Naar inhoud
Leer je bewoners kennen. Begin bij hun behoeften.
aquariumwebshop
Verzorgingsgids · Zoetwaterslakken

Puntige blaasslak

Physella acuta

Puntige blaasslak (Physella acuta) op aquariumglas
Foto: Dat doris / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. Foto: Dat doris · Bron · Creative Commons Attribution-ShareAlike 4.0 International (CC BY-SA 4.0)Original retained; all derivatives must remain under CC BY-SA 4.0 with attribution/license.

De puntige blaasslak (Physella acuta) is een kleine zoetwaterslak die vaak ongemerkt met aquariumplanten meekomt. Ze graast algen en detritus en kan lucht aan het wateroppervlak opnemen. De soort plant zich snel voort; laboratoriumonderzoek toont dat zelfs een geïsoleerd dier eieren kan leggen. Dat maakt haar geen vanzelfsprekend schoonmaakdier of geschikte aankoop voor ieder aquarium. Houd de populatie bewust beperkt en zet slakken, eieren, planten of aquariumwater nooit uit in natuurwater of de afvoer.

Aquarium samenstellen →

In één oogopslag

Temperatuur
18–28 °C
pH
6,5–8,0
Dieet
detritivore
Volwassen formaat
Tot 1,6 cm
Gedrag
Vreedzaam

Over deze soort

Physella acuta (Draparnaud, 1805) behoort tot de familie Physidae. MolluscaBase/WoRMS voert deze naam; oudere literatuur gebruikt vaak Physa acuta en soms Haitia acuta. Namen als Physella heterostropha en P. integra zijn in taxonomische revisies als synoniemen behandeld. Kleine blaasslakken lijken op elkaar, dus een losse vondst is niet altijd alleen op basis van de schelp met zekerheid te determineren.

Natuurlijke leefomgeving

De soort is oorspronkelijk Noord-Amerikaans en is door menselijk transport ook elders gevestigd. Ze leeft in uiteenlopende zoetwaterhabitats, zoals vijvers, meren, beken, sloten en kunstmatige wateren. Aquariumplanten en de handel in waterorganismen zijn verspreidingsroutes. Als longademer kan ze naar het oppervlak gaan om lucht op te nemen; dat is normaal gedrag en bewijst op zichzelf geen zuurstoftekort.

Aquarium en inrichting

Er is geen verantwoord universeel minimumvolume vastgesteld. De slak verschijnt vaak toevallig in een bestaand aquarium en kan in uiteenlopende bakken overleven; dat betekent niet dat elk klein potje geschikte huisvesting is. Zorg voor stabiel, schoon water, oppervlakken met biofilm en een vrije route naar het wateroppervlak. Te veel voer en rottend materiaal verslechteren zowel waterkwaliteit als populatiebeheersing.

Waterwaarden

Aquariumbronnen publiceren sterk uiteenlopende bereiken. Als praktische overlap noemen we ongeveer 18–28 °C en pH 6,5–8; dit zijn hobbyrichtwaarden, geen experimenteel vastgestelde soortgrenzen of optimum. De bronnen geven geen eensgezinde GH/KH-doelwaarde en geen onderbouwde minimuminhoud. Houd waarden stabiel en meet ammoniak/ammonium en nitriet als dieren achteruitgaan. Leid optimale verzorging niet af uit waarnemingen in vervuild buitenwater.

Gedrag en groepsgrootte

De slak beweegt over ruiten, planten, hout en andere oppervlakken en graast daar algen, biofilm en organisch materiaal. Ze kan langs het oppervlak bewegen of daar lucht opnemen. De soort is klein en heeft geen school nodig. Een toenemend aantal kan op veel beschikbaar voedsel wijzen, maar is geen nauwkeurige waterkwaliteitstest: controleer de bak zelf.

Voeding

Biologische soortbeschrijvingen noemen algen en detritus als voedsel; in een aquarium kunnen ook biofilm, zachte algen, afgestorven plantenresten en niet opgegeten voer beschikbaar zijn. Geen geraadpleegde bron onderbouwt een merkvoer als noodzakelijke dagelijkse voeding. Beperk voerresten en verwijder rottend materiaal in plaats van extra te voeren om de populatie te laten groeien. De slakken vervangen geen filteronderhoud of waterwissels.

Kweek

Physella acuta is tweeslachtig. Onderzoek beschrijft paring en succesvolle zelfbevruchting wanneer een dier geïsoleerd is. In laboratoriumkweek werden dieren na ongeveer 6–8 weken volwassen en legden volwassen dieren soms 50–100 eieren per week; dat is geen voorspelling voor een huisaquarium. Eieren liggen in een doorzichtig gelatineus pakket op vaste oppervlakken. Controleer planten en ruiten als je populatiegroei wilt beperken.

Samenhouden met vissen

Er is geen gecontroleerd bewijs voor een universeel veilige combinatie met iedere vis. Kleine vreedzame vissen kunnen de slak negeren, terwijl slakkenetende vissen haar kunnen opeten. Beoordeel ook volwassen formaat, jachtgedrag, mondgrootte, voerconcurrentie en graasruimte. Een niet gecontroleerde combinatie wordt hier niet als bewezen veilig of getest voorgesteld.

Samenhouden met andere ongewervelden

Een gecontroleerde soortspecifieke cohabitatieproef met een andere aquarium-ongewervelde is niet gevonden. Voedselconcurrentie en predatie kunnen per bak verschillen; sommige kreeften, krabben en slakkeneters kunnen kleine slakken aanvallen. Gebruik waterwaarden alleen als eerste selectie en observeer dieren na samenplaatsen. Er wordt geen onbevestigde specifieke combinatie als veilig aanbevolen.

Pantser, schelp en mineralen

Controleer de schelp op nieuwe erosie en kijk of de slak beweegt en zich kan vasthechten. Een afwijking kan meerdere oorzaken hebben; verander hardheid of pH niet blind. Controleer eerst waterwaarden en recente schommelingen. Middelen tegen algen of slakken kunnen ook andere ongewervelden schaden. Controleer etiket en gevolgen voordat je een behandeling kiest.

Mogelijke problemen

De belangrijkste praktische kwestie is snelle voortplanting, vooral bij voortdurend beschikbare voerresten en organisch afval. Beperk overtollig voer en verwijder eipakketten of dieren zo nodig handmatig; bied overtollige dieren aan een andere aquariumhouder aan. Gebruik geen zout, koper of andere middelen als standaardoplossing. Laat slakken, eieren, planten, water en filtermateriaal nooit in sloten, vijvers, riolering of natuur terechtkomen. Buiten het oorspronkelijke gebied is de soort op veel plaatsen invasief.

Bronnen & controle

Deze verzorgingsgids is samengesteld op basis van meerdere gespecialiseerde bronnen en is voor het laatst gecontroleerd op .

Bekijk de gebruikte bronnen