zoetwatermilieus met bodems en lokale verschillen. Aquariumbronnen beschrijven de slak als bodembewoner die op biofilm graast, zich kan ingraven en mogelijk zwevende kleine voedseldeeltjes filtert. Die eigenschappen helpen bij het inrichten, maar veldwaarnemingen zijn geen exacte aquariumrecepten. Laat dieren en aquariumwater nooit in sloten, vijvers of andere natuur terechtkomen.

Aquarium en inrichting

Kies een ruime, stabiele en volledig ingedraaide zoetwaterbak met voldoende bodemoppervlak, schuilplekken en natuurlijke aangroei. De slak kan volgens aquariumprofielen ongeveer 5 cm bereiken; een andere hobbyregistratie noemt tot 6 cm. Daarom moet de inrichting op een volwassen dier zijn berekend. Een betrouwbare, soortspecifiek bewezen minimale inhoud is niet vastgesteld; we vermelden dus geen hard minimum alsof dat wetenschappelijk vaststaat. Zorg voor rustige bodembewoners en toegang tot voedsel op de bodem. Omdat de soort kan graven, zijn kwetsbare wortelende planten en perfect gevormde zandhellingen mogelijk minder praktisch. Houd de waterkwaliteit stabiel en voeg een dier alleen toe aan een ingedraaid aquarium.

Waterwaarden

De bronnen geven geen volledig eensluidende doelwaarden. Een peer-reviewed kweeknotitie bespreekt juveniele verzorgingscondities van 22–29 °C en pH 7–9 uit eerder onderzoek, maar beschrijft ook dat alle gevolgde jongen in de eigen eerste opstelling stierven bij 25 °C, pH 7,42 en relatief lage hardheid. Een aquariumgids noemt 23–26 °C en pH 7–8,5; een hobbyforum meldt pH 7–8 en GH 8–15. Dit zijn geen gelijkwaardige gecontroleerde proeven. Gebruik ze als gerapporteerde context, niet als gegarandeerde optimumwaarden. De praktische lijn is stabiel tropisch zoetwater met voldoende mineralen voor schelpgroei; een exact GH- of KH-doel is niet goed onderbouwd. Meet en verander waarden geleidelijk.

Gedrag en groepsgrootte

De slak wordt doorgaans als vreedzaam beschreven en kan overdag in het substraat zitten, terwijl zij later actief wordt. Dat ingraven hoort bij het beschreven gedrag en is niet op zichzelf een teken van ziekte. Bescherm haar tegen vissen die voortdurend aan de tentakels pikken en tegen slakkeneters of dieren die de schelp kunnen breken. De literatuur die we vonden bevat geen gecontroleerde combinatietests met specifieke aquariumvissen. Daarom tonen we geen individuele soortcombinaties als bewezen geschikt. Een algemene overeenkomst in temperatuur of pH is bovendien niet genoeg om veiligheid vast te stellen.

Voeding

Zorg dat er voortdurend geschikt natuurlijk graasoppervlak is: biofilm en aangroei op bodem, hout en decoratie. Hobbybronnen noemen ook voedselresten, zinkende tabletten of pellets, zachte groenten en in beperkte mate filtervoeding. Deze adviezen komen vooral uit aquariumervaring en vormen geen gecontroleerde soortspecifieke dieetproef. Voer kleine porties en verwijder resten voordat ze de waterkwaliteit aantasten. Verwacht niet dat de slak algen of afval volledig opruimt. Omdat beschikbare producten niet op ingrediënten en expliciete geschiktheid voor deze soort zijn geverifieerd, koppelen we geen voerproduct aan deze pagina.

Kweek

Filopaludina martensi heeft gescheiden geslachten en brengt levende jongen ter wereld nadat de ontwikkeling inwendig heeft plaatsgevonden. Dat is beschreven in de morfometrische studie en in aquariumobservaties. Nakweek is echter niet hetzelfde als betrouwbare opfok: de peer-reviewed notitie uit 2022 beschrijft geboortes, maar ook dat alle gevolgde jongen in de eerste opstelling na twee tot drie maanden verloren gingen. De auteur noemt verder onderzoek naar onder meer hardheid, pH en voedsel nodig. We beloven daarom geen makkelijke kweek en geven geen gegarandeerd kweekrecept. Houd rekening met jongen als er een volwassen vrouwtje aanwezig is, maar plan de verzorging met nadruk op stabiele waterkwaliteit en beschikbaar fijn voedsel.

Samenhouden met vissen

Er zijn geen gecontroleerde tests gevonden die Filopaludina martensi met specifieke vissoorten combineren. Kies uitsluitend rustige vissen die slakken met rust laten, niet aan tentakels pikken en passen bij hetzelfde zoetwatermilieu. Grote slakkeneters, kogelvissen en dieren met krachtige kaken zijn een risico. Dit is algemene risicobeperking en geen bevestiging van een specifieke combinatie.

Samenhouden met andere ongewervelden

Voor andere slakken en garnalen zijn geen betrouwbare, soortspecifieke combinatietests gevonden. Let op voedselconcurrentie en op vissen of ongewervelden die aan tentakels kunnen trekken of de schelp kunnen beschadigen. Voeg geen soort toe uitsluitend omdat temperatuur of pH overlapt. We voegen daarom geen onbewezen compatibiliteitskaarten toe.

Pantser, schelp en mineralen

Slakken vervellen niet zoals garnalen; hun schelp groeit met het dier mee. Een doffe, geërodeerde of beschadigde schelp kan samenhangen met waterchemie, voeding of mechanisch letsel. Controleer eerst de stabiliteit van het water en of voldoende mineralen beschikbaar zijn. De bronnen voor deze soort ondersteunen geen exact universeel GH- of KH-doel, dus corrigeer niet blind met zout of supplementen. Laat de schelp beoordelen wanneer schade voortschrijdt.

Mogelijke problemen

De grootste onzekerheid is dat jonge dieren in gepubliceerde kweekproeven moeilijk groot te brengen bleken. Andere aandachtspunten zijn een onrijp aquarium met te weinig biofilm, onvoldoende zinkend voedsel, onstabiele waterwaarden, schelpslijtage en verstoring door slakkenetende vissen. Controleer of de aankoop werkelijk Filopaludina martensi betreft, want handelsnamen worden los gebruikt. Verander geen hardheid of pH abrupt. Laat dieren of aquariumwater nooit buiten los; ook soorten die niet op een EU- of nationale invasieve-soortenlijst staan, horen niet in het wild.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen